Kiezen uit 60.000 zorgpolissen? Laat maar

Overstappen van zorgverzekering

Een nieuwe zorgpolis kiezen scheelt vaak veel geld. Maar er is zó veel keuze dat het mensen afschrikt. De minister is boos op de zorgverzekeraars.

Foto iStock, bewerking studio NRC

„Zucht”, schrijft een bezoeker op het forum van de Consumentenbond. Net als veel anderen is de schrijver hevig gefrustreerd geraakt tijdens het zoeken naar een nieuwe zorgverzekering. Verstrikt in een woud van polissen, kortingen en voorwaarden. „Concurrentie door verzekeringsmaatschappijen”, schrijft de boze forumgast, „is voor de meeste mensen een wassen neus”. Overzichtelijkheid is „ver te zoeken”, en er zijn „specialisten nodig om erachter te komen wat wel en niet vergoed wordt.”

Tot 1 januari kunnen alle Nederlanders overstappen van zorgverzekeraar. Het is het jaarlijkse ‘overstapseizoen’ en dat betekent stapels rapporten van deskundigen en toezichthouders over de werking van het systeem met zorgverzekeraars. Deze week schreef De Nederlandsche Bank dat aanvullende polissen voor bijvoorbeeld tandartszorg die vrijwillig worden afgesloten naast de verplichte basisverzekering dreigen te verdwijnen, omdat ze de verzekeraars te weinig geld opleveren.

Eind vorige week bleek uit een voorlopig onderzoeksrapport van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) al dat drie op de vier Nederlanders geld kunnen besparen door over te stappen van zorgverzekeraar. Gemiddeld zou tot wel 100 euro per jaar bespaard kunnen worden.

In dat rapport wordt ook een ander probleem aangestipt, waarvoor over het algemeen veel minder aandacht is: consumenten vinden kiezen veel te ingewikkeld door de enorme hoeveelheid zorgverzekerspolissen, voorwaarden, dekking van behandelingen en verschillende eigen risico’s.

Het wordt alleen maar moeilijker doordat verzekeraars vaak meerdere polissen aanbieden die nauwelijks verschillen, behalve in prijs. „Schijnverschillen” noemen de onderzoekers dat, die „verzekeraars gaan uitvergroten”.

En juist over dat probleem leven grote zorgen bij het ministerie van Volksgezondheid. Want die polischaos verstopt het systeem van concurrentie onder zorgverzekeraars.

60.000 polissen

Verzekeraars concurreren met elkaar op prijs, polisvoorwaarden en service. Dat is sinds 2006 een belangrijk onderdeel van het zorgsysteem, dat efficiënter en goedkoper moest worden door concurrentie. Hoe meer mensen overstappen, hoe gezonder de zorgverzekeringswereld, is het idee.

Maar er is zó veel keuze, dat het veel mensen te machtig wordt. Er zijn al 55 basisverzekeringen, maar met alle collectieve zorgverzekeringen die werkgevers afsluiten namens hun personeel komt het aantal polissen uit op zo’n 60.000. De meeste polissen staan voor iedereen open.

De keuzestress die dat oplevert heeft een ongewenst effect: te weinig mensen stappen over. Nog geen 7 procent van de verzekerden koos vorig jaar een andere zorgverzekeraar, blijkt uit de marktscan zorgverzekeringsmarkt van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) van september. „Verzekerden zijn onzeker over de gevolgen van het wisselen van zorgverzekeraar”, schrijft de NZa.

Lees ook: het interview dat NRC deze week had over zorgverzekeringen met Jan Sijbrand van toezichthouder De Nederlandsche Bank

Een van de grootste problemen zijn de collectieve verzekeringen via werkgever, vereniging, patiëntenclub of gemeente. Tweederde van de Nederlanders heeft zo’n groepspolis. De NZa schrijft daarover, in een ander rapport: „Zij gaan ervan uit dat ‘hun’ collectiviteit een goed aanbod bedongen heeft bij de verzekeraar en zoeken dan niet verder naar andere zorgverzekeringen.”

Daar wringt het. Want zijn al die collectieve zorgverzekeringen wel gunstig voor verzekerden? De zorgverzekeraars laten dat hun klanten graag geloven: door enorm veel collectiviteiten aan te bieden, werken deze bedrijven in de hand dat mensen niet overstappen.

Gemiddeld zijn collectieve zorgverzekeringen 3,6 procent goedkoper, dat wel. Maar de polissen verschillen inhoudelijk vaak nauwelijks van elkaar of van de basispolis.

Honderdduizenden mensen sluiten dus uit automatisme ongeveer dezelfde polis af, met een wikkel van hun eigen bedrijf eromheen. Deze mensen oriënteren zich niet op polissen die voor hun gezondheidssituatie beter zouden zijn. Diabetici die een glucosemeter en teststrips nodig hebben krijgen die met de ene verzekeringspolis goedkoper dan met de andere. Het zou voor hen een reden kunnen zijn over te stappen van verzekeraar – maar daar houden collectiviteiten geen rekening mee. Zo ondermijnen de massaal afgesloten groepsverzekeringen het systeem van concurrentie in de zorg.

Een ‘marketingtrucje’

Het ministerie van Volksgezondheid is al lange tijd niet te spreken over groepsverzekeringen die patiënten wat zorg betreft nauwelijks iets extra’s bieden.

Ex-minister Edith Schippers (VWS, VVD) haalde eind vorig jaar in het blad Economische Statistische Berichten al uit naar de verzekeraars. Ze zei te willen „stoppen met de praktijk dat verzekeraars identieke polissen via verschillende labels aanbieden”, want dat „frustreert de keuze van de verzekerde, en daarmee de concurrentie in het stelsel.”

Collectiviteiten, zei Schippers, schieten hun doel voorbij. Ze zijn „verworden tot een marketinginstrument met een premiekorting, en dragen zo bij aan de ondoorzichtigheid en wildgroei van de verzekeringsmarkt.”

Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie aan de Maastricht University, kan zich die frustratie voorstellen. Collectieve zorgverzekeringen zijn in principe een mooi instrument, zegt Groot. De politie sluit voor werknemers bijvoorbeeld collectief een zorgverzekering af en koopt daarbij extra geestelijke gezondheidszorg in, voor agenten die iets heftigs meemaken tijdens hun werk. Maar in de meeste gevallen, zegt Groot, werkt het niet zo.

Collectieve verzekeringen zijn meestal hetzelfde als individuele verzekeringen, legt Groot uit, maar dan met een korting voor werknemers van bepaalde bedrijven, die alleen daarom de verzekeraar trouw blijven. „Een instrument dat bedacht is om concurrentie op te wekken in de zorgverzekeringswereld, is daarom vaak gewoon klantenbinding voor de zorgverzekeraar.”