In slaap (1)

Anne Hermans is huisarts in Nieuw-Zeeland. Ze schrijft columns op basis van haar ervaringen.

Automatisch worden mijn ogen van haar ingevallen gezicht omhoog getrokken naar de foto boven het bed: ze lijkt haar volle gewicht aan een pikhouweel te hangen. Op haar gezicht een zelfverzekerde glimlach. Haar zoon volgt mijn ogen. „Ze was een van de eerste vrouwen die Mount Cook beklom. Dat is echt wie ze was. Altijd op zoek naar uitdagingen. Die foto is genomen in 1948.”

Mother…” De bijna onhoorbare kreun brengt ons terug in het hier en nu. Mevrouw Barnett, zijn moeder, heeft haar ogen wijd open en staart me aan. „Mother… where… were you… all… that time?” Ze snakt naar adem. Ik pak haar hand. „Het is goed. Ik ben er. Heeft u pijn?”

Ze knikt. Door het laken heen is haar opgeblazen buik zichtbaar, vreemd afstekend tegen de dunne armen en ingevallen nek. Ik verzeker haar dat we zullen zorgen dat ze geen pijn heeft, zich niet benauwd voelt.

Even later sta ik met haar zoon op de gang. Hij vertelt me dat zijn moeder het vreselijk had gevonden als ze tien jaar geleden had geweten dat ze er nu zo zou bij liggen, hulpeloos in bed, roepend om haar moeder. „Ik zit hier nu twee dagen en ze heeft me nog geen moment herkend.” Hij zwijgt even. „Tot haar 92ste deed ze zelf het huishouden, onderhield haar tuin en bracht de hele buurt tomaten en pompoenen. Het was een drama toen ze naar het verzorgingshuis moest. Het liefst was ze tot het einde thuis gebleven.”

Ik vertel hem dat er in het infuus een combinatie van morfine en een slaapmiddel zit, waarvan de verpleegkundige de dosis kan ophogen. Dat betekent dat ze, als ze erg onrustig is, in slaap gebracht kan worden. Aangezien ze al een paar dagen niet gegeten of gedronken heeft zal ze waarschijnlijk in de komende dagen overlijden. „Weten al haar kinderen dat ze stervende is?”

„Mijn broer woont hier in het dorp”, zegt hij. „Hij ziet haar elke dag en heeft er vrede mee dat dit het einde is. Zijn vrouw heeft wat meer moeite met het slaapmiddel. Ze is katholiek.”

Ik stel voor om zijn broer te bellen om alles nog een keer door te nemen, maar hij schudt zijn hoofd. „Ik heb hem net nog gesproken. Hij begrijpt heel goed dat mama lijdt en medicatie nodig heeft, dat het geen zin heeft haar wakker te houden.”

De volgende dag, als ik met mijn dochter in de kleedkamer van het zwembad sta, gaat de telefoon. „Het gaat om mevrouw Barnett”, begint de verpleegkundige van het verzorgingshuis overstuur. „Ze was erg in de war en angstig vanochtend, bleef maar om haar moeder roepen en probeerde uit bed te klimmen. In overleg met haar zoon heb ik het slaapmiddel opgehoogd. Maar nu is haar schoondochter laaiend. Ze zegt dat ik haar moeder wil vermoorden en dat ze naar de politie gaat om me aan te geven.”

Wordt volgende week vervolgd.
    • Anne Hermans