Een SP-politicus moet de armoede wel kunnen voelen

Afdrachtregeling

Steeds meer provincies en gemeenten weigeren salarissen van SP-politici over te maken aan de partij. Voor SP’ers voelt het als een aanval op wie zij zíjn.

Het stond vorige maand in de Leeuwarder Courant en SP-Statenlid Fenna Feenstra (47) keek er zelf van op: in 2016 had ze 10.076,16 euro aan haar partij gegeven – door de afdrachtregeling. Haar hele salaris als Statenlid gaat direct naar de SP, zij krijgt er een veel lagere ‘vergoeding’ voor terug. „Mijn man riep: ‘Tienduizend euro!’ We hadden net een speciale kachel gekocht waardoor we nu van het gas af zijn. Drieduizend euro. Daar hadden we voor gespaard.”

SP-senator Arda Gerkens (52) weet nog dat ze als Tweede Kamerlid een keer op haar loonstrookje keek en bedacht wat ze zou kunnen doen als niet ruim de helft naar de partij zou gaan: „Drie maanden sparen en je hebt een nieuwe auto.”

Daan Brandenbarg (32) uit Groningen was afgelopen zomer in Indonesië. Een dure reis en ja, zegt hij, natuurlijk was het „makkelijk geweest” als hij die snel had kunnen terugverdienen. Als gemeenteraadslid krijgt hij per maand zo’n 330 euro van de SP, collega’s van andere partijen verdienen met hun raadswerk 1.332 euro netto.

Dat Fenna Feenstra, Arda Gerkens en Daan Brandenbarg een heel enkele keer nadenken over het geld dat ze aan de partij geven, betekent niet dat ze er weleens over twijfelen. Ze zouden het, zeggen ze, niet anders willen dan zo. „Anders raak je losgezongen van de groep waarvoor wij ons werk doen”, zegt Brandenbarg. „Juist politici moeten niet aan zelfverrijking doen”, vindt Feenstra. „Het kan een reden worden om op het pluche te blijven zitten”, denkt Gerkens.

Door de afdrachten van raadsleden, Statenleden en Kamerleden haalt de SP veel geld binnen, jaarlijks zo’n 5 miljoen euro. Maar het systeem wankelt. Twee provincies en zeker acht gemeenten maken per december de salarissen niet meer over aan de partij, maar aan de SP’ers zelf. Nog acht provincies en in elk geval vijftien gemeenten overwegen om dat te doen – allemaal op aandringen van PvdA’er Ronald Plasterk, in zijn laatste maanden als minister van Binnenlandse Zaken.

Een rechter had begin dit jaar beslist dat de gemeente Noordoostpolder de salarissen van SP-raadsleden niet hoefde over te maken aan de partij – zoals de SP-fractie had geëist. Volgens de rechtbank konden de raadsleden hun werk niet onafhankelijk doen als ze hun geld van de SP kregen. Plasterk vond dat dit oordeel voor alle SP’ers moest gelden.

Een betere SP’er

De SP noemt het „pesterij” en heeft bedacht dat de volksvertegenwoordigers het geld dan maar vanaf hun eigen rekening automatisch moeten doorstorten naar de partij. De SP-top gaat ervan uit dat iedereen net zo veel blijft afdragen als nu. Maar dat het voor mensen moeilijker kan zijn om veel geld weg te geven dan om een kleine vergoeding te krijgen, weet de partijtop ook.

„Ongetwijfeld doet het iets met je”, zegt raadslid Daan Brandenbarg uit Groningen. „Je wordt je bewuster van wat je afdraagt.”

Hij denkt na, zegt dan: „Maar het kan ook dat je je juist een betere SP’er gaat voelen.”

Vooralsnog lijkt die gedwongen ándere manier van betalen de saamhorigheid alleen maar te vergroten. Veel SP’ers zijn kwaad en denken dat het de bedoeling is om hen te raken in hun ‘diepste wezen’. Partijvoorzitter Ron Meyer noemt de afdracht „bijna een heiligheid”. Arda Gerkens zegt: „Als we die niet hadden, zou de SP de SP niet zijn.”

Maar waarom is dat zo?

In het Universitair Medisch Centrum Groningen, waar hij werkt als onderzoeker, vertelt SP-raadslid Daan Brandenbarg over de afvalscheiding in zijn stad. „Een groot deel van de gemeenteraad denkt: dat kan iedereen makkelijk doen. Maar als je in een volkswijk als De Hoogte woont en je hebt een keuken van tien vierkante meter, hoe zet je daar zes vuilnisbakken in?”

Als je zelf weinig verdient en ook in zo’n wijk woont, is Brandenbargs punt, dan wéét je dat.

Arjan Vliegenthart, wethouder in Amsterdam en lid van het partijbestuur, begint over Marx. „Die zei: ‘Mensen maken de geschiedenis, maar niet in de omstandigheden van hun keuze.’ Door de afdracht creëren wij de omstandigheden waarin je je beter kunt verplaatsen in de mensen met weinig geld.”

Een ander voordeel, volgens hem: „Je komt niet in de verleiding om te denken: ik krijg zoveel geld, dan zal ik ook wel veel waard zijn.”

In de partij is het taboe om jezelf al te opzichtig een goed mens te vinden omdat je geld weggeeft. „Het zou verkeerd zijn om ermee te pochen”, vindt Fenna Feenstra. Het is helemaal niet zo, zegt Tweede Kamerlid Peter Kwint, dat hij collega’s van andere partijen „geen goede parlementariërs” vindt als ze hun salaris zelf houden. „Maar als je lang in een omgeving zit waarin veel geld verdienen normaal is, kan dat leiden tot een andere blik op de werkelijkheid.”

Als je SP’ers vraagt naar de afdracht, beginnen ze bijna allemaal eerst over de vrijwilligers van hun partij. Die krijgen niks, al sjouwen ze door weer en wind over straat met folders en bellen ze aan bij mensen om te vragen of er problemen zijn in de buurt. „Omdat wij toevallig makkelijk lullen, krijgen we geld”, zegt Brandenbarg. En je zit in warme vergaderzaaltjes op fijne stoelen. Onder elkaar noemen SP’ers de afdracht hun ‘solidariteitsregeling’: wie verdient aan de politiek, is solidair met wie er niet aan verdient.

Arjan Vliegenthart noemt het „principieel, maar ook praktisch”. „Mijn partij staat er financieel goed voor”. Door de afdrachten is de SP de rijkste partij van Nederland. Er is altijd geld voor acties en cursussen, voor tomatensoep en schuursponsjes in verkiezingscampagnes.

Lees ook het verhaal in NRC over de financiële jaarverslagen van politieke partijen

Geroyeerd als lid

„Onze regeling leidt op straat tot veel goodwill”, zegt senator Arda Gerkens. „Politici krijgen vaak te horen dat ze zakkenvullers zijn, maar als mensen naar mij kijken, zeggen ze: nee, jullie niet.” Al snapt lang niet iedereen hoe het zit. Fenna Feenstra krijgt op haar werk – ze is docent op een hogeschool – soms koffie aangeboden van collega’s. Die denken dat ze óók een deel van het salaris van de school bij de SP moet inleveren.

Er was de afgelopen jaren een SP-Kamerlid dat anoniem klaagde over de regeling. Er zijn ook weleens SP’ers die de afdrachten bij de griffie van hun gemeente of provincie stopzetten – en dan worden geroyeerd als lid, de afdracht is verplicht.

Dat dit ook zo is als je wachtgeld krijgt, ontdekte Karin Walters uit Hilversum pas toen ze in 2006 SP-wethouder werd en de afdrachtregeling te zien kreeg. „Ik snap dat je geen baantjesjagers in je partij wilt hebben”, zegt ze nu. „Maar dit ging mij te ver.”

En dus hield ze vier jaar later haar wachtgeld zelf. „Vanaf het moment dat ik erover in discussie ging met het bestuur”, zegt ze, „hoorde ik er voor hen niet meer bij.” Ze stapte over naar de partij Hart voor Hilversum.

Pas als je met pensioen bent, geldt de regeling niet meer, de SP komt niet aan de oudedagsvoorziening van ex-politici.

De SP onderzoekt zo nu en dan de problemen die mensen met de afdracht hebben en past de regels soms aan. Afgelopen zomer besliste de partij dat raadsleden van grotere gemeenten vanaf volgend jaar meer mogen houden van hun salaris: 35 procent in plaats van 25 procent. Wethouders, gedeputeerden en Kamerleden hoeven het belastingvoordeel dat ze hebben door de schenkingen die ze aan de partij doen, niet langer af te dragen.

Op een vergadering van de partijraad leidde het tot stevige discussies. De afdeling Groningen vond het onzin dat raadsleden meer geld krijgen, Tilburg wilde juist méér houden omdat zij ook overdag moeten vergaderen. Bij de SP in Groningen is nu het plan die 10 procentpunt extra in een fonds te stoppen waarmee het eigen partijkantoortje kan worden opgeknapt.

Door de nieuwe regel over het belastingvoordeel houdt wethouder Vliegenthart vanaf 2018 zo’n drieënhalf duizend euro per jaar over. „Van mij hoefde het niet”, zegt hij. Maar hij zal het niet alsnog op de SP-rekening storten. „We hebben het nu zo afgesproken, daar houd ik me aan.”