Herinrichting Stedelijk kost bijna drie keer zoveel

Stedelijk Museum Amsterdam

De nieuwe collectie-opstelling van het Stedelijk was zo’n 2 miljoen duurder dan vooraf was aangekondigd, blijkt uit een brief aan de gemeente.

Tentoonstelling van Marcel Wanders in de kelder van het Stedelijk Museum Amsterdam in 2014. Foto Olivier Middendorp

De herinrichting van het Stedelijk Museum Amsterdam door architect Rem Koolhaas is veel duurder uitgevallen dan voorzien. Dat blijkt uit cijfers die interim-directeur Jan Willem Sieburgh heeft verstrekt aan cultuurwethouder Simone Kukenheim (D66) van de gemeente Amsterdam.

Stedelijk Base, de nieuwe collectieopstelling die door Koolhaas is ontworpen en op 16 december wordt geopend, heeft bijna 2,9 miljoen euro gekost, zo’n 2 miljoen méér dan was aangekondigd. De inrichting van de 1.100 vierkante meter grote kelderruimte duurde ook niet drie tot vijf maanden, zoals aangekondigd, maar ruim veertien maanden. Daardoor waren er veel langer dan gepland geen tentoonstellingen te zien.

„Het is een goed concept, de rest van de wereld moet maar oordelen over het eindresultaat”, zegt Sieburgh desgevraagd. „Maar het proces, de budgettering en de communicatie over Base verdienen niet de schoonheidsprijs.”

Base is het sluitstuk in de visie van de in oktober vertrokken directeur Beatrix Ruf voor een nieuwe indeling van het Stedelijk. Op haar verzoek ontwierp Koolhaas een nieuwe opstelling voor de vaste collectie beeldende kunst en design. Die tentoonstelling zou dan vijf jaar blijven staan.

Het vertrek van Beatrix Ruf roept de vraag op wat we verwachten van de nieuwe directeur van het Stedelijk Museum. Wie durft het aan?

In een vraaggesprek met Het Parool deden Ruf en Koolhaas een jaar geleden luchtig over de kosten. „Het budget dat we normaal hebben voor een grote tentoonstelling”, zei Ruf. En Koolhaas: „Je hebt het niet over een miljoen.” Ruf noemde de herinrichting consequent een „rehang”; aan de nieuwbouw van BenthemCrouwel Architecten zou „nog geen wandje worden doorgebroken”.

Volgens Sieburgh is toch 800.000 euro uitgegeven aan een verbouwing. In de kelderzaal is een nieuw plafond met nieuwe verlichting aangebracht. Tijdens de bouw van het nieuwe Stedelijk, dat eind 2012 werd opgeleverd, was daarop bezuinigd. Het plafond en de verlichting zijn nu „op het gewenste niveau”, aldus Sieburgh.

Dat de realisatie van Base langer geduurd heeft en duurder is uitgevallen, komt volgens Sieburgh door de bouwkundige aanpassingen en door het experimentele karakter van het ontwerp en de gebruikte materialen, onder meer lasergesneden metalen wanden.

Het Stedelijk heeft de kostenoverschrijding voor een groot deel kunnen opvangen door sponsorgelden en een bijdrage van het Stedelijk Museum Fonds, samen 1,5 miljoen euro. Het museum heeft voor de verbouwing van 8 ton een beroep gedaan op de eigen reserves en 570.000 euro komt uit de lopende begroting.

Het Stedelijk zal ook in 2017 een negatief resultaat boeken, maar dat heeft volgens Sieburgh niets te maken met Stedelijk Base. Om de begroting voor volgend jaar wel sluitend te krijgen, zal Sieburgh binnenkort twee door zijn voorganger Ruf geplande tentoonstellingen annuleren of uitstellen. In 2016 leed het Stedelijk een verlies van 1 miljoen euro.