Opinie

    • Bob van Oosterhout

Vermolmd systeem sportfinanciering moet op de schop

De onzekere toekomst van de Loterij als grote geldschieter is een risico voor de sport, schrijft Betrek ook het bedrijfsleven erbij.

Hoewel Rutte III nog maar kort in functie is, heeft de nieuwe minister van Sport, Bruno Bruins, al laten merken sport maatschappelijk belangrijk te vinden. Dit bleek ook tijdens de behandeling van zijn begroting in de Tweede Kamer. Niet alleen worden meer publieke gelden beschikbaar gemaakt voor de sport, ook onderkende hij daar nogmaals dat het op peil houden van de sportinfrastructuur om actie vraagt. Daarom, zei hij, wil hij met alle betrokkenen een ‘Sportakkoord’ sluiten. Maar hoe zo’n akkoord er moet uitzien, en met wie hij welke afspraken wil maken, is onduidelijk, schreef NRC (‘Organisatie van de sport in Nederland moet daadwerkelijk verbeterd worden’, 22/11).

Graag geef ik alvast een voorzet: begin met de financiering en stimuleer het bedrijfsleven de Nederlandse sport écht te omarmen. Incidentele verhogingen van de publieke gelden voor de sport zijn welkom, maar een goede balans tussen publieke en private financiering maakt onze sport echt ‘toekomstbestendig’, zoals de minister wil.

Wie amateurvelden en sportzalen bezoekt ondergaat de maatschappelijke meerwaarde: sport inspireert, verbindt, creëert gemeenschappen; sport leert jongeren om te gaan met succes en teleurstelling en sport bevordert de integratie van nieuwe Nederlanders. Een ongekend belangrijke rol, die het appèl aan de nationale trots, wanneer er succes geboekt wordt, overstijgt.

Om deze waarde te waarborgen, moeten we kijken naar de structurele sportfinanciering. Die is in Nederland traditioneel geregeld binnen een driehoeksrelatie: het ministerie en de Nederlandse Loterij die de sport financieren, en NOC*NSF die het geld verdeelt over de bonden.

Daarnaast is er een aantal grote bedrijven dat de top- en breedtesport sponsort. Kleinere bedrijven spelen op lokaal niveau een grote rol, maar in besluitvorming is hun rol beperkt. Sportfinanciering is daarmee al jarenlang een soort closed shop, gerund door een klein aantal loterij- en sportbestuurders. Moderne bestuurders van sportbonden die nieuwe kansen zien en het ‘monopolie’ willen doorbreken, zouden meer steun verdienen.

Diverse ontwikkelingen maken deze financieringsconstructie onhoudbaar. Zo staat de marktpositie van de Nederlandse Loterij, de belangrijkste financier, onder druk: de loterijmarkt is sinds kort open voor nieuwe toetreders en als de Eerste Kamer de wet Kansspelen op Afstand aanneemt, zal hetzelfde gelden voor de markt voor sportweddenschappen.

Ook staat de Nederlandse Loterij op de nominatie om geprivatiseerd te worden en kan het dan gebeuren dat sportfinanciering afhankelijk wordt van een private partij met aandeelhouders uit alle windstreken. Dit maakt de inkomsten voor de sport uit de Nederlandse Loterij hoogst onzeker.

Deze uitdagingen vragen om een herziening van het financieringsmodel, met als doel de afhankelijkheid van de Nederlandse Loterij te verminderen, en een duurzaam evenwicht te bereiken tussen publieke en private financiering. Om dit kans van slagen te geven zal dus ook het bedrijfsleven nadrukkelijk betrokken moeten worden. Niet alleen de grote bedrijven, maar zeker ook het MKB. Stimuleer hen de Nederlandse sport steviger te omarmen.

Hiertoe kan de overheid fiscale prikkels inbouwen, die het voor private partijen aantrekkelijker maken in sport te investeren. Denk daarbij aan het voorbeeld van de Geefwet, die gevers extra belastingaftrek geeft wanneer ze een goed doel met een culturele doelstelling financieel ondersteunen. Een uitbreiding daarvan naar de sport kan veel geld vrijmaken.

Ook een extra fiscale prikkel voor sportsponsoring is logisch en biedt mogelijkheden, bijvoorbeeld door een investeringsimpuls te ontwerpen zoals in de energie- en milieubranche. Dit trekt meer MKB-bedrijven, die vaak geworteld zijn in lokale gemeenschappen, naar de sport.

Op sportplatform SportKnowHowXL riep minister Bruins het bedrijfsleven op haar inbreng voor het Sportakkoord gezamenlijk neer te leggen. Een uitgelezen kans om zo’n herziene financieringsstructuur gestalte te geven en waar het bedrijfsleven gehoor aan moet geven.

Zelfs als dat Sportakkoord er komt, zullen we nog wel eens naast een medaille grijpen of een WK missen. Maar juist door het bedrijfsleven te stimuleren om nog meer voor de Nederlandse sport te doen, wordt de maatschappelijke waarde van sport steviger verankerd én de financiering van onze sport veilig gesteld.

    • Bob van Oosterhout