Column

Sinterklaasbombardement

Sinterklaas roept tegenwoordig veel onrust op, maar gelukkig nog geen bombardementen. Dat is wel eens anders geweest, zoals ze zich in Eindhoven nog goed kunnen herinneren. Daar vond vandaag 75 jaar geleden, op zondag 6 december 1942, een Brits bombardement op de Philipsfabrieken plaats. Bijna 150 Eindhovenaren kwamen om. Deze aangrijpende gebeurtenis leeft voort als het zogeheten Sinterklaasbombardement.

Mijn vrouw was er half bij, maar dat zal ik verderop uitleggen. Eerst de feiten, zoals die zijn terug te lezen in een nuttig boekje dat historicus Hans Schippers onder de titel 75 jaar ‘Sinterklaasbombardement’ 1942 - 2017 onlangs liet verschijnen bij Uitgeverij Optima. Schippers voegt nieuwe perspectieven en pijnlijke vragen aan eerder verschenen studies toe.

De Royal Air Force wilde vooral de productielocaties van Philips voor radiobuizen uitschakelen. Die waren voor de Duitsers van groot strategisch belang. De bommen vielen ’s middags vanaf half een op de fabriek aan de Emmasingel in het centrum en op het Strijp-S-complex in het stadsdeel Strijp.

Directeur Frits Philips zat na de kerkdienst bij een nicht aan de rand van de stad koffie te drinken. Hij zag het eerste eskader vliegtuigen aankomen en zei: „Zou het om het station te doen zijn? Meteen zagen wij bommen vallen, wij hoorden het dreunen van inslagen en met ontzetting begrepen wij dat onze stad werd gebombardeerd!”

Schippers kritiseert Frits Philips – hij vindt diens verbazing een kenmerkende uiting van naïviteit. De Philipsleiding wilde, ook naderhand, niet inzien dat Philips als belangrijkste leverancier van radiobuizen aan de Duitse krijgsmacht een begrijpelijk doelwit was voor de Britten. Schippers noemt die houding van Frits „weinig geloofwaardig”.

Anton Philips, de grote baas die naar de Verenigde Staten was uitgeweken, liet zelfs aan de Nederlandse regering in Londen weten dat hij en andere directieleden „van woede overkookten” toen ze van het bombardement hoorden.

Het zou ook niet bij dit ene bombardement blijven. Op 30 maart 1943 voerde de RAF een kleinschaliger bombardement uit op Philips, waarbij 24 Eindhovenaren omkwamen. Op 25 mei 1944 ontsnapte Eindhoven zelfs op het nippertje aan een grotere ramp toen de RAF een reusachtig bombardement op Philips aan de Emmasingel afgelastte wegens ongunstig weer.

Terug naar 6 december 1942. Mijn schoonfamilie, woonachtig aan de Johannastraat in Eindhoven, zat in het oog van de aanvalsstorm. Mijn schoonouders, hun zonen Louis, Gerard, Piet en Paul en hun dochter Anny zagen het vanuit hun huis gebeuren. „Ik zag in de verte een grote schoorsteen van een fabriek instorten”, zegt Anny, toen 7 jaar, „vooral dat beeld is me altijd bijgebleven. En verder natuurlijk de grote angst.”

Het hele gezin vluchtte de straat op en liep met honderden mensen naar het stadsdeel Gestel in het zuidwesten. Toen ze ’s avonds terugkeerden, vonden ze thuis de nog gedekte eettafel terug onder een dikke laag stof, veroorzaakt door de trillingen. Gerard, bijna 9 jaar, vond het allemaal „meer indrukwekkend dan angstwekkend”. Pas de volgende dag, toen hij de verwoestingen in de buurt zag, besefte hij hoe erg het was geweest.

En mijn vrouw? Die zat nog in de buik van haar moeder.