Column

Onslakkingskuur voor de Berlinale

Coen van Zwol

De Berlinale heeft binnenkort een nieuwe directeur nodig. Tijd voor een grondige vernieuwing, vinden Duitse filmregisseurs, zodat het festival weer de strijd aankan met concurrenten als Venetië en Cannes.

De Duitse filmwereld is deze weken in rep en roer. Het gaat om de opvolging van Dieter Kosslick (69) als directeur van de Berlinale, met bijna een half miljoen bioscoopkaartjes het grootste publieksfilmfestival ter wereld.

Na achttien jaar in het zadel vertrekt Kosslick in mei 2019. Duitsers houden van leiders met zitvlees: eerder was Alfred Bauer van 1951 tot 1976 directeur van de Berlinale en Moritz de Hadeln van 1980 tot 2000. Twee weken geleden publiceerde Der Spiegel evenwel een petitie van 79 Duitse regisseurs aan de minister van Cultuur. Na Kosslicks vertrek moet de Berlinale grondig worden vernieuwd en ‘ontslakt’, vinden zij. Zodat de Berlijn de strijd met Venetië en Cannes weer aankan.

Inspraak

De Duitse filmwereld wenst inspraak in Kosslicks opvolging; de petitie is vooral bedoeld om een achterkamertjesbenoeming van bestuurder Kirsten Niehuus te doorkruisen, analyseert Der Spiegel. Niehuus zou na Kosslick opnieuw een cultuurbureaucraat zijn, terwijl directeurs van andere festivals – Cannes, Venetië, Toronto – historici of filmcritici zijn, of filmproducenten (Locarno, Rotterdam).

Maar de anti-Kosslick-brigade binnen de Duitse pers slijpt de messen. Zij wijzen erop dat het vlaggenschip van de Berlinale, de filmcompetitie, diep is weggezakt naast die van Cannes, Venetië, Toronto of zelfs Locarno. Amerikaanse toptitels als Boyhood gaan naar het Sundance Festival, qua auteurscinema moet Berlijn zich met kruimels van Cannes’ tafel behelpen. Dat zou ook het gevolg zijn van timide keuzes: zo zou de Berlinale Auschwitzfilm Son of Saul hebben laten schieten. Onder een visionaire opvolger kan de competitie pijlsnel opleven: zie hoe Venetië zichzelf onlangs heruitvond als lanceerplatform voor Oscarkandidaten.

Buikomvang gegroeid

Het woord ‘entschlacken’ – zuiveren, ontslakken – in de petitie is geen toeval, vermoedt de Frankfurter Allgemeine. In de Kosslickjaren bleef veel bij het oude: politiek engagement en wereldcinema met een toefje Hollywoodglamour op de rode loper. Alleen de buikomvang van de Berlinale groeide tot 400 films in dubbel zoveel secties. In dat overaanbod sneeuwen Duitse films onder en wijken uit naar elders.

Na al die kritiek op de beminnelijke Kosslick krabbelden sommige ondertekenaars geschrokken terug. De petitie pleit voor vernieuwing en inspraak, zeggen zij nu, niet voor de guillotine. Kosslick zelf noemt in Zeit ‘ontslakken’ een verkooppraatje van de wellness-industrie. Hij hoort al jaren dat de Berlinale te groot en te log is. Maar wat moet er dan weg? Kinderfilms? Culinaire cinema? Afslanken kost subsidie en budget. Welk filmfestival is zo levendig, trekt zoveel publiek?

Ook waar, maar de stem van de status quo die geen alternatieven voor zichzelf ziet. Kosslick is geen slechte kerel, erkent raddraaier Christoph Hochhäusler: „Hij doet het alleen te lang en weet niet van ophouden.” Dat zie je vaker bij Duitse bestuurders. In de bureaucratische logica botst een opvolger dan op een vastgeroest apparaat en ingesleten gewoonten. Waarna rumoer volgt, zoals de Berlinale in 1976 overkwam na een kwart eeuw Alfred Bauer en bij het IDFA dreigt na dertig jaar Ally Derks. Dat is best gezond, al zal zo’n visionaire opvolger vaak een tussenpaus zijn. Een klysma om een geconstipeerd festival te ontslakken, in Duitse termen.