Onderwijs

Goedkoop maatwerk maakt leraar tot voetveeg

Onderwijsblog De overheid wil maatwerk voor de prijs van klassikaal onderwijs. Vandaar het lerarentekort.

Foto Michelle Collins/FEMA

Werkdruk hoort nu eenmaal bij werk. Hogeropgeleiden in het bedrijfsleven kunnen ervan meepraten. Werkweken van vijftig uur of meer als het zo uitkomt. Als het bedrijf een beurspresentatie heeft, er een klant binnengehaald moet worden, worden al snel overuren gemaakt. In het voortgezet onderwijs ligt de gemiddelde werkdruk volgens berekeningen op circa 48 uur per week. Maar daar staat een riante vakantieregeling tegenover. Waar zeuren die leraren over?

Voor buitenstaanders is het vaak moeilijk de werkdruk van leraren te begrijpen. Van de 40-48 uur per week staan ze maar ongeveer 20 uur voor de klas. Toen ik als leraar begon, moesten we per week 29 lesuren van 50 minuten geven. Inmiddels zijn dat er ongeveer 24. Daarmee is de werkdruk al flink teruggeschroefd, zou je denken, ook al is dit aantal nog steeds hoger dan het Europese gemiddelde. Maar: de gemiddelde klassegrootte is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Evenals het aantal zorgleerlingen in de klas, sinds de invoering van Passend Onderwijs – dat volgens het ministerie een succes is, maar vooral een last voor de leraar.

De leraar wordt geacht een didactische duivelskunstenaar te zijn: voor elk wat wils in te grote groepen. Ook de inspectie focust op ‘differentiatie binnen klassenverband’. Om de druk op leraren te begrijpen kan het voorbeeld van het kinderverjaardagsfeestje helpen. Erg leuk om te organiseren, maar menig ouder is ’s avonds doodop van de ongetemde vitaliteit van de uitgenodigde jongeren. Stel je eens voor dat een dergelijk feestje een hele week duurt.

Voor de klas moet een leraar vanaf de eerste minuut alert zijn, zich flexibel kunnen opstellen, mee kunnen bewegen met de puberstormen, maar die ook kunnen bezweren. Liefst met humor. Dat kan alleen als je fit bent, plezier in je werk hebt en echt de aandacht kunt opbrengen voor al die jongeren die de hele week voorbijkomen. Jongeren die de problemen van ‘gezinnen’ met zich meebrengen. Niet alleen hun verlangens, humor, ambities en interesses, maar ook angsten, neuroses, luiheid en weerstanden.

Vergaderintensief

Om dat allemaal in goede banen te brengen en een sfeer te creëren waarin jongeren kunnen leren, moet je – simpel gezegd – verder niet te veel aan je hoofd hebben. Dus de schoolzaken moeten goed georganiseerd zijn. Dat was vroeger de taak van de directie: die hield de ouders op afstand en zorgde voor de bordkrijtjes.

Ook dat is veranderd. Scholen willen/moeten lerende organisaties zijn. Directeuren stellen zich op als onderwijskundige leiders, meestal zonder zelf voor de klas te staan. Ze initiëren tal van veranderprocessen die vergaderintensief zijn. Scholen willen in toenemende mate maatwerk verzorgen: binnen de klas differentiëren. Dat vraagt veel voorbereidingen, waardoor de werkdruk toeneemt. Want er moet dagelijks ook gewoon klassikaal lesgegeven worden aan volle groepen.

Klassikaal versus individueel

Door onderwijsvernieuwers wordt er veel op afgegeven, maar klassikaal onderwijs is op de meeste scholen in Nederland nog de norm. Deze vorm van onderwijs was in de negentiende eeuw een belangrijke en bijzonder succesvolle innovatie die relatief goedkoop en hoogwaardig onderwijs voor de massa mogelijk heeft gemaakt.

In een volle klas is echter niet veel ruimte om het lesaanbod op maat toe te snijden. Wie voor de klas staat, stemt zijn les af op de middengroep. Probeert extra hulp te bieden aan de zwakke leerling, of probeert de goede leerling te prikkelen met extra opdrachten, maar de mogelijkheden daartoe zijn beperkt. Om klassikaal onderwijs optimaal te laten functioneren, zijn betrekkelijk homogene groepen gewenst. Dus geen brede brugklassen met grote niveauverschillen. Het sterke punt van klassikaal onderwijs is dat iedere leerling relatief veel ‘uitlegtijd’ krijgt. Zodra je in groepen of individueel gaat werken, krijgt een leerling minder ‘lestijd’ van de leraar.

Wie dus pleit voor meer maatwerk en heterogeniteit in de ‘klassen’ wil bevorderen, moet klassikaal onderwijs sterk verminderen en aanvullen met meer op de persoon toegesneden leerroutes. Dat heet gepersonaliseerd leren. Onderwijsbestuurders hebben er de mond van vol, maar bedoelen er vaak heel verschillende dingen mee.

Een uiterste is dat leerlingen zowel de leervorm als leerinhoud zelf mogen bepalen – iedere leerling zijn eigen onderwijsbubbel. Of de leerling krijgt de mogelijkheid de voor iedereen vastgestelde leerinhoud op een eigen manier te verwerken. Al dan niet met behulp van zogenoemde adaptieve software waarmee leerlingen op hun eigen niveau kunnen oefenen.

Maatwerk is duur

Maar zoals iedereen in het bedrijfsleven weet: maatwerk is duur. Maatwerk is voor het hogere segment van de markt. Prima om de deuren in huis op maat door de timmerman te laten maken, maar de meeste mensen gaan toch naar de bouwmarkt. Maatwerk vraagt vakmanschap. Vaklieden hebben veel eigen ‘regelruimte’, zijn eigenaar van hun vakwerk.

Precies daar gaat het mis. Onderwijsbestuurders willen een ‘paradigmashift’ maken naar maatwerk/gepersonaliseerd leren – met de middelen en in de context van het klassikale onderwijs. Dus overbelaste leraren.

Dat kan niet. Leraren moeten dan veel minder uren voor de klas staan en veel meer tijd krijgen voor de begeleiding van leerlingen. Daarvoor ontbreekt niet alleen het geld, er zijn ook domweg te weinig leraren voor. Ook moeten het eigenaarschap van de lesinhoud, de manier van toetsen en de vormgeving van het onderwijs veel meer in handen komen van de leraren zelf. Maatwerk voor leerlingen kan niet worden verzorgd door ‘gestandaardiseerde’ leraren of worden uitbesteed aan computers. Dan verdwijnt de inspiratie en motivatie.

Verelendung

Het voortgezet onderwijs is inmiddels in dezelfde neerwaartse spiraal beland als het primair onderwijs. Hoge verwachtingen van ouders en politiek, maar: met een matige beloning, volle klassen met veel zorgleerlingen en een focus op maatwerk. Met een gemiddeld lagere opleiding moeten leraren maatwerk leveren in een verouderde klassikale context. Deze riskante mix leidt tot toename van de werkdruk en relatief veel burn-outs. En tot een lerarentekort, want hoogopgeleide voetvegen zijn moeilijk te vinden.

Mijn conclusie: als we willen dat onderwijs meer maatwerk moet leveren, moeten we bereid zijn de marktconforme prijs daarvoor te betalen. Anders zullen een hogere werkdruk en een lager niveau het gevolg zijn. En houden we heimwee naar de tijden van de hbs: toen de leraren nog hoogopgeleid waren en de klassen rustig. Of evolueren we naar een Amerikaans stelsel: met voor de massa middelmatig (relatief goedkoop) onderwijs en voor wie het kan betalen aanvullingen in het topsegment.

Jan Drentje is historicus aan de Rijksuniversiteit van Groningen.