NRC Checkt: ‘Kwart gemeenten weet van of vermoedt criminele infiltratie’

Dat zei D66-Kamerlid Monica den Boer bij het begrotingsdebat Binnenlandse Zaken.

De aanleiding

In het debat over de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken ging het vorige maand onder meer over de gevaren van ondermijning van het lokale bestuur. Die ondermijning kan op uiteenlopende manieren plaatsvinden, bijvoorbeeld door de infiltratie van criminelen in de lokale politiek. Kamerlid Monica den Boer (D66) zei in het debat dat in één op de vier gemeenten „een raadslid, wethouder of burgemeester weet of vermoedt dat infiltratie met een crimineel oogmerk plaatsvindt.” We checken of dit juist is.

Waar is het op gebaseerd?

Een voorlichter van D66 laat weten dat Den Boer zich baseerde op een rapport uit oktober van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) over ondermijning. Ook verwijst ze naar gegevens op de site van Pro Facto, het bureau dat het onderzoek voor het WODC deed.

En, klopt het?

Pro Facto heeft voor het onderzoek een grootschalige enquête uitgezet onder ruim elfduizend personen uit het lokaal bestuur, onder wie burgemeesters, wethouders en raadsleden. Het doel van het WODC-onderzoek was om te achterhalen in welke mate lokale bestuurders en politici te maken hebben met criminele beïnvloeding. Daarbij keken de onderzoekers naar drie vormen van beïnvloeding: bedreiging, omkoping en infiltratie. D66-Kamerlid Den Boer verwees specifiek naar dat laatste. Onder infiltratie worden „alle manieren verstaan om te participeren in het lokale bestuur, waarbij het doel is om met een crimineel oogmerk lokale processen en besluitvorming te kunnen beïnvloeden”.

Gevraagd naar criminele infiltratie in hun gemeente zegt in bijna één op de vier gemeenten (24 procent) minstens één respondent dat zij „weten of vermoeden dat er in de afgelopen vijf jaar sprake is geweest van een poging om in het openbaar bestuur te infiltreren”. Het zou hierbij vooral gaan om infiltrerende raadsleden. De onderzoekers merken op dat de infiltratie niet bewezen is, maar dat het gaat om de inschatting van de respondenten. Er kunnen dus onterechte vermoedens tussen zitten, maar ook niet alle gevallen van infiltratie zullen herkend worden, schrijven de onderzoekers.

In mediaberichten over het onderzoek dook vorige maand ook het percentage van 8 procent van de gemeenten op waar sprake zou zijn geweest van criminele infiltratie. Hoe zit dit precies? Dit percentage staat inderdaad ook in het WODC-rapport, maar gaat over de gemeenten waar de infiltratie ook echt invloed heeft gehad op de besluitvorming en er dus „daadwerkelijk sprake was van ondermijnende effecten”. Dat gaat nog verder dan waar Den Boer over sprak.

Het WODC-onderzoek is het recentste en uitgebreidste onderzoek dat in Nederland gedaan is naar ondermijning van de lokale politiek door criminelen. In een onderzoek van Overheid in Nederland uit 2015 onder Brabantse bestuurders antwoordde slechts 7 procent van de ondervraagden dat ze vermoedens van infiltratie in hun gemeente hebben. Dit onderzoek is echter ouder en beperkt tot één provincie.

Conclusie

Het onderzoek dat Kamerlid Den Boer gebruikte om haar bewering te staven is zeer recent en laat inderdaad zien dat er in zo’n 25 procent van de gemeenten vermoedelijk of zeker criminele infiltratie optreedt. We beoordelen de stelling als waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt