Column

Een nieuw stadium in het rechtse populisme

Het is lang geleden, van voor de tijd van het internet. Ik put dus uit mijn geheugen. Mij staat bij dat op de verkiezingsavond in 1982 een interviewer oud-minister De Gaay Fortman feliciteerde met de goede uitslag van zijn CDA. Zijn antwoord was in mijn herinnering ongeveer als volgt: „Ja, dat zal wel, maar er is wel een racist (Janmaat van de Centrum Partij, CT) gekozen in het parlement.”

De tijd van dit soort reacties is lang voorbij. Het proces van gewenning aan discriminerende of racistische uitspraken gaat sluipend door. Wat begon als het durven benoemen van onbetwistbare misstanden is geleidelijk overgegaan in openlijke discriminatie. Nederland heeft zich wit geschilderd, om te kunnen zeggen dat anderen zwart zijn. Nog maar tien jaar terug werd de term ‘weigerambtenaar’ in het Regeerakkoord geïntroduceerd voor gewetensbezwaarde overheidsdienaren die weigerden om homohuwelijken te voltrekken. Inmiddels vinden we dat homorechten altijd bij Nederland hebben gehoord en dat de islam dus een achterlijke godsdienst is. Rond man-vrouwverhoudingen is het niet anders. Openlijke discriminatie bleef echter tot nu toe taboe. Geert Wilders’ vraag: „Wat willen we, meer of minder Marokkanen?” was een brug te ver. Ook dat stadium is nu voorbij. Vijftien jaar Fortuyn en Wilders hebben ons blijkbaar uitgeput. Het nieuwe taboe is het taboe. Alles moet tegenwoordig kunnen, of misschien zijn we te murw geslagen om nog te reageren. Thierry Baudets uitspraken over de homeopathische verdunning van Nederland vinden hun gelijke alleen in redevoeringen in de jaren dertig.

Wat Nexit voor Henk en Ingrid zou hebben betekend kan Baudet geen bal schelen

De campagne voor Brexit was gebaseerd op leugens en bedrog. Dat weerhield Baudet en zijn co-auteur J. Kelder er niet van om, meteen na het referendum, zich te verheugen op een debat over Nexit.

Het Verenigd Koninkrijk verkeert nu in een existentiële crisis. Had Baudet Henk en Ingrid werkelijk met een soortgelijk debat in Nederland willen opzadelen. Of het Nederland van 150 jaar terug een utopia is, zoals Baudet stelt, laat ik graag aan uw beoordeling over. Wat mij verbaast zijn niet deze uitspraken van een politieke entrepreneur. Daar is markt voor, dat is inmiddels genoegzaam bekend. Was het Baudet niet gelukt, dan was het wel Jan Roos geweest. Wat mij verbaast, is de schier eindeloze fascinatie voor deze figuur en zijn partij, niet in de laatste plaats in deze krant. Ga maar na: een dubbele pagina voor nummer twee op de lijst, Theo Hiddema; een dubbele pagina voor Baudets promotor, de Leidse hoogleraar Paul Cliteur; en anderhalve week terug het grote interview met de lijsttrekker, met aankondiging op de voorpagina: „Den Haag is nog oppervlakkiger dan ik dacht.” Vindt de redactie echt dat deze man van ‘150 jaar terug was alles beter’, van homeopathische verdunning, en van Nexit, dat die man een groot intellectueel is die Den Haag de maat kan nemen? Afgaande op deze trend mogen we nog voor de gemeenteraadsverkiezingen een groot interview verwachten in NRC met de nieuwe lijsttrekker van Forum voor Democratie (FvD) in Amsterdam. Ook zonder dat interview staat FvD op de ranglijst van vierkante centimeters bedrukt krantenpapier per kamerzetel met achtentwintig stippen bovenaan.

De opkomst van FvD markeert een nieuw stadium in het Nederlandse populisme. De onzekerheid over de toekomst van Nederland, de angst voor de ondergang van het Avondland, voor de golf van islamitische immigranten, die is altijd diepgeworteld geweest onder de Nederlandse intelligentsia. Wilders was voor hen echter geen aanvaardbaar alternatief en dus bleef dit politiek onzichtbaar. Nu het populisme vertolkers heeft gekregen uit de Amsterdamse grachtengordel wordt dat anders. De aandacht in NRC maakt me niet gerust op de uitkomst.

is econoom en hoogleraar in Cambridge en Amsterdam.