Column

IS jaagt op Hossam Eesa tot in Amsterdam

Drie jaar filmde Hossam Eesa het verzet in Syrië en de bezetting van Raqqa door IS. Nu zit hij op een geheime locatie in Den Haag, waar het wemelt van de zwaarbewapende politie – een voorwaarde om hem te kunnen ontmoeten. Eesa (29) is lid van het journalistencollectief Raqqa is Being Slaughtered Silently (RBSS). Zijn vader was ambtenaar van het regionale ministerie van Financiën in Raqqa. „Wij zijn allemaal kinderen uit de middenklasse.”

De documentaire City of Ghosts over het werk van RBSS werd in De Balie in Amsterdam vertoond. Eesa en zijn collega’s zaten in de zaal, een van hen herkende in het publiek een Syrische IS-strijder. „Hij keek ons in het gezicht en rende naar buiten”, zegt Eesa.

Twee weken geleden opende de Volkskrant met het bericht. Korte paniek in verwend Nederland – „IS-strijder fietst over het Leidseplein!” – en daarna gênante ontspanning: die kwam natuurlijk voor Eesa en zijn collega’s, niet voor ons.

Eesa is vriendelijk, stipt, afstandelijk. Hij vertelt over het stadje Tabqa, ten zuidwesten van Raqqa. „Die IS-jongen zat bij ons op school. In 2003 sloot hij zich aan bij Al-Qaeda in Irak. In 2011 keerde hij met IS terug naar Raqqa. We zagen hem op straat. Hij was geen strijder, maar een soort opperbeveiliger. Een verrader.”

Eesa en zijn vrienden keken op naar Europa. „We spraken er thuis over. Ik wilde zo vrij zijn dat ik kon roepen: ik haat de overheid, ik haat de president.” Ze keken met argusogen naar de Arabische lente in Egypte. „Daarop begon ik in 2011 demonstraties te organiseren. En ik legde alles vast op film.”

Aanvankelijk in Damascus en Aleppo, later uitsluitend in Raqqa. De ordelijke intocht van IS-soldaten, in kleine auto’s met zwarte vlaggen uit de ramen. Rijen kinderen met emmertjes voor de gaarkeukens. Onthoofde lijken in een keurig park, de hoofden gespiesd op het hek.

Hij vluchtte naar Gaziantep, Turkije. Daar werden de leden van het journalistencollectief meteen door IS-aanhangers opgespoord. Drie van hen werden vermoord, onder wie Naji Jerf, die hun les gaf in onafhankelijke verslaggeving.

Hossam Eesa vluchtte in 2014 naar Duitsland, achtervolgd door bedreigingen op IS-kanaal Cyber Khelafat en Whatsapp. Op de voordeur van zijn safehouse trof hij een poster aan: „Agent voor het Westen”, stond er in het Arabisch. „Wanted to kill: Hossam Eesa.”

Sindsdien zwerft Eesa door Europa, op van de zenuwen, niet op de plaats waar hij zijn werk zou moeten doen. Zo’n goede journalist.

Over de opsporing van de IS’er kan de NCTV geen uitspraken doen, „omdat het een individueel geval betreft”.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Correctie (7 december 2017): In een eerdere versie van dit stuk stond dat de documentaire in Amsterdam was vertoond. Nu is aangevuld dat dit in de Balie plaatsvond. Ook stond er dat de Volkskrant de volgende dag na de documentaire opende met het bericht, dat is nu twee weken geleden. Hierboven is dat aangevuld.