Cultuur

Interview

Interview

Kaya Wilkins en Eili Harboe (rechts) als Anja en Thelma in Thelma.

‘Misschien is Thelma een moderne heks?’

Joachim Trier

Het lesbische coming-of-age-verhaal ‘Thelma’ is een sjieke arthousefilm met horrorelementen. „We leven in een interessante periode in het denken over het menselijk lichaam.”

‘Genrefilms bestaan niet meer”, zegt de Noorse regisseur Joachim Trier tijdens ons gesprek op het Toronto Filmfestival. Hij zegt dat niet voor niets. Want Thelma is een sjieke arthousefilm met horrorelementen. Of een horrorfilm zonder shocks en thrills. Zijn vierde film past daarmee helemaal in de post-horrortrend van 2017. Die leverde eerder sterke cross-overfilms op als de psychologische kannibalismefilm Raw of onlangs nog het metafysische spokenverhaal A Ghost Story. Verhalen die zich niet in een hokje laten vangen. Maar ook verhalen die in lange tradities staan. Zo doet het lesbische coming-of-age-verhaal Thelma meteen denken aan Brian De Palma’s klassieker Carrie (1976); en niet alleen door de manier waarop de streng-religieuze opvoeding van de hoofdpersoon onbeheersbare bovennatuurlijke krachten in haar losmaakt.

„Genre is voor de beste makers altijd een manier geweest om grenzen op te zoeken die je in gewoon realistisch drama niet zo makkelijk kunt bereiken. We hebben met al die genreconventies gespeeld natuurlijk. Maar zonder mezelf nu met Kubrick te vergelijken: als die een genrefilm maakte, dan maakte hij een Kubrickfilm. Ik hoop dat ik dat ook heb gedaan.” Lacht: „Geen Kubrickfilm, maar een Joachim Trierfilm.”

De vergelijking met Carrie mag er dan dik bovenop liggen, Trier noemt zelf een andere Stephen King-verfilming als inspiratiebron: David Cronenbergs The Dead Zone (1983), waarin een man uit een coma ontwaakt om te ontdekken dat hij paranormale gaven heeft.

Eén ding is duidelijk: na hun overmoedige Amerikaanse avontuur met Louder Than Bombs (2015), een rouwverwerkingsdrama over de dood van een door Isabelle Huppert gespeelde oorlogsfotograaf, keren Trier en zijn vaste scenarist Eskil Vogt terug naar thema’s waar ze zich beter bij op hun gemak voelen. „Al ging Louder Than Bombs ook over de vraag wat we waarnemen, en in hoeverre we de werkelijkheid ooit helemaal kunnen kennen”, haast hij zich te zeggen. „Net als Thelma.”

Bodyhorrorfilm

Het hoofdthema van alle films van Trier is de vraag wat autonomie is. „Ik ben dol op filosofische vragen, maar in mijn films wil ik ze vooral op een psychologisch vlak uitwerken. Dat is het terrein waar ik me het beste thuis voel.

Thelma zou je een bodyhorrorfilm kunnen noemen, omdat de jonge hoofdpersoon zich op gezette momenten vervreemd voelt van haar lichaam. Dat komt deels doordat ze uit een streng christelijk milieu komt waarin een taboe op het lichamelijke ligt. Maar ook omdat ze aan epileptische aanvallen lijdt. Of misschien nog wel iets heel anders.”

Trier deinst er niet voor terug om de wereld van het psychologisch en fysiek verklaarbare nog ietsje verder op te rekken. „Misschien heeft Thelma telekinetische gaven. Misschien is zij wel een moderne heks. Maar we hebben alles zo geprobeerd te vertellen dat zowel het begrijpelijke als het onbegrijpelijke ook metaforisch kan worden opgevat.

„Onze cultuur legt zo’n nadruk op het perfecte lichaam, met z’n obsessies met gezond eten, sporten, plastische chirurgie, eeuwige jeugd, dat de schaduwzijde daarvan in de vorm van eetstoornissen, drugsgebruik en identiteitsproblemen zichtbaar wordt.” Toch zijn Trier en scenarist Eskil Vogt niet bij elkaar gaan zitten om dáár nu eens een film over te maken, vertelt de regisseur. „Dat is meer bijvangst.

„We leven in een interessante periode in het denken over het menselijk lichaam. Je ziet dat mensen steeds meer fluïde seksuele identiteiten aannemen. Ik vond het interessant om daar alle extremen en uithoeken van op te zoeken.”

Dat wat wij in zijn film bovennatuurlijk noemen, is misschien helemaal niet zo speculatief, vindt hij. „Als je horrorfilms volgens de kwantumfysica analyseert is er veel meer realistisch. Hoe water in ijs overgaat weten we. Maar hoe zit het met vaste materie? Kunnen we door muren heen? En de religie van de ouders… is dat echt een geloof, of is dat een copingmechanisme?” Trier trekt een parallel met film: „Je zou kunnen zeggen dat de cinema met z’n experimenten met virtual reality op een vergelijkbare manier haar grenzen opzoekt als de mens z’n lichamelijke grenzen test. Die twee dingen hangen samen.”