Spookartikel wordt ‘toevallig’ 400 keer geciteerd

Nepwetenschap

Hoe kon een verzonnen artikel vrolijk worden geciteerd in honderden publicaties? Een reconstructie.

Het is een raar verhaal: een niet-bestaand wetenschappelijk artikel uit een niet-bestaand tijdschrift wordt in bijna 400 andere publicaties aangehaald. Wat is dit?

Je denkt al gauw aan een ‘spooktijdschrift’: een neptijdschrift dat tegen betaling wetenschappelijke artikelen online publiceert, maar zonder enige kwaliteitscontrole. Er zijn vele honderden spooktijdschriften, ze vormen een negatief bijverschijnsel van de opkomst van het online en voor iedereen toegankelijk (open access) publiceren.

Maar hier bleek het om iets anders te gaan: een samenloop van slordige auteurs en slordige kwaliteitscontrole bij een serie conferentieboeken. De auteurs van die bijna 400 artikelen gebruikten instructies voor het schrijven van een wetenschappelijk artikel als sjabloon voor hun eigen artikel, inclusief een verzonnen referentie uit die instructie. Maar ze vergaten die referentie weg te halen. Het passeerde ook moeiteloos de redactie van die conferentieboeken.

Het verhaal begint bij Pieter Kroonenberg, emeritus hoogleraar Multivariate analyse bij de vakgroep Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden. Op de website van uitgever Elsevier, bij de richtlijnen voor auteurs, stuitte hij op een artikel met als eerste auteur een bekende van hem, experimenteel psycholoog John van de Geer [1926-2008]. Maar de naam van het artikel was wel raar: The art of writing a scientific article heette het. „Ik dacht, hé, schreef-ie daarover? Daar leek hij me niet echt de man voor”, legt Kroonenberg uit aan de telefoon. Ook was de naam van de eerste auteur net even anders gespeld, Van der Geer stond er, en niet Van de Geer zoals hij echt heet. En toen Kroonenberg de publicatielijst van de tweede auteur, J.A.J. Hanraads, opzocht kwam er maar één artikel uit, dat ene uit 2000 met Van der Geer als eerste auteur. „Het werd steeds raadselachtiger”, zegt Kroonenberg.

Toen hij Elsevier erover aanschreef, kreeg hij opheldering. De in de richtlijnen genoemde referentie was een verzonnen voorbeeld. Maar daarmee was de kous niet af. Een zoektocht in de Web of Science – een databank van wetenschappelijke artikelen – leverde Kroonenberg een lijst van bijna 400 artikelen op die de publicatie van Van der Geer et al. hadden aangehaald. Hij legde het voor aan Anne-Wil Harzing, hoogleraar internationaal management aan de Middlesex University London. Harzing houdt zich naast haar gewone werk veel bezig met de academische publicatiemachinerie. Zij ontdekte dat 90 procent van de bijna 400 artikelen in een conference proceedings, een conferentieverslag, stond. Vooral in Procedia, van Elsevier. De meeste artikelen waren in slecht Engels geschreven, door auteurs uit landen als China, Turkije, Rusland, Iran.

Het kwartje viel bij Harzing toen ze in een Procedia-uitgave (Energy Procedia) boven een artikel opdrachten uit de instructie zag staan: „Click here, type the title of your paper.” Aan het eind stonden ook de aanwijzingen voor referenties. Het mysterie had een simpele verklaring, schrijft Harzing op haar blog van 26 oktober ‘the mystery of the phantom reference’: slordig schrijven, en slordige kwaliteitscontrole.