Trumps stap heeft vooral gevolgen voor VS zélf

Met zijn overwegend negatief ontvangen besluit Jeruzalem als hoofdstad van Israël te erkennen, bedient president Trump groepen Amerikaanse kiezers. De VS trekken zich terug uit het Israëlisch-Palestijnse dossier, liet Trump woensdag merken.

President Donald Trump legt zijn hand tegen de Klaagmuur in Jeruzalem bij zijn bezoek aan die stad in mei dit jaar. Foto Ronen Zvulun/EPA/Pool

„Het is tijd Jeruzalem officieel te erkennen als de hoofdstad van Israël.” Met die woorden brak Donald Trump woensdag met zeventig jaar Amerikaans buitenlands beleid. Met de formele erkenning kondigde Trump aan de Amerikaanse ambassade te verhuizen van Tel Aviv naar Jeruzalem. Hij doet daarmee wat veel voorgangers als presidentskandidaat beloofden, maar als president nooit durfden te doen.

De gevolgen van Trumps stap zijn mogelijk gigantisch. Niet per se voor de Israëlisch-Palestijnse betrekkingen, of het Midden-Oosten. Van een ‘vredesproces’ tussen twee partijen is al jaren geen sprake meer. Een Palestijnse staat, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad, is volkomen uit beeld geraakt. En het grootste deel van de Arabische wereld heeft zich informeel allang bij de status quo neergelegd.

De grootste gevolgen zullen voor de Verenigde Staten zélf zijn. Trump plaatst zijn land buiten de internationale orde. Meteen na Trumps toespraak kwamen er afkeurende reacties van Europese bondgenoten als Frankrijk en Duitsland, en Arabische bondgenoten als Jordanië en Saoedi-Arabië. De Europese Unie, het Vaticaan en de Verenigde Naties reageerden allemaal negatief.

Het is een patroon dat kenmerkend is voor Trumps presidentschap. Hetzelfde gebeurde toen hij aankondigde dat zijn land zich terug zal trekken uit het klimaatakkoord van Parijs. Amerika staat meer en meer alleen.

Amerikaanse rol steeds kleiner

De Amerikaanse rol in het Israëlisch-Palestijnse conflict is steeds kleiner geworden. Verschillende presidenten probeerden tevergeefs een akkoord te forceren. Gesprekken in Madrid (1991), Camp David (2000) en Annapolis (2007) waren vruchteloos. Ook na de Oslo-akkoorden van 1993 verzandde ieder overleg uiteindelijk.

Trump liet merken dat de VS zich nu helemaal terugtrekken uit dit dossier. Vrede kan alleen bereikt worden als beide partijen het eens worden, zei hij. Over een Amerikaanse rol zei hij niets. Dat is een grote concessie aan de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, die zo min mogelijk Amerikaanse bemoeienis wil. Hij heeft belang bij behoud van de status quo én bij de erkenning dat Jeruzalem Israëls hoofdstad is.

Westen tegen islam

Toen Trump zijn besluit aankondigde, werd hij geflankeerd door vicepresident Mike Pence. Dat was een subtiel, maar belangrijk signaal van het Witte Huis. Trumps woorden waren bedoeld voor de kleine, maar invloedrijke groep evangelische Republikeinen voor wie Israël een belangrijk thema is. Pence is een voorman uit die groep. Het kan voor Trump geen kwaad deze evangelicals te omarmen, zes dagen voor cruciale verkiezingen voor een Senaatszetel in de diep religieuze staat Alabama.

Maar Trump had meer groepen op het oog. In de grotendeels seculiere ‘alt-right’-beweging werd het besluit juichend ontvangen. Daar wordt ‘Israël’ gezien als een oorlog van het Westen tegen de islam. De website Breitbart, van Trumps oud-adviseur Steve Bannon, kopte: „Halleluja!”

De meeste Joodse Amerikanen zijn tegen erkenning van Jeruzalem als hoofdstad, of verplaatsing van de ambassade. Maar een belangrijke Republikeinse geldschieter, Sheldon Adelson, pleitte hier vaak voor bij Trump. Hij hield Trump de afgelopen maanden aan zijn belofte de ambassade te verplaatsen, meldden Amerikaanse media. Casinomagnaat Adelson, een bondgenoot van Netanyahu, besteedde tientallen miljoenen dollars aan de verkiezing van Trump. De Republikeins-Joodse Coalitie schrijft Trump in een advertentie: „De geschiedenis zal u eren als een van Israëls grootste vrienden.”

Veel van Trumps voorgangers, ook Barack Obama, beloofden als kandidaat de ambassade naar Jeruzalem te verplaatsen. Het Congres besloot ertoe in 1995. Toch verlengden presidenten altijd de status quo, uit angst voor escalatie. Uitgerekend de president die volgens een Amerikaanse mediawijsheid „serieus, maar niet letterlijk” moet worden genomen, verbindt consequenties aan zijn woorden.