Over no-cure-no-paywerk betaal je wel omzetbelasting

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week belastingrecht

Foto Getty

Een advocaat werkte op no-cure-no-paybasis en ontving alleen een proceskostenvergoeding als zij de zaak had gewonnen. Over deze vergoeding bracht zij geen btw in rekening. Ze beschouwde de inkomsten als een soort prijzengeld en vond dat ze, in navolging van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, daarvoor niet btw-plichtig was.

In dit zogenoemde Baštová-arrest stelde een ondernemer een paard ter beschikking voor een paardenrace. Als het paard won, kreeg de eigenaar het prijzengeld en als het verloor, kreeg hij niets. Over het prijzengeld hoefde de eigenaar geen btw af te dragen. Niet het beschikbaar stellen van het paard, maar het winnen van de race zorgde er volgens het Hof voor dat hij het geld ontving.

Een vergelijkbare situatie, vond de advocaat. De belastinginspecteur zag de overeenkomst niet en legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op van bijna 4.000 euro.

Ook de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft moeite met de vergelijking. Er bestaat volgens de rechter in dit geval een direct verband tussen de juridische diensten van de advocaat en de vergoeding die zij ontvangt. Dat is anders in een paardenrace, waarbij het laten meedoen van een paard er nog niet direct voor zorgt dat hij ook een prijs wint.

Dat de advocaat vooraf niet zeker weet of zij betaald krijgt voor haar werk, wil niet zeggen dat een direct verband tussen haar werk en de vergoeding ontbreekt. Daarmee verschilt de no-cure-no-pay-aanpak van de advocaat fundamenteel van de paardenraces, aldus de rechtbank.

De advocaat moet omzetbelasting betalen over het werk dat zij succesvol op no-cure-no-paybasis heeft verricht.

Uitspraak: ECLI:NL:RBZWB:2017:6283