Cultuur

Interview

Interview

Geoffrey Rush en Armie Hammer als kunstenaar Alberto Giacometti en model James Lord.

‘Giacometti lachte om zijn eigen wanhoop’

Stanley Tucci

De acteur-regisseur portretteert in ‘Final Portrait’ Alberto Giacometti én het scheppingsproces.

De Amerikaanse acteur-regisseur Stanley Tucci weet wat poseren is. Als kind zat hij urenlang roerloos terwijl zijn vader, een schilder en kunstleraar, hem schilderde. „Je krijgt een heel ongewone connectie. Hij staart urenlang naar jou, jij naar hem. De ander wordt een vreemde, er vallen opeens dingen op in zijn gezicht die je nooit eerder zag. Na een tijdje vervormt je besef van tijd, van ruimte.”

Stanley Tucci (57) is een dienend acteur – met 123 film- en tv-rollen – die iedereen kent zonder hem te herkennen. Final Portrait is zijn vijfde films als regisseur, wat hij zeer betreurt. „Ik doe veel liever de regie, dan zit je op de filmset nooit te wachten, zoals acteurs. Dat rondlummelen is enorm vervelend.”

We spreken hem in februari in Hotel Adlon in Berlijn, vlak voor de wereldpremière van zijn biopic over de schilder-beeldhouwer Alberto Giacometti, naar een script dat hij dertien jaar geleden schreef. Het is een adaptatie van het boekje A Giacometti Portrait (1968) van James Lord, die in 1964 achttien dagen lang voor hem poseerde en zo de meester aan het werk kon observeren.

U bewerkte het boek 13 jaar geleden tot een filmscript, bent blijven pushen om de film te realiseren. Wat trof u in het boek?

„Het is heel concreet, zonder uitweidingen, en juist daarom heel universeel. Ik sleepte het als jongeman overal mee, en niet alleen omdat ik zelf schildersmodel was geweest. Het verraste me toen zeer dat een gigant als Giacometti zo onzeker was. Maar hij besefte dat in de kunst en het leven falen belangrijker is dan succes. Van je fouten leer je, maar wie uit zijn succes lessen trekt, stevent af op een fiasco. Echt succes komt voort uit risico’s.”

Zat in die gekweldheid en bohémienstijl van Giacometti niet veel pose?

„Picasso schiep veel actiever zijn eigen mythe, denk ik. Giacometti was oprecht geobsedeerd, maar inderdaad niet vrij van effectbejag. Met zo’n groots gebaar miljoenen francs in een hoek van zijn atelier gooien of aan pooiers uitdelen: dat is pure show inderdaad.”

Kunst is lijden bij Giacometti, best een romantisch idee…

„Het is eerder sisyfusarbeid. Je rolt die steen de heuvel op en vlak voor de top glipt hij je uit je handen. Je realiseert nooit precies wat in je hoofd zat, en toch moet je het loslaten en door naar je volgende project. Giacometti had daar enorme moeite mee. Ik vind het zelf ook erg frustrerend dat deze film af is trouwens. Er valt nog zoveel te verbeteren! Morgenavond na de wereldpremière wil ik na afloop het liefst van een balkon springen, dat weet ik nu al.”

Toch kan u om Giacometti’s wanhoop best lachen in ‘Final Portrait’.

„De film is bedoeld als komedie. Zo’n oude kerel die anderhalf uur voor zijn ezel staat te knarsetanden. ‘Fuck, het is onmogelijk’: dat zou pretentieus en oersaai zijn. Wie maalt erom of zo’n oude vent dat schilderij afkrijgt? Giacometti vond zijn wanhoop zelf best grappig trouwens. Wat dat betreft was hij niet echt een Zwitser, maar 100 procent Italiaans. Enorm dramatisch doen en daar tegelijk in je vuistje over lachen.”