Column

Een goede mislukking is zeker niet verkeerd

Je leest nog zelden dat een recensent een roman volledig de grond in boort. Een wetenschapper die zegt: ik heb schitterend onderzoek gedaan – maar er kwam niets uit. Een voetbalverslaggever die vertelt: onbegrijpelijk dat ze het gepruts in die eredivisie elke zondagavond uitzenden. Of een politicus, laten we hem Pechtold noemen, die toegeeft: achteraf was het dom dat wij als partij die halfslachtige inspraakpoging van het raadgevend referendum als vooruitgang hebben betiteld.

De maatschappij als geheel ontwikkelt de gewoonte de eigen mislukkingen uit het openbare leven te bannen. Mislukkingen zijn voortaan zoals traagheid en verlegenheid en een scheef gebit: ze bestaan niet meer. Dus lezen wij vooral nog over goede boeken en geslaagde wetenschap. Dus zie je op een verkiezingsavond op sociale media alleen juichende reacties van politiek leiders: iedereen enorm gewonnen.

Woensdagmorgen hoorde ik op Radio 1 een interessante kerel, ene Paul Iske, die het Instituut voor Briljante Mislukkingen leidt. Schitterend initiatief. Hij benadrukt het belang van mislukkingen. Mislukken is een vorm van leren, zei hij, in de analyse van elke mislukking zit de vooruitgang verborgen: als we ons niet afvragen waarom dingen mislukken, houden we op ons te verbeteren.

Ik begrijp dat het vandaag Dag van de Briljante Mislukkingen is. Nu zijn er iets te veel Dagen voor goede bedoelingen (‘Dag van de Vrijwilliger’), maar deze krijgt meteen mijn steun: welkom, Dag van de Briljante Mislukking, je komt als geroepen.

Want de vraag is natuurlijk hoe het komt dat wij ogenschijnlijk steeds minder analytische aandacht voor onze mislukkingen hebben. De huis-tuin-en-keukenmislukkingen van Bekende Nederlanders – een Rita Verdonk, een Ratelband – gaan erin als koek. Maar grote mislukkingen, de fundamentele mislukkingen? Het zoveelste ICT-schandaal bij de rijksoverheid. Het debacle van de Nationale Politie. Die categorie. De minister onderschrijft het onderzoeksrapport en belooft gauw beterschap: we weten allemaal dat het zo gaat.

Maar de politiek is hierin niet uniek. De politiek is hierin representant van de maatschappij. We denken blijkbaar allemaal dat wegmoffelen van mislukkingen loont. Als je het niet toegeeft is het niet gebeurd. En we weten hoe we ons moeten presenteren. Wat we moeten benadrukken. Hoe anderen onze lichaamstaal lezen.

Leren is zo presenteren geworden: we zoeken onze leermomenten niet meer in de analyse van de mislukking, maar in de perfectionering van onze presentatie. We ogen beter, we leren minder. Dus mislukte boeken, mislukte wetenschap, mislukte politieke ideeën: hoogste tijd dat we hun belang in ere herstellen.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.