Commentaar

Het Westen mag de ogen niet sluiten voor de oorlog in Jemen

De oorlog in Jemen, die in het voorjaar van 2015 in alle hevigheid begon, kreeg tot voor kort in het Westen vrij weinig aandacht. Het gevecht tussen Houthi’s, shi’itische rebellen, en een coalitie onder aanvoering van soennitisch Saoedi-Arabië is gecompliceerd. Bovendien voltrekt het zich in de slagschaduw van het veel grotere conflict in Syrië, dat veel meer levens eist en een enorme vluchtelingenstroom – ook richting Europa – op gang bracht. Het lijden van de 28 miljoen Jemenieten is ver weg.

Met de moord, maandag, op voormalig president Ali Abdullah Saleh flakkerde het conflict even op in de journaals. Maar er is alle reden om langer stil te staan bij het door oorlog verscheurde land waar zich een humanitaire ramp voltrekt en dat een ‘frontlinie’ vormt in de regionale machtsstrijd tussen Saoedi-Arabië en Iran.

De moord op Saleh illustreerde hoe snel in het straatarme land allianties ontstaan en weer worden ontbonden als het opportunisme daar om vraagt en hoe moeilijk het is om aan de burgeroorlog een einde te maken.

De voormalige president werd vermoord door Houthi-rebellen met wie hij tot afgelopen vrijdag nog een verbond vormde. Zijn aankondiging, zaterdag op televisie, dat hij openstond voor een dialoog met het andere kamp, het soennitische Saoedi-Arabië, werd hem fataal.

Het huidige Jemen is ontstaan in 1990, toen Marxistisch Zuid-Jemen samenging met Noord-Jemen. Het werd geen stabiele verbintenis. Al in 1994 ging het mis en brak een burgeroorlog uit die door de noordelijke troepen van president Saleh werd gewonnen.

Niet iedereen was van Saleh’s bewind gediend. Voorop in het verzet liepen de Houthi’s, een rebellenbeweging, vernoemd naar hun leider Badruddin al-Houthi. Ze namen onder andere aanstoot aan de toenemende invloed van het soennitische Saoedi-Arabië en waren fel gekant tegen het feit dat Saleh de kant van de Verenigde Staten koos in de war on terror.

Het verzet tegen Saleh kwam tijdens de Arabische Lente in 2011 tot een kookpunt, waarna hij moest aftreden.

Saleh werd opgevolgd door Abed Rabbu Mansour Hadi en er werd, onder auspiciën van de VN, gewerkt aan een concept voor een nieuwe staat. Maar de Houthi’s zagen niets in de plannen en gingen uiteindelijk een verbond aan met Saleh, de dictator die ze jarenlang hadden bestreden. Hadi vluchtte naar Saoedi-Arabië en vroeg het machtige buurland om steun. In het voorjaar van 2015 begon een door Riad georganiseerde coalitie met luchtaanvallen.

Saoedi-Arabië beweert dat de Houthi’s actief gesteund worden door Iran en dacht het verzet in het kleine buurland wel even te breken. Maar het raakte verzeild in een jarenlang conflict, dat inmiddels zeker 10.000 levens heeft geëist.

Geen van beide kampen was tot nu toe in staat een militaire oplossing te forceren; politieke oplossingen zijn nog ver weg. Bemiddelingspogingen liepen vooralsnog op niets uit.

De jarenlange strijd heeft Jemen ontwricht en in een humanitaire crisis gestort. Volgens de VN heeft driekwart van de bevolking hulp nodig. Twee miljoen inwoners zijn ontheemd. Er dreigt hongersnood, er brak cholera uit. Alleen al daarom moet de aandacht permanent op Jemen gericht blijven.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.