Kabinet houdt in Eurogroep handen vrij

Hervorming eurozone Nederland wil na het vertrek van Dijsselbloem verder in de luwte de eurozone hervormen, maar zal dit moeten doen met een nieuwe voorzitter van de Eurogroep, de Portugees Mário Centeno. Zijn ideeën staan haaks op de wensen van het kabinet.

De Portugese minister van Financiën Mário Centeno volgt Dijsselbloem op als Eurogroepvoorzitter. Foto JOSE SENA GOULAO/EPA

Voor wie heeft Nederland gestemd? Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) houdt de lippen stijf op elkaar, nadat bekend is geworden dat zijn Portugese ambtgenoot Mário Centeno de nieuwe voorzitter wordt van de Eurogroep. Hoekstra vindt het niet netjes om hierover uit de school te klappen.

De terughoudendheid van Hoekstra is begrijpelijk. Ondanks het geheime karakter van de stemming melden verschillende bronnen dat Nederland zich maandagmiddag sterk maakte voor Centeno. En dat is opmerkelijk: de Portugees zetelt in een socialistische regering en heeft ideeën die haaks staan op wat Hoekstra zelf de komende jaren wil met de Eurogroep, het machtige gremium van ministers van Financiën van de eurolanden.

De inzet is duidelijk: Hoekstra wil de handen vrij hebben, nu de eurozone aan de vooravond staat van mogelijk ingrijpende hervormingen. In Brussel wordt volop gepraat over ‘begrotingscapaciteit’ en ‘schokdempers’: Europese buffers om de gemeenschappelijke munt beter te beschermen en te voorkomen dat bij de eerstvolgende crisis landen opnieuw ‘op slot’ gaan en vooral proberen hun eigen hachje te redden, desnoods ten koste van elkaar.

Hoekstra is daar niet van gediend. Net als premier Rutte hamert hij op het belang van ‘eigen verantwoordelijkheid’. Landen moeten zélf buffers aanleggen voor slechtere tijden. Dat debat over de eurozone baart hem grote zorgen. „In de fase die nu aanbreekt is het heel erg belangrijk dat ik in die Nederlandse stoel zit”, zegt hij maandag tijdens een persconferentie. Duidelijk, maar het verklaart nog steeds niet waarom een centrum-rechts Nederlands kabinet zou instemmen met een Portugese socialist. Het lijkt er zelfs volledig mee in strijd.

Nederland wil andere toppositie

Nederland was maandag met heel iets anders bezig. Vrijdag onthulde NRC dat de regering in Brussel aast op een andere toppositie, vlak onder die van de Eurogroep-baas. Topambtenaar en D66’er Hans Vijlbrief, thesaurier-generaal bij het ministerie van Financiën, moet de Euro Working Group (EWG) gaan leiden, de invloedrijke werkgroep die de Eurogroep ondersteunt. Om dat voor elkaar te krijgen kan de Eurogroep-voorzitter niet óók een liberaal of een Noord-Europeaan zijn.

Luxemburg heeft maandag zijn eigen ijzer in het vuur: de liberale minister Pierre Gramegna. Ze presenteren hem als de ‘Benelux-kandidaat’. Maar Gramegna delft al snel het onderspit, tot groot verdriet van Luxemburg en België, die van tevoren op de hoogte zijn gebracht van de Nederlandse strategie. Eerder op de dag laat de Belgische minister Johan Van Overtveldt er geen twijfel over bestaan hoe hij hiertegenaan kijkt. „Dat klinkt een beetje vreemd, hè, een Nederlandse liberaal met een Portugese socialist.”

De Luxemburgse premier Xavier Bettel deed zaterdag op het partijcongres van de Europese liberalen in Amsterdam nog een laatste poging om de liberalen op één lijn te krijgen. In een toespraak wees Bettel erop dat er zes liberale premiers in de eurozone zijn en dat het in het algemeen goed gaat met het liberale gedachtengoed. „Laten we ervoor zorgen dat dit tot uiting komt in Europese topposities!” Maandag herhaalt hij die boodschap. Tevergeefs.

Portugal is een succesverhaal

Het is overigens de vraag of Gramegna het met een eensgezind liberaal front wel zou hebben gered. Voor aanvang van de Eurogroep-vergadering blijkt al dat grote landen als Frankrijk, Italië en Duitsland van plan zijn om de Portugese socialist te steunen. Zuid-Europa, vinden zij, is aan de beurt na vijf jaar Jeroen Dijsselbloem. Portugal is bovendien een succesverhaal. Mede dankzij Centeno werd een zware crisis omgebogen tot 2,5 procent verwachte economische groei en wist Portugal, voor het eerst in acht jaar, een eind te maken aan een excessief begrotingstekort.

Hoe kansrijk Centeno is, blijkt als Dijsselbloem zich nog voor de stemming tegenover journalisten verspreekt. „Ik ben tot 12 januari voorzitter en dan Mário Centeno op 13 januari.” Stilte. „Zei ik nou Mário Centeno? Doe me een lol: citeer me even niet.” Maar de camera’s draaien live mee. Het wordt hem niet kwalijk genomen. Aan het einde van wat formeel zijn laatste Eurogroep-vergadering is, wordt Dijsselbloem alom geprezen, voor zijn „leiderschap” en „productieve werk” in soms extreem zware tijden, te midden van de eurocrisis. Ook Hoekstra heeft alleen maar warme woorden voor Dijsselbloem. „Hij heeft het voortreffelijk gedaan.”

Centeno staat na afloop te glunderen op het podium. Hij zegt zich sterk te willen maken voor een stabiele euro en voor minder grote welvaartsverschillen tussen eurolanden. „Elk land telt mee.” Dijsselbloem neemt afscheid met een waarschuwing aan alle ministers: „In deze economisch gunstige tijden is het heel gemakkelijk om achterover te leunen, maar er moeten echt nog stappen worden gezet.”