Recensie

Een kunstwerk is een kind dat het huis verlaat

Biopic

In ‘Final Portrait’ schildert Alberto Giacometti met veel artistieke walging en wanhoop het portret van zijn Amerikaanse vriend, de elitaire mooiboy James Lord.

Armie Hammer (links) en Geoffrey Rush als model James Lord en kunstenaar Alberto Giacometti.

Met zijn uitgerekte, ijle figuren is Alberto Giacometti (1901-1966) ’s werelds meest herkenbare en dure beeldhouwer, Tate Modern en Guggenheim New York organiseren blockbuster-exposities. Gelukkige timing van acteur-regisseur Stanley Tucci voor deze lucide en grappige biopic, Final Portrait.

Alberto Giacometti is pas echt gelukkig als hij ontevreden en slecht op zijn gemak is, weet zijn onafscheidelijke broer Diego: een merkwaardige combinatie van wanhoop en zelfspot. Het jaar is 1964, Giacometti is van artistiek cultfiguur uitgegroeid tot mondiale beroemdheid. Hij smijt letterlijk met dikke stapels bankbiljetten, maar peinst er niet over te verhuizen uit zijn stoffige, muffe atelier zonder stromend water in Parijs.

In Final Portrait schildert Giacometti zijn laatste portret: van zijn Amerikaanse vriend, de elitaire snaak James Lord. Gewoon een snel schetsje op canvas van twee, drie uur voor het vliegtuig van Lord naar New York vertrekt, bezweert Giacometti. Het wordt achttien dagen stilzitten onder eindeloze exclamaties van artistieke walging en wanhoop: „Fuck! het is onmogelijk! Alles is zinloos!” Van steeds weer overschilderen en opnieuw beginnen, uitstapjes naar cafés en bordelen, wandelingen over Père-Lachaise voor esthetische bespiegelingen en gemopper over Picasso („Dief!”) of Matisse („Huisschilder!”). Zo leer je terloops Giacometti’s Umwelt kennen: zijn tobbende oude muze Annette, de opgefokte prostituee Caroline, de kalme Diego, de kunsthandelaars en pooiers die watertandend rond de beroemde bohémien cirkelen.

En James Lord maar stilzitten: terwijl Giacometti hem portretteert, verzamelt hij materiaal voor een literair tegenportret van de kunstenaar. Lord schreef het verrukkelijke kleine boekje A Giacometti Portrait over die achttien dagen, waar Stanley Tucci nu een verrukkelijke kleine film in heeft gevonden.

Twee starende mannen in een grijs atelier is best een filmische uitdaging, die Tucci slim te lijf gaat. Zo ging de klok voor James Lord in dat atelier gaandeweg steeds langzamer tikken, maar doet Tucci in de film het omgekeerde: na een eerste, haast pijnlijk lang gerekte scène van Giacometti die kreunend en mompelend tussen beeldjes en doeken banjert, worden tempo, muziek en montage geleidelijk heftiger. Tot het kunstwerk – poef! – af is. Al blijkt dat maar ten dele Giacometti’s keus.

Zo’n film staat en valt met de kwaliteit van artiest en model; Armie Hammer en Geoffrey Rush zijn een geweldig Kuifje en kapitein Haddock-duo. Met zijn meegaande, wat kleurloze esprit is Hammer als mooiboy Lord het ideale publiek voor de theatrale, gekwelde ironie van Rush. Final Portrait is een fraai onnadrukkelijk portret van een kunstenaar voor wie een werk nooit af is, maar meer een kind dat zijn huis verlaat.