Na hoge eis van FNV is pensioenakkoord ver weg

Polderoverleg

Het kabinet wil snel een nieuw pensioenstelsel, met steun van de vakbond. Maar de FNV vraagt nu een hoge prijs voor die steun.

FNV-voorzitter Han Busker Foto BART MAAT/ANP

Het nieuwe kabinet heeft haast. Begin volgend jaar wil het al een akkoord hebben met werkgevers en vakbonden over een nieuw pensioenstelsel. Maar de grootste vakbond FNV heeft helemaal geen haast en verhoogde woensdag de inzet bij de onderhandelingen: het kabinet moet iets doen tegen de snelle stijging van de AOW-leeftijd.

De onderhandelingen over een nieuw pensioenstelsel wáren al moeilijk. Werkgevers, vakbonden en deskundigen onderhandelen hier al jaren over in het overlegorgaan van de polder, de Sociaal-Economische Raad (SER). Het gaat om een nieuw aanvullend pensioen, waar werknemers voor sparen bovenop hun ‘staatspensioen’ AOW.

Het was de bedoeling dat de SER al rond de Tweede Kamerverkiezingen, in maart dit jaar, een advies zou presenteren. De contouren van dat akkoord zijn al bekend.

Het is de bedoeling dat werknemers straks een eigen pensioenpotje krijgen, waarin ze zelf sparen voor hun pensioen. Die persoonlijke potjes worden nog wel gewoon beheerd door de huidige pensioenfondsen. Die houden ook collectieve buffers aan, waarmee ze verliezen tijdens crisisjaren kunnen compenseren.

Nu hebben de grote pensioenfondsen nog één pensioenpot waarin al het pensioengeld gezamenlijk belegd wordt. Werknemers bouwen rechten op om later een deel van die pot uitgekeerd te krijgen.

Een persoonlijk potje is duidelijker – dat is althans de bedoeling. Je kunt precies zien wat er met je premie gebeurt en wat je beleggingsresultaten zijn. Ook zou het beter passen bij de flexibele arbeidsmarkt. Als je vaak van baan verandert, is het makkelijker om een eigen pensioenpotje te verhuizen.

Maar over een paar essentiële onderdelen van het stelsel is nog onenigheid. Hoe groot moet die collectieve buffer bijvoorbeeld worden?

Als je kiest voor een kleine buffer kun je alleen de grootste schokken opvangen. Maar er zullen ook grotere verschillen komen tussen de pensioenopbouw van iemand die veel crisisjaren heeft meegemaakt en iemand die juist pensioen opbouwde bij economisch hoogtij. Vakbond FNV zit niet te wachten op zulke ‘pech- en gelukgeneraties’.

Maar een grote buffer kan óók leiden tot ongelijkheid. Bijvoorbeeld in het geval van een 35-jarige werknemer die na tien jaar in een andere sector gaat werken en dus ook van pensioenfonds verandert. Hij verhuist van een rijk fonds met een grote buffer naar een fonds met een kleinere buffer. Bij dat rijke fonds heeft hij bijgedragen aan het spekken van de grote collectieve buffer. Maar zodra hij overstapt naar het armere fonds, kan hij daar in slechte tijden niet meer van profiteren.

Knelpunten onderling oplossen

Op deze en ander punten is overeenstemming nog ver weg. De eis die de FNV nu stelt, maakt het nog moeilijker. Het is een speerpunt voor de FNV: de bond zegt al langer dat vooral mensen met zware beroepen hun werk niet zo lang volhouden. De AOW-leeftijd stijgt naar 67 jaar en drie maanden in 2022. Daarna stijgt hij mee met de gemiddelde levensverwachting. Voor elk jaar dat er langer wordt geleefd, moet er een jaar langer worden gewerkt.

Het kabinet wil daar tot nu toe niks aan veranderen. Als er knelpunten zijn, moeten werkgevers en werknemers die zelf oplossen. Het is dan ook duur om de leeftijdstijging te verlagen. Als je de AOW-leeftijd bijvoorbeeld bevriest op 67 jaar, kost dat op termijn zo’n 9 miljard euro per jaar, volgens het Centraal Planbureau.

Steun van de vakbonden is wel belangrijk voor het kabinet. Niet alleen omdat de coalitie krappe meerderheden heeft in de Tweede en Eerste Kamer. Ook omdat pensioenfondsen straks zelf mogen kiezen of ze de nieuwe pensioenpotjes invoeren – dat kan het kabinet niet afdwingen. En in veel pensioenbesturen zitten FNV’ers. De fondsen worden namelijk bestuurd door vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en gepensioneerden.

Interne strijd

Het is voor de FNV ook niet gemakkelijk om een handtekening te zetten onder een pensioenakkoord. Een eerder pensioenakkoord, in 2010, leidde tot hevige interne strijd binnen die bond.

Ook nu is er in de FNV een stroming van vooral oudere, actieve leden die vinden dat de bond helemaal niet moet meewerken aan het invoeren van een nieuw stelsel. Zij vinden het idee van persoonlijke potjes niet solidair genoeg.

Als FNV-voorzitter Han Busker meewerkt aan een pensioenakkoord, wil hij een goed verhaal hebben waarmee hij ook kritische leden kan overtuigen. Als in dat akkoord óók een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd staat, kan dat hem helpen. Dat is een maatregel waar al zijn leden blij mee kunnen zijn.