Het salaris is niet objectief, dus verdient de man meer

Beloningsverschil De salariskloof tussen mannen en vrouwen bestaat ook als er vergeleken wordt tussen exact dezelfde functies.

Illustratie iStock, bewerking NRC

Hoe kan het dat vrouwen minder betaald krijgen dan mannen, terwijl ze exact hetzelfde werk doen?

Deze vraag was het uitgangspunt van een recent onderzoek naar de salarisgegevens van meer dan 19.000 werknemers van vier verzekeraars. Opdrachtgever was het College voor de Rechten van de Mens, waakhond voor naleving van mensenrechten in Nederland.

In het onderzoek worden de salarissen vergeleken van mannen en vrouwen die precies dezelfde functie bekleden. Dat is iets anders dan het vergelijken van gemiddelde salarissen binnen een organisatie of sector, waaruit vrijwel altijd een (forse) loonkloof blijkt.

Zo heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekend dat in het bedrijfsleven mannen gemiddeld zo’n twintig procent meer verdienen dan vrouwen. Dit duidt echter niet per se op verschil in beloning, maar veel meer op een verschil in functie: als mannen meer topfuncties bekleden dan vrouwen, dan volgt daar uit dat mannen meer verdienen.

Lees hier een recente column van Marike Stellinga over dit onderwerp: Werken vrouwen vanaf nu gratis? Welnee

‘Onaccaptabel verschil’

Uit het onderzoek naar de verzekeraars blijkt dat, over de gehele organisatie gezien, mannen zo’n dertien procent meer verdienen dan vrouwen. Corrigeer je dit cijfer door specifiek te vergelijken op functieniveau, dan daalt dit percentage aanzienlijk, tot tussen de 0,2 en 3 procent.

Hoewel een stuk kleiner, is dat verschil nog steeds onacceptabel, vindt Adriana van Dooijeweert, voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens. „Als het gaat om dezelfde functie, is er geen enkele reden waarom een vrouw minder zou moeten verdienen. Daarbij is 3 procent netto niet weinig, vooral als je bedenkt dat dit percentage nog jarenlang doorzeurt.”

De oorzaak van dit verschil? Om positief te beginnen: werkgevers discrimineren volgens het College niet bewust. „Er is niemand die zegt: we zetten vrouwen expres op een lager salaris”, zegt Van Dooijeweert. Tegelijk is dit precies de reden dat het probleem moeilijk is op te lossen, omdat de oorzaken niet altijd duidelijk aanwijsbaar zijn.

Ik kan me voorstellen dat een vrouw, wanneer ze een aantal jaar nauwelijks heeft gewerkt, de neiging heeft minder hoog van de toren te blazen

Het onderzoek stelt dat werkgevers ongelijke beloning kunnen voorkomen door het loon vast te stellen aan de hand van objectieve maatstaven, zoals opleiding en werkervaring. Beloningsverschillen ontstaan namelijk vooral op het moment dat het salaris wordt bepaald door ‘niet-neutrale elementen’, zoals de salarisonderhandeling.

„Vlak voor de ondertekening van het contract, wordt er nog een beetje heen en weer onderhandeld”, zegt Van Dooijeweert. „Dat moet de werknemer niet willen en de werkgever ook niet.” Andere niet-neutrale elementen zijn toeslagen die worden toegekend aan een werknemer, zoals verhuistoeslag (wanneer iemand moet verhuizen voor het werk) of de arbeidstoeslag (om te voorkomen dat iemand naar een concurrent gaat).

Vaak geen verklaring

Waarom zijn juist niet-neutrale elementen nadelig voor de vrouw? Dat is een moeilijke vraag, die in het onderzoek niet is bekeken, aldus Van Dooijeweert. In ieder geval is duidelijk gemaakt dát het zo is. Ze wil dan ook niet zeggen of dit erop wijst dat vrouwen bijvoorbeeld minder goed kunnen onderhandelen. „Maar ik kan me voorstellen dat een vrouw, wanneer ze een aantal jaar niet of nauwelijks heeft gewerkt om de kinderen op te voeden, de neiging heeft minder hoog van de toren te blazen bij de onderhandeling.”

Tot slot adviseert Van Dooijeweert werkgevers goed te documenteren hoe een salaris tot stand is gekomen, zodat beloningsverschillen gelegitimeerd kunnen worden. Wanneer een vrouw erachter komt dat ze minder verdient dan een mannelijke collega, kan de werkgever namelijk vaak niet verklaren waarom dat zo is.

„Meestal heeft het niets met seksisme te maken, maar wij werken volgens het principe van de omgekeerde bewijslast”, zegt Van Dooijeweert. „We gaan ervan uit dat het komt door het vrouw-zijn, totdat het tegendeel is bewezen.”