NRC checkt: ‘Meer burn-outs, deels door tijdelijke contracten’

Dat schreef de Volkskrant op 15 november.

Illustratie: Illustration and Painting

De aanleiding

„Het aantal burn-outs is zeer sterk gestegen – en dat komt deels door al die tijdelijke contracten”, kopt de Volkskrant op woensdag 15 november. De krant baseert die uitspraak op onderzoek van Universiteit Nyenrode en carrièresite intermediair.nl, waaruit blijkt: 15 procent van de Nederlandse vrouwen en 9 procent van de Nederlandse mannen zegt een burn-out te hebben of die ooit te hebben gehad. Twee jaar geleden was dat nog 9,4 en 6 procent. Nyenrode-onderzoeker Jaap van Muijen voegt daar in de Volkskrant aan toe: „Uit ons onderzoek blijkt dat mensen met een vast dienstverband minder risico lopen op een burn-out.” Vergroot een tijdelijk contract de kans op een burn-out? We checken of dat klopt.

Waar is het op gebaseerd?

In het Nationaal Salaris Onderzoek, sinds 2013 jaarlijks uitgevoerd door Universiteit Nyenrode en intermediair.nl, valt op dat een burn-out (naast bijvoorbeeld zwangerschap en werkloosheid) een van de meest genoemde redenen van een loopbaanonderbreking is. De burn-out wordt daarom uitgebreider onderzocht en dan blijkt: de kans dat een bedrijfsarts ooit een burn-out bij iemand vaststelt wordt kleiner als diegene in vaste dienst is.

En, klopt het?

Maar, lezen we even verderop in het rapport, bij die resultaten hoort wel een voorbehoud. „We moeten voorzichtig zijn met de resultaten van dit onderzoek op basis van de vaststelling van overspannenheid of burn-out in het verleden”, staat in het rapport. „Dit deel van onze studie is immers een meting achteraf.” Dat wil zeggen dat mensen die op dit moment een tijdelijk contract hebben, vaker aangaven ooit een burn-out te hebben gehad. Maar dat zegt nog niets over het contract dat ze hadden voorafgaand aan die burn-out. „Ik ben het ermee eens dat bij zo’n meting achteraf vertekeningen op kunnen treden”, zegt Nyenrode-onderzoeker Van Muijen. „We onderzochten welke persoonskenmerken de kans vergroten dat iemand ooit een burn-out had, of die nog steeds heeft. En daar was een tijdelijk contract er een van.” Maar er werd géén oorzakelijk verband vastgesteld – dat vergt nader onderzoek. Van Muijen: „Het ging telkens om de kans op een burn-out, niet of die burn-out een bepaalde oorzaak had.”

In de uitspraak die hij in de Volkskrant deed verdween die nuance enigszins, geeft Van Muijen toe. Al durft hij wel te stellen dat de resultaten in een goede richting wijzen: burn-outs komen vaker voor onder laagopgeleiden, en daar zitten de meeste tijdelijke contracten.

In 2015 stelde TNO vast dat het hebben van een flexibel of tijdelijk contract geen relatie heeft met het ontwikkelen van burn-outklachten. We lezen dat burn-outklachten kunnen worden verklaard vanuit allerlei risico’s (emotioneel zwaar werk en te hoge eisen), maar niet door het hebben van een bepaald contract. Daarbij geldt overigens wel dat burn-outklachten niet altijd hoeven te leiden tot een door een arts vastgestelde burn-out.

In 2017 nuanceert TNO: dé flexwerker bestaat niet. Tussen uitzendkrachten, zzp’ers en mensen met een tijdelijk dienstverband bestaat verschil als het gaat om burn-outklachten. De grootste risicogroep vormen uitzendkrachten en op- en afroepkrachten, die melden gemiddeld iets vaker dan zelfstandigen en mensen met een tijdelijk contract burn-outklachten. Maar zelfs dan geldt dat uit de Enquête Arbeidsomstandigheden (TNO, 2016) blijkt dat gemiddeld 14 procent van de vaste medewerkers burn-outklachten ervaart, tegenover 12 procent van de medewerkers met een flexibel of tijdelijk contract. Bij zzp’ers is dat 7 procent.

Conclusie

In het Nationaal Salaris Onderzoek van Universiteit Nyenrode en carrièresite intermediair.nl werd geen oorzakelijk verband gevonden tussen een burn-out en een tijdelijk dienstverband. We beoordelen de uitspraak: „Het aantal burn-outs is gestegen, en dat komt deels door al die tijdelijke contracten”, dan ook als ongefundeerd.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt