Banken moeten meer kapitaal aanhouden

Kapitaaleisen banken De kapitaaleisen voor Europese banken worden aangescherpt. Dat heeft het Bazelse Comité donderdag bekendgemaakt. Nederlandse hypotheken kunnen hierdoor duurder worden.

Beeld studio NRC

De kapitaaleisen voor banken worden licht aangescherpt. Europese banken zullen meer eigen vermogen moeten aanhouden dan tot nu toe, op basis van hun cijfers over 2015, het geval was.

Dit heeft het Bazelse Comité donderdag in de Duitse stad Frankfurt bekendgemaakt. Nederlandse banken kunnen hierdoor een flinke verhoging van hun minimum-kapitaal tegemoet zien.

Volgens de Europese Bankenautoriteit hebben de grootste Europese banken 39,7 miljard euro aan extra eigen vermogen nodig. De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) stelde in een reactie dat Nederlandse banken goed in staat zijn de gevolgen van het besluit op te vangen. Maar hypotheken in Nederland kunnen er wel duurder door worden.

De nieuwe richtlijnen hoeven overigens pas vanaf 2022 te worden ingevoerd en dan over een termijn van vijf jaar. Bovendien zullen de nieuwe eisen moeten worden omgezet in Europese wetgeving waarbij, hoopt de NVB, rekening wordt gehouden met de onderlinge verschillen tussen de nationale bancaire markten in de EU. Ook toezichthouder De Nederlandsche Bank wees op de ‘ruime transitieperiode’ die is ingebouwd.

Al in 1974 werd het zogenoemde Bazelse Comité opgericht om minimum-kapitaaleisen voor banken internationaal te stroomlijnen. Directe aanleiding destijds was de ondergang van de Duitse Herstatt-bank. De eerste Basel-richtlijnen werden ingevoerd in 1988. Kern was het principe dat het eigen vermogen van banken moest worden berekend als een percentage van de ‘risicogewogen’ uitzettingen (de leningen en bijvoorbeeld het bezit van obligaties).

Incidenten

Incidenten zorgden er daarna voor dat de richtlijnen telkens werden uitgebreid en aangescherpt. Onder meer de Azië-crisis van 1997-98, de ondergang van de Britse Barings Bank in 1995 door de speculaties van handelaar Nick Leeson, en het op het nippertje voorkomen bankroet van het hedgefonds Long Term Capital Management in 1998 zorgden ervoor dat niet alleen kredietrisico maar ook marktrisico en operationele risico’s moesten worden meegeteld. Die sloegen neer in Basel II in 2004.

In 2010, na de financiële crisis, kwamen daar extra eisen bovenop, in Basel-III. De donderdag overeengekomen aanscherpingen zijn wel ‘Basel-IV’ genoemd, maar zijn eerder op te vatten als een soort Basel 3.1.

Kern van de regelgeving is dat banken een keuze hebben. Zij kunnen gebruik maken van een standaardmodel voor de risicoweging van hun kredieten. Of zij kunnen een eigen risicomodel hanteren. Dat levert vaak veel minder hoge risicometingen op dan in het standaardmodel.

Het donderdag gesloten akkoord stelt dat er een ‘vloer’ moet zijn: de eigen meting mag een kapitaaleis opleveren die niet lager is dan 72,5 procent dan de eis die het standaardmodel zou opleveren. Zo wordt voorkomen dat banken veel te laag uitkomen bij het zelf berekenen van hun vermogenseis. Bij Basel-III werd al een zogenoemde ‘leverage ratio’ ingevoerd. Dat is een vermogenseis zonder enige weging van de uitzettingen van een bank, dus gewoon op basis van het balanstotaal.

Nederland

Vooral Nederlandse banken worstelen in dit verband met hun hypotheekportefeuilles, die verhoudingsgewijs fors zijn. Bovendien is in Nederland nog gebruikelijk dat nagenoeg een hele hypotheek kan worden gefinancierd, met weinig tot geen inbreng van eigen geld. Dat kan internationaal op weinig begrip rekenen: er kan een groot verschil ontstaan bij de inschatting van het risico die een Nederlandse bank voor zijn hypotheek berekent, en hoe daar internationaal tegenaan wordt gekeken.

Juist omdat de weging van hypotheken in de interne modellen van Nederlandse banken relatief laag is, kan een verhoging naar aanleiding van de nieuwe regels leiden tot een veel hogere kapitaaleis.

Hoeveel precies is nog onduidelijk. Bij de Nederlandse banken hoopt men dat er in Europees verband meer begrip kan worden gekweekt voor wat als een nationale bijzonderheid wordt gezien. Wat daarbij kan helpen is dat met name het zwaarder wegen van hypotheken ook de inzet is geweest van een verschil van mening met de Verenigde Staten. Daar hebben banken relatief veel minder hypotheekleningen op de balans dan Europese banken.

Voor de Nederlandse hypotheekmarkt hebben de nieuwe eisen mogelijk drie gevolgen. De eerste is een rente-opslag, waarvan de omvang overigens onduidelijk is. De tweede is dat er meer eigen geld wordt gevraagd van huizenkopers. De lagere ‘loan to value’ (LTV) die daar het gevolg van is, maakt dat banken er minder kapitaal tegenover hoeven te zetten. De Nederlandsche Bank pleit overigens al geruime tijd voor een lagere LTV, waarbij vaak 90 procent wordt genoemd.

Derde mogelijke gevolg is een verandering van de hypotheekmarkt, die overigens al gaande is. Andere financiële instellingen, zoals verzekeraars of zelfs pensioenfondsen, kunnen in het gat springen dat Nederlandse banken op de hypotheekmarkt achterlaten.

Zo bezien is het nog niet duidelijk in hoeverre de huizenkoper straks daadwerkelijk meer geld kwijt zal zijn aan de hypotheek.