Cultuur

Interview

Interview

Rawabi, Westelijke Jordaanoever, 2016

Foto Ad van Denderen

De hoop is weg in Israël

Fotografie Ad van Denderen maakte een boek met de foto’s die hij sinds begin jaren negentig in Israel maakt.

‘Eigenlijk doe je het nooit goed.” Ad van Denderen zucht. „Als je foto’s maakt in Israël en de Palestijnse gebieden, dan moet je enorm oppassen. Of je wordt in het ene kamp gezogen, of in het andere. Dan weer kies je te veel de zijde van de Palestijnen, dan doe je de Israëliers tekort.”

Zaterdag opent in het Amsterdamse Huis Marseille de expositie Jerusalem Stone van fotograaf Ad van Denderen, met foto’s die hij tussen 1993 en 2017 maakte in Israël en de Palestijnse gebieden: „Ik heb in allerlei conflictregio’s gewerkt en fotoseries gemaakt over heftige thema’s als migratiestromen en rassenongelijkheid, maar het meeste commentaar heb ik altijd gekregen op foto’s die ik maakte in Israël. Het is zo lastig om in dit conflict je standpunt te bepalen. Iedereen heeft wel ergens gelijk.”

Bekijk ook de fotoserie met werk van Ad van Denderen: De rol van steen in het Israëlisch-Palestijns conflict

Al bijna 25 jaar lang reist Van Denderen (Zeist, 1943) met regelmaat naar Israël en fotografeert er het dagelijkse leven. In het begin in zwart-wit, in een vrij klassieke, registrerende reportagestijl. Later vooral in kleur, met meer afstand en ruimte, abstracter. Voor de tentoonstelling in Huis Marseille werd steen zijn leidraad; dé manier om het complexe verhaal van een getormenteerd gebied in beeld te brengen. Steen als beeldbepalend element in een droog, mediterraan landschap. Steen als bouwmateriaal voor huizen, barricades en muren. Steen als wapen voor de Palestijnen, die er hun woede mee uiten.

Sinds Ad van Denderen, opgeleid als grafisch vormgever, in 1968 begon met fotograferen, richtte hij zijn lens op wantoestanden in de wereld. Eerst als fotojournalist, al snel daarna als documentair fotograaf die met zijn foto-essays ruimte kreeg in bladen als Vrij Nederland, The Independent en Geo. Vaak kregen zijn projecten vorm in tentoonstellingen en boeken: Welkom in Suid-Afrika (1991), over de bevolking van een goudmijnstadje in de nadagen van het apartheidsregime; Go No Go, over de migratiestromen aan de Europese grenzen; So Blue, So Blue, over zestien landen rondom de Middellandse Zee. Allemaal langlopende ondernemingen. Hij reisde in totaal meer dan tien keer naar Israël, wat eerder resulteerde in Peace in the Holy Land (1997) en Martyr-ship (2004).

Zijn belangstelling voor Israël ontstond al jong: „Toen ik 20 was, zou ik naar India gaan. Reizen, vrijheid proeven. Mijn vriendin Reinke, ze was 17, wilde naar de kibboets in Israël. Toen bleek dat ze zwanger was van ons kind, besloot ik mijn reis naar India uit te stellen. De kibboets bleek niet helemaal mijn ding, ik wilde privacy. We huurden voor een half jaar een huisje aan zee. Onze zoon Misha werd er in 1966 geboren, ik verdiende de kost met het plukken van sinaasappels, mandarijnen en citroenen. Ik heb daar met Israëliërs en Palestijnen in grote harmonie zij aan zij gewerkt.”

Toch ging u pas in de jaren 90 terug.

„Een jaar nadat wij waren vertrokken brak de Zesdaagse Oorlog uit. De situatie veranderde totaal. Ik kon al die jaren niets met dit onderwerp omdat ik het gevoel had: als ik ga, dan moet ik kiezen. Voor de een, of voor de ander. Dat wilde ik niet en dat kon ik niet.”

Wat trof u aan toen u terug was?

„Ik reisde voornamelijk naar Gaza en de Westelijke Jordaanoever en wat me opviel: dat gedoe met die wegen. Er zijn wegen waar alleen Israeliërs mogen rijden, wegen alleen voor Palestijnen, en wegen voor beide partijen. Overal bewaking en beveiliging. Soms moeten Palestijnen tientallen kilometers omrijden omdat ze niet over een Israëlische weg mogen. Het is zo symbolisch voor het feit dat ze nauwelijks zeggenschap hebben over hun eigen gebied en hun eigen bezit.”

En die situatie werd allengs erger.

„Ja, het wordt steeds harder. Er was even nieuw perspectief na de Oslo-Akkoorden in 1993. Rabin en Arafat die elkaar de hand schudden. Maar die hoop is weg. De macht van de kolonisten die een harde koers varen wordt steeds groter en Netanyahu geeft er geen blijk van een mildere koers in te willen zetten.”

In het begin waren uw foto’s zwart-wit en documenterend, nu zien we ook kleur.

„Ik was lang echt een zwart-witfotograaf. Het is grafischer, duidelijker, het leidt niet af. In het verleden was ik meer bezig met pure registratie.

„Toen ik in 2001 drie weken lang elke nacht in de duinen bij Punta Paloma, Spanje, had liggen wachten hoorde ik in de vroege ochtend het geluid van een motorbootje dat zeventig vluchtelingen afzette op het strand. Toen wist ik twee dingen zeker. Eén: mijn project Go No Go was na vijftien jaar eindelijk af. Ik had in de laatste jaren daarvan een enorme behoefte aan verandering maar dat ging niet; het was in zwart-wit en dat aanpassen zou een te grote stijlbreuk zijn. Twee: ik wilde mezelf opnieuw uitvinden. Gelijk de week erna kocht ik een middenformaat camera en ging ik over op kleur. De nieuwe camera creëerde een heel andere manier van kijken: uitgebalanceerder, rustiger.”

Nam u ook meer afstand?

„Ja, ook letterlijk. In Jerusalem Stone zie je dat de afstand tot de mensen op de foto’s groter is, vaak staan er helemaal geen mensen meer op. Zoals de foto’s van de fonkelnieuwe Palestijnse stad Rawabi, die daardoor net een spookstad lijkt. Soms is een beeld bijna abstract, zoals van de stenen uit de groeve waar de Jerusalem Stone wordt gewonnen. Daar zie je alleen nog maar structuur en vorm. Door die beelden vervolgens in reeksen te plaatsen krijg je een bepaald ritme waardoor er ruimte ontstaat voor de kijker. Je kunt er je eigen gedachten en fantasieën op loslaten.”

Bent u minder boodschapperig?

„Ik wilde de kijker leiden met mijn beelden. Laten zien: kijk eens, wat een onrecht. Nu neem ik een stapje terug waardoor je veel meer je eigen ideeën op de foto’s kunt projecteren. Dat heeft vast ook met mijn leeftijd te maken. Als je jong bent zoom je meer in, als je ouder wordt heb je behoefte aan wat meer afstand.”

Wat is er veranderd in de fotojournalistiek?

„De techniek natuurlijk, die de mogelijkheid biedt enorm in te zoomen op vooral heel veel emotie. En de snelheid. Het tempo waarin het nieuws en de verhalen circuleren is waanzinnig. Als ik iets in de krant lees, hebben mijn kinderen het allang op sociale media gezien. Ik zie dat deze ontwikkeling niet te stoppen is en zie heus ook de voordelen, maar wat ik mis is de filtering en de reflectie.

„Met een team zijn we nu bezig aan een groot project in Welkom, Zuid-Afrika, waar ik in 1990 ook al fotografeerde. Terwijl we aan het werk zijn, wordt er voortdurend van alles op sociale media geslingerd. Dan vraag ik weleens: heb je daar eigenlijk wel over nagedacht?”

Stone is uw derde grote project over Israël/Palestina, komt er nog een vierde?

„Nee. Ik vind het een heftig land. Ik word er somber van. Elk perspectief op een goede oplossing ontbreekt, je loopt er de hele tijd tegen grenzen aan. En dan bedoel ik niet alleen de muren en andere barrières, maar ook de grenzen die mensen ervaren in hun mogelijkheden, hun leven.”

Steen als afsluiter dus.

„Ja, pas toen ik steen als metafoor voor het conflict ging gebruiken, zag ik de mogelijkheid om het project af te ronden.”

Ad van Denderen, Jerusalem Stone, van 9 december t/m 4 maart 2018 in Huis Marseille, Amsterdam. Gelijktijdig verschijnt Ad van Denderen, Stone 1993-2017. 200 pagina’s, €25. Uitg. Fw:Books