Een goed jaar voor griezels

Achtergrond

Horrorfilms zoals ‘Get Out’ en ‘It’ waren het afgelopen jaar dé smaakmakers in de bioscopen. Waarom is horror momenteel zo succesvol, en zo goed?

Clown Pennywise (Bill Skarsgård) in ‘It’: een van de meest succesvolle horrorfilms aller tijden.

Het was een goed jaar voor horror, 2017. En niet alleen vanwege het Weinstein-schandaal, dat de Amerikaanse filmwereld nog steeds in de greep heeft. Het afgelopen filmjaar leverde de ene na de andere onverwachte horror-hit op. Een flink aantal van de beste, meest spraakmakende en ook meest succesvolle films van het jaar waren griezelfilms.

Waarom horror, en waarom nu? Producent Jason Blum, die met zijn bedrijf Blumhouse verantwoordelijk is voor een groot deel van die recente verrassingshits waaronder het veelbesproken Get Out van debuterend regisseur Jordan Peele, hoeft niet lang te zoeken naar het antwoord: Donald Trump. In angstaanjagende, onzekere en onvoorspelbare tijden neemt de populariteit van horror altijd toe, weet hij. „Ik ben ervan overtuigd dat we zes keer zo weinig bezoekers zouden hebben getrokken met Get Out, als Hillary nu president was geweest”, zei hij tegen The New York Times.

Blumhouse Productions heeft een model ontwikkeld voor horrorfilms, dat economisch én artistiek vruchten afwerpt. Blums eerste zorg als producent is dat de budgetten laag blijven – doorgaans onder de 5 miljoen dollar – waardoor het mogelijk is om risico’s te nemen zonder meteen in de rode cijfers te belanden. Hij zoekt vervolgens naar ideeën die fris en nieuw zijn. Horror is een genre dat vooral populair is bij een jong publiek en moet daarom de huidige wereld reflecteren. De kwaliteit moet hoog zijn: horrorfilms moeten volgens Blum voldoen aan de kwaliteitsstandaard van alle films: met een goed ontwikkeld verhaal, geloofwaardige personages en precies gedoseerde spanning.

Dat laatste lijkt misschien een open deur, maar horror is bij uitstek een genre waarbij cynisme vaak hoogtij viert: snel gemaakte films, met veel bloedvergieten, sensatie en shocks, gemaakt voor een beperkt maar wel trouw publiek. Dat is de mentaliteit waar het expliciete gruwelgenre van de martelporno – zoals de Saw-reeks – op vastliep. Blum neemt zijn horror serieus.

En dat werkt. In 2017 was Blumhouse onder meer verantwoordelijk voor de psychologische horrorfilm Split – de comeback van regisseur M. Night Shyamalan – met James McAvoy in een tour de force als een perverse kidnapper met 23 persoonlijkheden. Budget: 9 miljoen dollar. Opbrengst: 278 miljoen dollar.

Blumhouse bracht ook Happy Death Day uit – een lichte horrorvariant op de Bill Murray-klassieker Groundhog Day. Minder geslaagd, een minder grote hit. Maar nog altijd goed voor een mondiale opbrengst van 105 miljoen dollar, met een productie-budget van nog geen 5 miljoen dollar. Hoewel hij naar Amerikaanse maatstaven werkt met extreem bescheiden bedragen, geldt Blum inmiddels als ‘horrorkoning van Hollywood’.

De kers op de taart voor Blumhouse was Get Out, het briljante regiedebuut van komiek Jordan Peele, dat hoge ogen zou kunnen gooien bij de Oscar-nominaties, mits de leden van de Academy hun traditionele dédain voor horror opzijzetten. In die film speelt de zwarte Britse acteur Daniel Kaluuya fotograaf Chris, die met zijn witte vriendin Rose (Allison Williams) een weekend doorbrengt bij haar ouders. Die blijken in een sinister complot te zitten om zwarte mensen te transformeren tot hersendode slaven.

In Get Out ontmoet de sinistere raciale geschiedenis van de VS de alledaagse dommigheden (‘micro-agressie’) van ogenschijnlijk progressieve witte Amerikanen, in hun contact met zwarte mensen. Get Out is een onderhoudende, effectieve horrorfilm – zeker in het laatste half uur – maar ook nog zoveel meer dan dat; een mijlpaal in de geschiedenis van het genre.

De film was daarnaast heel lucratief: Get Out is gemaakt voor een kleine 5 miljoen dollar en leverde wereldwijd al 254 miljoen dollar op. Maar zelfs dat bedrag valt in het niet bij het enorme succes – een complete verrassing – van de Stephen King-verfilming It: budget 30 miljoen dollar, opbrengst bijna 700 miljoen dollar. It moet alleen The Excorcist (1973) voor zich dulden als de meest succesvolle horrorfilm aller tijden. It is wel al de meest succesvolle Stephen King-verfilming ooit.

De film gaat over een groepje jonge misfits (de ‘Losers Club’) dat wordt belaagd door een sinistere geest die allerlei vormen kan aannemen, maar meestal te zien is als de boosaardige clown Pennywise.

It sluit aan bij het huidige golfje van jarentachtignostalgie. Regisseur Andy Muschietti verplaatste het oorspronkelijke verhaal van de jaren vijftig naar de jaren tachtig. It kan zo aanhaken bij de enorme populariteit van de Netflix-serie Stranger Things, die zich ook in een kinderwereld en in de jaren tachtig afspeelt; een serie die zelf weer hevig is geïnspireerd op It. Omdat demon ‘It’ de vorm aanneemt van de grootste angst van elk personage, werkt de film als een soort encyclopedie van griezels. De film spreekt zowel publiek onder de 25 aan – cruciaal voor het succes van horror – als nostalgische veertigers.

Maar It is niet heel eng of beangstigend – wel spannend. Dat geldt eigenlijk ook voor Get Out. De huidige generatie horrormakers – Jordan Peele, de broers Matt en Ross Duffer van Stranger Things – zijn classicisten, die heel goed keken naar het werk van grote voorgangers als Steven Spielberg en Stanley Kubrick. De bloederigheid is aanzienlijk teruggeschaald.

Horror is braver geworden en dat zal zeker hebben bijgedragen aan de acceptatie bij een breder publiek. De nieuwe generatie filmmakers respecteert de conventies, maar dient slechts mondjesmaat sensatie en schrik-effecten op. Een deel van de horrorfans voelt zich daardoor soms bekocht, omdat sommige films wel horrorfilms lijken, maar toch niet helemaal zijn. Voor dat fenomeen is de moeizame term ‘post-horror’ bedacht.

Dat verschijnsel doet zich vooral voor in de meer kunstzinnige hoek: bij de indie-horror. De tijd is voorbij dat filmregisseurs die als kunstenaar serieus genomen wilden worden ver uit de buurt bleven van het genre. In het afgelopen jaar draaiden films zoals mother! van Darren Aronofsky, die een scala aan gruwelijkheden inzette om zijn wanhoop te verbeelden over de deplorabele staat van de planeet. De Noorse regisseur Joachim Trier maakte met Thelma, dat deze week uitkomt, een film over het seksueel ontwaken van een jonge vrouw, die is behept met paranormale krachten. De Franse debutante Julia Ducournau leverde met Raw een overrompelende, hyper-energieke zombiefilm af.

Je moet terug naar de jaren zestig en zeventig – met films als Rosemary’s Baby van Roman Polanski en Carrie van Brian De Palma – om zoveel filmmakers met serieuze ambities te vinden die zich vergrijpen aan horror.

Het startschot voor de huidige golf aan kwalitatief hoogstaande horrorfilms is gegeven door de meesterlijke vampierfilm Let the Right One In van Tomas Alfredson, negen jaar geleden. Voor huidige filmmakers is het onderscheid tussen hoge kunst en populaire cultuur – tussen een artistieke, persoonlijke film en een genrefilm – uiterst betrekkelijk, zo niet irrelevant. Juist de kruisbestuiving levert de beste films op.