Hier is ‘altijd shit’, zegt de Brusselse winkelier

Rellen in Brussel Volgens de Belgische regering zit er een ‘netwerk’ achter recente rellen in de hoofdstad. Aanwijzingen daarvoor ontbreken. Wel is duidelijk dat de stad grote sociale problemen kent.

De politie in Brussel arresteert een relschopper tijdens rellen op 15 november na het optreden van een Franse rapper. Foto Laurie Dieffembacq/AFP

Plotseling klinkt geschreeuw op de Brusselse Lemonnierlaan. Een jongen loopt dwars over de weg, zwaaiend met een oranje verkeersbord. Even later passeert een man met een groot mes. Aan de overkant ligt een neergestoken man op de grond. Het is woensdagmiddag vijf uur in de Anneessenswijk, op een paar minuten lopen van het stadscentrum.

Drie weken geleden braken hier rellen uit op de avond dat Marokko zich kwalificeerde voor het WK voetbal. De sporen ervan zijn nog zichtbaar. In een meubelzaak is een glazenzetter bezig. De pinautomaat ernaast is uit de muur getrokken. De geplunderde nachtwinkel even verderop is nog steeds gesloten.

Het is niet de enige plek in Brussel waar het de laatste weken onrustig is. Een paar dagen na de eerste problemen braken in het centrum nieuwe rellen uit, dit keer rondom het Muntplein nadat een Franse rapper zijn volgers via Snapchat had opgeroepen samen te komen. Een zaterdag later was het weer raak: na een betoging bij het Justitiepaleis richtten relschoppers in de buurt vernielingen aan.

„Voor rellen zijn geen excuses”, zegt een woordvoerder van de burgemeester. Waarom het juist nu zo onrustig is in Brussel, kan de gemeente niet zeggen. De aanleiding was telkens anders, er waren jongeren van verschillende komaf bij betrokken en ze kwamen uit diverse gebieden van de stad en daarbuiten. Toch denken deskundigen dat de rellen niet helemaal los van elkaar staan. Een andere aanpak van probleemwijken zou volgens hen zeker helpen.

Minderjarig en multirecidivist

Mattias De Backer van het Leuvens Instituut voor Criminologie, onderzocht het „fenomeen van ‘rondhangen’ in de Brusselse publieke ruimte” voor zijn promotie. „Afgaande op de inschatting van jeugdwerkers die ik in de voorbije weken heb gesproken, gaat het hier om jongeren uit typische achtergestelde wijken”, zegt hij. „Jongeren uit gezinnen waar het niet zo goed functioneert, die het niet goed doen op school en geen aansluiting vinden bij de arbeidsmarkt.”

Velen van hen zouden afkomstig zijn uit de ‘arme sikkel’ van Brussel, een verzamelnaam voor de armste wijken van de stad rond het Kanaal Charleroi-Brussel. In tegenstelling tot de Parijse banlieues bevinden die wijken zich hier dicht bij het centrum.

Het lijkt De Backer sterk dat sprake is van een netwerk, „maar de straffeloosheid bij de eerste rellen kan inspirerend hebben gewerkt voor bepaalde jongeren die er niet bij waren”. Bij de eerste rellen trad de politie pas laat op en konden de plunderingen urenlang doorgaan.

Anneessens is een van de wijken in de arme sikkel. Ruim eenderde van de inwoners is van oorsprong Marokkaans, daarop volgen Congolezen en Oost-Europeanen. Jongeren zijn oververtegenwoordigd en de jeugdwerkloosheid is gigantisch: bijna 50 procent.

„Het is elke dag hetzelfde”, zegt Mohammed Ali, werkzaam in een nachtwinkel aan de Lemonnierlaan, net na de steekpartij. Ruzies, vechtpartijen, lastige klanten: „Ik woon in Molenbeek, daar is het veel beter.” De van oorsprong Afghaanse Sami Niazia kwam negen maanden geleden uit Antwerpen naar Brussel. Hij kocht een belwinkel in de straat. „Hier is altijd shit”, zegt hij. Twee dagen na de eerste rellen verkocht hij zijn winkel, hij gaat naar Mechelen.

„Wij hadden al wel langer door dat het niet goed ging in de wijk, dat het evenwicht kwijt is”, zegt Nour Eddine Layachi, directeur van de lokale winkeliersvereniging. Hij zag de armoede en het aantal diefstallen toenemen, en trok aan de bel bij de gemeente. Structureel veranderde er weinig. De rellen moet je „los zien van de dagelijkse situatie in de wijk”, benadrukt Bart Van de Ven, coördinator van de Buurtwinkel, een wijkcentrum in Anneessens. De meeste jongeren die hij spreekt keuren de rellen sterk af. Maar er zijn wel redenen voor hun ontevredenheid.

De schooluitval is hoog

„Het Brussels onderwijs slaagt er niet in een sociale lift te zijn”, aldus Van de Ven. De budgetten zijn laag, er zijn te weinig docenten en de begeleiding is beperkt. „De schooluitval is hoog en een groot deel stroomt laaggeschoold naar buiten.” Een klein deel van die jongeren weten gemeente en jeugdwerkers niet te bereiken. “Iets positiefs of constructiefs doen als jongere stoot bij die groep op veel negativiteit”, merkte hij.

Lees ook deze achtergrondreportage uit Molenbeek: Het gevaar van de Brusselse schoolbanken

De Backer vindt het „niet tolereerbaar”, maar hij denkt niet dat het toeval is dat de politie nu aangevallen wordt. Jongeren met een diverse achtergrond worden „structureel in de gaten gehouden”, zag hij tijdens zijn onderzoek. Na de rellen nam de politie in de Anneessenswijk willekeurig foto’s van jongeren om te kijken of ze betrokken waren bij de rellen.

Er is nu meer politie, maar de vraag is of dat helpt. Veel agenten worden meteen na hun opleiding uit Vlaanderen of Wallonië naar Brussel gestuurd en weten niet goed hoe ze zich moeten gedragen in explosieve situaties, denkt De Backer. De diversiteit is laag, ze kennen de buurt en cultuur niet. Van de Ven: “Dat zorgt voor spanning en onbegrip.” Zowel Layachi als De Backer en Van de Ven spreken bovendien van een gebrek aan aanspreekbare agenten op straat. Politie in de wijk is vooral te zien in patrouillerende busjes of rondrijdende auto’s. Agenten moeten “proactief contact maken, mensen kennen en zo gezag vertegenwoordigen, niet door in een bus vol agenten door de wijk te racen”, denkt Van de Ven.

Binnen de kortste keren staan om de neergestoken jongen aan de Lemonnierlaan zes politieauto’s, er lopen politiehonden rond. Tien minuten later komt de ambulance aan. Een meisje loopt langs het politielint met haar vriend: „Ik vind Brussel helemaal niet meer leuk.”