Interview

Een Eritreeër kijkt je niet aan – uit respect

Opvang vluchtelingen

Zelf werden ze ruim twintig jaar geleden in Assen warm opgevangen. Nu helpen moeder en dochter Eritreeërs die ook zijn gevlucht. „Ik leg de verschillen uit.”

Milka Yemane, begin jaren 90 gevlucht uit Eritrea.

Waarom integreren Syriërs makkelijker in Nederland dan Eritreeërs? Milka Yemane krijgt die vraag vaak. „Stel je een primitief agrarisch dorp voor”, zegt ze dan. Mensen verbouwen er alles zelf, hebben geen elektriciteit, straatnamen kennen ze niet. „Veel Eritreeërs die nu in Nederland arriveren, komen uit dit soort rurale gebieden. Ineens moeten deze agrariërs zichzelf zien te redden in een drukke, snelle, westerse maatschappij. Voor veel Syriërs, die vaak uit grote steden als Damascus, Aleppo, Homs komen, is dat makkelijker.”

De nu 32-jarige Amsterdamse Yemane vluchtte begin jaren negentig met haar moeder en broertje uit Eritrea. Ze groeide op in Assen. „Heel lang waren wij daar het enige Eritrese gezin. We hadden een Nederlandse ‘opa’ en ‘oma’.”

Het duurde dertien jaar voor ze een verblijfsvergunning kreeg. „Mijn moeder heeft ervoor gevochten dat ik mij niet vanaf mijn zestiende wekelijks bij de IND hoefde te melden. Dan zou ik iedere week een wiskundeles moeten missen.”

Pas op haar 24ste mocht zij zich Nederlander noemen. Yemane verhuisde naar New York voor een master politicologie. Eind 2014, vlak voor de vluchtelingencrisis, keerde ze terug naar Nederland.

Naast de vele Syriërs zag ze ook steeds meer Eritreeërs naar Nederland komen. Haar moeder, die veel mensen in Assen kent, werd op straat herkend en aangesproken door nieuwkomers. „Er waren veel vragen vanuit de Eritrese gemeenschap over Nederland, en andersom. Wij wilden die twee werelden bij elkaar brengen.” Vorig jaar hebben moeder en dochter een stichting opgezet: Lemat, wat ‘opbloeien’ betekent in het Tigrinya, de officiële taal van Eritrea.

Yemane ging een aantal maanden werken in Italiaanse kampen om de wereld van de vluchtelingen beter te begrijpen. „Als ze via Libië komen, hebben ze verschrikkelijke dingen meegemaakt. Veel meisjes zijn seksueel misbruikt tijdens de vlucht. Sommige Eritreeërs zijn dagenlang opgesloten.”

Cultuurverschillen

In Nederland wonen zo’n 20.000 geregistreerde Eritreeërs. Yemane, haar moeder en hun Eritrees-Nederlandse collega Daniel Grmazion geven advies aan organisaties die hen begeleiden . Ook helpen ze zelf Eritreeërs op weg. „Mijn Tigrinya is sindsdien veel beter geworden”, lacht Yemane. De cultuurverschillen zijn soms groot, zegt ze. „Eritreeërs kijken naar de grond wanneer ze een werkgever de hand schudden, dat doen ze uit respect. Maar als ze hier op sollicitatiegesprek komen, ziet dat er zwak uit. Dan leggen we uit dat je in Nederland best zelfverzekerd mag zijn en de werkgever mag aankijken.”

Sommige zaken zijn voor Eritreeërs moeilijker te begrijpen. De meesten zijn orthodox-christelijk, vertelt ze. „Ze vinden het echt bizar dat er in Nederland hanen op kerktorens staan. ‘Doe dóé je toch niet?’, zeggen ze dan.”

Andere kwesties zijn ingewikkelder: „In Eritrea is het normaal dat mannen hand in hand over straat lopen: het is een teken van broederliefde. Twee jongens van 19 liepen laatst over een boulevard. Een man reed voorbij, draaide zijn raampje open en vroeg of ze seks wilden met hem”, zegt Yemane. „Ze waren in shock.” Ze heeft de jongens uitgelegd dat mannen die in Nederland elkaars hand vasthouden meestal een relatie hebben. „Ik zeg niet dat ze hun eigen gewoontes moeten vergeten. Ik leg de verschillen uit, ze mogen zelf beslissen wat ze met de informatie doen. Soms zeggen ze: ‘Ja, maar dit is onze cultuur’. Dan zeg ik: ‘Je hoeft niks op te geven, maar je moet wel de dingen leren die het makkelijker voor je maken om mee te doen in Nederland.’”

Extreem gedigitaliseerd

Nederland maakt dat meedoen ook niet erg makkelijk, valt haar op. Veel Eritreeërs hebben onderweg naar Europa in verschillende landen verbleven en gewerkt om de reis te bekostigen. Ze vertellen dat ze na een paar maanden in Soedan wat Arabisch leerden, in Ethiopië een mondje Amhaars en in Israël eenvoudig Hebreeuws. „Ze zeggen: Na twee jaar in Nederland spreken we de taal nog nauwelijks.”

De Nederlandse samenleving is extreem gedigitaliseerd, dat maakt het voor hen moeilijk te integreren, zegt Yemane. „Zij werken hard en leren vaak door te doen. Dat maakt het lastig in een kennismaatschappij.”

Haar moeder heeft net een paar jongens aan werk geholpen, ze mogen schoonmaken in een bungalowpark. „Ze zijn haar zo dankbaar.”

Werk is één ding, meer contact met Nederlanders is ook belangrijk, zegt Yemane. Haar advies aan mensen die Eritreeërs als buren hebben: „Bel bij ze aan. Ze zullen de lekkerste Eritrese koffie voor je maken. Ze willen niets liever dan contact maken met Nederlanders, ze weten alleen niet hoe.”