Column

Zet kinderen centraal, Shell. Niet de beleggers

Met ogenschijnlijk gemak formuleerde Shells bestuursvoorzitter vorige week de doelstellingen tot 2050. Zijn optimisme schept hoge verwachtingen. Over de donkere kanten van een oliemaatschappij ging het op de beleggersdag niet.

Je hebt topmanagers die zelfverzekerd zijn. Je hebt ze die blaken van zelfvertrouwen. En je hebt Ben van Beurden. De 59-jarige bestuursvoorzitter van olie- en gasgigant Royal Dutch Shell schetste vorige week op Shells beleggersdag een toekomstbeeld zoals je dat nog maar zelden hoort in het bedrijfsleven.

Om te beginnen is bij Shell alles groot. De investeringen zijn jaarlijks 21 à 25 miljard euro. Doe je dat tien jaar achtereen, dan heb je de waarde van een compleet nieuwe Shell, zei Van Beurden. Het bedrijf plukt de vruchten van de grootste overname uit zijn geschiedenis, die van het Britse gasbedrijf BG, voor circa 50 miljard euro. Dat leek vorig jaar een bron van misère toen de olieprijs halveerde tot 30 dollar per vat. Nu staat de olieprijs weer op 60 dollar. Grote overnames pakken nogal eens verkeerd uit. Deze niet.

Om dat te vieren schrapt Shell zijn dividend in de vorm van eigen aandelen. Het contante dividend is terug. Een teken van rijkdom. Daaraan heeft Shell zijn reputatie te danken als solide onderneming en lieveling van conservatieve beleggers.

Nu Van Beurdens overtreffende trap van vertrouwen. Voor menig topmanager is 2020 ver weg. Een jaar dat door een mistig en vijandig landschap bereikt kan worden. Dus openlijk vooruit kijken en je vergissen? Nee.

In één opzicht is Shell niet in evenwicht

Shell doet dat wél. Shell heeft 2050 in het vizier. De maakbare samenleving die politici willen vormen, mag dan onder invloed van de liberale tijdgeest in diskrediet zijn geraakt. De wereld mag te onoverzichtelijk en te chaotisch zijn geworden voor langetermijnstrategieën. Maar niet bij Shell.

De maakbare multinational is springlevend. Met ogenschijnlijk gemak formuleerde Van Beurden doelstellingen tot 2050. Zijn maakbare onderneming verkoopt zijn producten op markten die tot op grote hoogte voorspelbaar zijn. En die maakbare onderneming weet wat de samenleving wil.

De afhankelijkheid van de economie en de samenleving van de fossiele brandstoffen van Shell wordt minder. Dat is zeker. En daar zal Shell zelf ook zijn best voor doen, belooft Van Beurden, met investeringen in duurzame energie en de halvering van de uitstoot van CO2 in 2050. Maar olie en gas blijven vaste waarden, zegt hij stellig. Daarmee gaat hij recht in tegen het Nederlandse plan voor ‘gasloze’ woningen.

Het optimisme van Van Beurden schept hoge verwachtingen. Shell profileert zich als dé verantwoordelijke onderneming, met adequaat dividend voor beleggers én voor de samenleving. Over de donkere kanten van een oliemaatschappij (aantijgingen van omkoping en geweld in Nigeria) gaat het op zo’n beleggersdag niet.

Maar in één opzicht is Shell niet in evenwicht. De komende jaren spendeert het bedrijf zo’n 21 miljard euro aan het terugkopen van zijn aandelen op de beurs. Dat moet het rendement voor beleggers opvijzelen. Veel bedrijven doen dat. Het is armoede. De ondernemingsleiding zegt: we weten niet wat we met uw centen moeten doen. We geven het wel terug. Dat is geen ondernemen, dat is anti-ondernemen.

Nee, Shell, steek die 21 miljard euro in een investeringsfonds. Noem dat: het Generatiefonds. Leen voor een gelijk bedrag nog geld bij. Met ruim 40 miljard euro ben je een katalysator in duurzame energie op wereldschaal. Ga met het Generatiefonds dáárin investeren. Ontbind het fonds pas in 2050. Dus echt langetermijnwerk. Geef al je beleggers een aandeel in dat Generatiefonds. Zij kunnen die aandelen meteen doorgeven aan hun (kinds)kinderen. Wie zoveel vertrouwen heeft als Shell, moet geen aandelen inkopen. Die moet dat kapitaal aan het werk zetten voor volgende generaties.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.