Rapport: één op negen kinderen groeit op in armoe

Kinderombudsvrouw

Het aantal arme kinderen neemt niet af. Volgens de Kinderombudsvrouw valt de meeste winst thuis te behalen.

Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer pleit voor maatwerk. Foto BART MAAT/ANP

In Nederland groeien 378.000 kinderen op in armoede, dat is één op de negen. En dit aantal neemt, ondanks gericht beleid van de overheid, niet af. Volgens een dinsdag verschenen rapport van de Kinderombudsman richten Rijk en gemeenten hun pijlen verkeerd: namelijk op de verbetering van het leven van kinderen buitenshuis in plaats van thuis. En juist dáár valt de meeste winst te behalen, aldus Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer.

Kalverboer pleit voor maatwerk in het aanpakken van armoede. Ze wil naast de huidige publieke armoedevoorzieningen dat gemeenten gaan kijken wat elk arm gezin afzonderlijk nodig heeft. In onderbedeelde gezinnen spelen namelijk vaak meerdere problemen tegelijkertijd: scheidingen, ziektes, baanverlies, stress, schulden, een onveilige buurt, het verlies van een sociaal netwerk. Deze problemen versterken elkaar én de armoede. Bovendien zijn ze te ingewikkeld om opgelost te worden met algemene voorzieningen.

Stress

Veel van de belemmeringen die kinderen en jongeren buitenshuis ervaren, zijn bovendien te herleiden tot de financiële problemen thuis. Zo komen schoolproblemen vaak voort uit stress en het niet kunnen betalen van onderwijsgerelateerde kosten. Kinderen leren bovendien niet van huis uit invloed op hun eigen toekomst te krijgen, doordat hun niet is geleerd hoe vooruit te kijken.

De stress die de opstapeling van (armoedegerelateerde) problemen met zich meebrengt, leidt vaak tot sociale isolatie van de kinderen, een weinig zorgzame en stimulerende relatie met de ouders, problemen op school en een gebrek aan gezamenlijke ontspanning in het gezin. Het risico op een harde opvoeding wordt zo door de problemen rondom armoede vergroot, aldus het rapport.

Negatief over hun leven

Arme kinderen zijn dan ook negatiever over hun leven dan leeftijdgenootjes, blijkt uit het onderzoek. Van de bijna 1.400 ondervraagde kinderen gaven de 196 arme hun leven gemiddeld een 6,6, terwijl kinderen die geen armoede kennen hun leven een 7,5 gaven. Wanneer er naast armoede thuis nog andere problemen speelden, gaven kinderen hun leven slechts een 5,5.

Kalverboer erkent dat het bieden van maatwerk voor gemeenten niet gemakkelijk zal zijn. Er moet persoonlijk contact worden gelegd, het is kostbaarder en vraagt om specifieke vaardigheden van ambtenaren. Gevraagd of er daarom meer geld bij moet, stelt ze dat de financiering vooral anders moet worden verdeeld.

Arme gezinnen moeten volgens Kalverboer een vast contactpersoon krijgen bij de gemeente, die een langetermijnplan opstelt met de familie. „Binnen gemeenten bestaat nu nog een enorme verkokering”, aldus Kalverboer. „Voor bijvoorbeeld school, schuldsanering en extra toelagen moeten mensen telkens naar een andere persoon. Dat moet veel meer uit één hand komen.”