De ‘God van Defensie’ vergat zichzelf niet

rechtszaak

Defensiemedewerker Jacques H. reisde de wereld rond en reed in een luxe auto op kosten van autoverkopers. Zo zouden zij mooie deals hebben binnengesleept met Defensie, aldus het OM. Onzin, stelde H. in de rechtbank.

Beeld Istock, bewerking Studio NRC

Er was maar één man die er toe deed, als je auto’s aan Defensie wilde verkopen. De „God van Defensie”, zo noemden autohandelaren hem. Op het ministerie stond hij bekend als het „oliemannetje”. Hij kon, als het met auto’s te maken had, álles regelen. Wilde een minister een aparte vering voor zijn BMW, dan werd Jacques gebeld. Waren er voor een NAVO-top opeens chique Audi’s nodig, dan regelde Jacques het bij de importeur.

Zo ging het tussen 2000 en 2012, maar inmiddels is de voormalig defensie-ambtenaar Jacques H. diep gevallen. Deze week werd hij twee dagen gehoord door de rechtbank in Rotterdam, als hoofdverdachte in een grote corruptiezaak rond ambtenaren en autoverkopers.

Uit het dossier, ingezien door NRC, en tijdens de rechtszitting, blijkt dat H. al die tijd de vrije hand kreeg van het ministerie van Defensie. Het departement maakte daarbij gretig gebruik van zijn kennis en uitstekende contacten in de autowereld. H. vergat daarbij zichzelf niet. Hij regelde dat hij tegen zeer gunstige condities een Audi A5 kon leasen en hij nam deel aan meer dan dertig buitenlandse uitstapjes met de auto-industrie – zonder daarvoor te betalen.

Ook fungeerde hij als schakel bij geheime operaties. Zo arrangeerde hij in 2009 een afspraak voor twee werknemers van de militaire inlichtingendienst MIVD bij de Rotterdamse Renaultdealer VKV. De mannen („kleerkasten”) hadden, zo vertelden de directeuren van VKV gisteren bij de rechter, met grote haast een niet traceerbare auto nodig voor een operatie in Italië. Bij VKV waren ze diep onder de indruk, vooral toen de MIVD’ers de wagen (à 19.000 euro) cash afrekenden.

In opdracht van H. regelde de Renault-dealer daarna ook andere zaken voor de MIVD. Dat was vertrouwelijk werk, wisten de directeuren. H. had ze uitgelegd dat sommige dingen officieel niet bestonden, en dat gold zeker voor MIVD-auto’s. Zo ook voor de bijkomende kosten: kregen de MIVD’ers een boete, moest er iets in de auto’s worden ingebouwd of liepen ze schade op, dan moesten de facturen niet naar Defensie. Dat zou te traceren zijn.

Geheime potjes

Om dat te omzeilen werd een apart potje gecreëerd in de boekhouding van VKV. Dat stond op naam van een niet bestaand bedrijf, JaHo Rentals. Dat was vernoemd naar de twee eerste letters van de voor- en achternaam van Jacques. Elke keer dat de MIVD een Renault bij VKV bestelde, kwam er een extra bedrag in het geheime potje.

Bij VKV maakte bewondering na verloop van tijd plaats voor ongemak. Zeker toen de directie in de gaten kreeg dat uit het potje ook een deel van de kosten voor een luxe privé-auto van Jacques H. werd betaald. Tien maanden lang maakte VKV elke maand 700 euro over naar Van Mossel Leasing, waar H. een Audi A5 leaste. Uit het potje werd ook meebetaald aan de auto van Jacques’ dochter, bleek later uit onderzoek van de Rijksrecherche.

Een mailwisseling tussen de directeuren van VKV uit het voorjaar van 2011 toont de spanning die dit teweegbracht bij de Renaultdealer.

„Het lijkt er nu op dat zodra Jacques’ potje leeg dreigt te raken, er een nieuwe order opduikt waaruit het potje verder gevuld moet worden”, schrijft een directeur.

„Dit is echt idioot!!! Dit is steeds gekker!!! Dit is niet meer een aardigheidje! Ik overleg met Renault”, is het antwoord.

„Heb je dit al met Renault […] aangekaart, het slaat helemaal nergens op in mijn optiek. Ik word hier een beetje droevig van, we doen geen Defensie-auto’s meer en dhr. H. blijft gefêteerd worden.”

Codenaam Dotterbloem

VKV was niet het enige autobedrijf dat hoopte meer auto’s aan Defensie te verkopen door Jacques H. in de watten te leggen, bleek tijdens de eerste twee zittingsdagen in de zaak die de codenaam Dotterbloem heeft gekregen. Dat in de watten leggen uitte zich vooral in buitenlandse relatie-evenementen.

Bij autobedrijf Pon telde maar één ding: orders binnenhalen. Wie besliste over de aankoop van wagenparken, kreeg snoepreisjes aangeboden. Lees ook: Veertien keer met vakantie op kosten van Pon

Tussen 2001 en 2011 ging H., meestal samen met zijn vrouw, op 32 volledig door autobedrijven betaalde reisjes. Naar Roland Garros (Peugeot), het filmfestival in Venetië (Fiat), Club Med (Renault), het Volvo Ice Program in Zweden (Volvo).

Het verst ging Pon, importeur van Duitse A-merken. Met H. als enthousiaste deelnemer, zo vertelde een account-manager bij Pon later aan de politie: „Als hij lucht van een reis kreeg, stond hij al op de stoep om te zeggen dat hij ook mee wilde.” Veertien keer gingen Jacques en zijn vrouw op kosten van de importeur op reis: korte cruises op de Middelandse Zee, een uitje naar IJsland of naar de Formule 1 in Monaco.

Vanaf 2006 – toen H. mee mocht met reisjes die vooral waren bedoeld voor captains of industry – werd het luxer. Zo ging de beleidsmedewerker mobiliteit van het ministerie van Defensie met bestuursleden van ABN Amro, uitzendgigant USG, Strukton of Herz Nederland naar Californië, Schotland en de Olympische spelen in Vancouver. Die reizen kostten Pon zo’n 10.000 euro per meereizend echtpaar.

Voor de autohandelaren was het doel duidelijk, zo blijkt uit interne mails die de rechtbank aan Jacques H. voorlas. Ze wilden informatie, en als het kon meer auto’s verkopen. Toen H. een bestelling Fords had omgezet in Renaults, mailde een Renault-adviseur: „cruises ofzo doen wonderen”. Nadat Pon een intern Defensiestuk van Jacques H. had gekregen, mailde een Pon-directeur intern: „Vind dat H. eigenlijk zijn tripje nog niet helemaal heeft verdiend…”

Twee dagen lang hielden rechters Jacques H. commentaren voor uit de autohandel, allemaal variaties op het thema: H. is chantabel, gevoelig voor cadeautjes. Keer op keer wuifde H. dit weg, met vaak zichtbare ergernis: „Hier kan ik niets mee.” Of „Ik herken mij hier niet in.”

Hij had zich nooit gefêteerd gevoeld, de attenties waren immers volstrekt gebruikelijk „in die wereld”. De grote kortingen op de Audi A5? „Als je bekend bent, komen deze bedragen voorbij. Het zou Gordon ook kunnen overkomen.”

Het zou „idioot” zijn, zei H. tegen de rechters, om zichzelf „tekort te doen”. Dat VKV tien maanden lang zijn leasekosten voorschoot was geen bevoordeling. H. zat krap bij kas, en „ze wilden me gewoon helpen”. En hij had afgesproken het terug te betalen. Van het MIVD-potje waaruit zijn lease en de auto van zijn dochter werd betaald, wist hij weinig. Hij had hij alleen „vermoedens”.

De buitenlandse reizen? Hij móest wel gaan, legde H. uit. Het waren netwerkbijeenkomsten, en hij had die netwerken nodig als hij klusjes moest opknappen voor Defensie, zoals auto’s regelen voor de MIVD, of extra’s voor hoge ambtenaren.

Dat hij zijn vrouw meenam, was omdat de reisjes vaak in het weekend plaatsvonden. Hij nam dan verlof op, omdat hij anders de reizen als extra uren moest verantwoorden en de bedragen „moest declareren”. Maar hij wilde Defensie niet op kosten jagen. „Dan zou ik fout bezig zijn.”

Als het aan Defensie had gelegen, had Jacques H. nog jaren door kunnen werken. Eigenlijk wist geen van zijn leidinggevenden wat hij precies deed, en hij functioneerde prima, zo blijkt uit verhoren van zijn meerderen door de Rijksrecherche.

Wel deden integriteitsfunctionarissen van Defensie na interne meldingen drie keer een onderzoek naar H., zonder dat hij echt werd teruggefloten. En zijn direct leidinggevende merkte op dat de integriteit van H. gezien zijn positie „bijzondere aandacht” verdiende, maar daar bleef het bij. De leidinggevende: „Ik wilde het verder ook niet oppakken, het zou denk ik moeilijk zijn geweest.”

Jacques H. voelt zich ondertussen vooral slachtoffer - zei hij donderdag tijdens een onderbreking van de rechtszaak. „Het is een krankzinnige zaak, en alles is uit zijn verband gerukt.”