Column

We zitten diep in de shit, wijst ‘Beerput Nederland’ uit

Zap

De documentaire Beerput Nederland schetst een ontluisterend beeld van de afvalverwerkende industrie. We zitten diep in de shit en de overheid kijkt vaak de andere kant op.

‘Beerput Nederland’: over de afvalverwerkende industrie.

Minister Wiebes (VVD, Klimaat) organiseerde een polderbijeenkomst met vertegenwoordigers van bedrijven en milieuorganisaties over het terugdringen van de CO2-uitstoot. Die goede wil contrasteerde met de rest van het journaal. Daarin bleken er onvoldoende vakmensen te zijn om Nederland ‘groener’ te maken; aan het eind kwam ook de elektrische auto nog even langs. Niet langs, eigenlijk – de belangstelling houdt nog steeds niet over.

Wranger was het contrast met Beerput Nederland (KRO-NCRV), een anderhalf uur durende documentaire van Wilfried Koomen die het kortst samen te vatten valt met de observatie dat we diep in de shit zitten – het is niet eens onze eigen shit. En de overheid kijkt vaak de andere kant op.

Neem de 30 miljoen liter giftig afvalwater die BP een paar jaar geleden overhield aan een akkefietje voor de kust van Angola. Waar moest dat heen? In vroeger tijden had men het misschien wel gewoon voor de Afrikaanse kust weg laten lopen, nu belandde het bij het Rotterdamse bedrijf International Slop Disposal. Die verpatste het vervolgens deels aan een Amsterdamse collega. Die maakte het water schoon, maar ook weer niet zo heel schoon – waarschijnlijk zijn er zo sloten vervuild water recht het IJ in gespoten.

Die recente zaak is voor Koomen aanleiding om een ontluisterend beeld te schetsen van een deel van de afvalverwerkende industrie. Het is een bedrijfstak waarin de baat voor de kost uitgaat. Een bedrijf wordt betaald voor het ontvangen van het afval; de prikkel om er zonder kosten weer vanaf te komen, is enorm. En er is de ‘vertrouwensbasis tussen afvalverwerkers’; je vraagt niet waar iets vandaan komt.

We zien in de loop van een paar decennia steeds dezelfde bedrijven, vaak onder nieuwe namen, zich onder regels uitdraaien – waarbij de politiek minder onder de indruk is van de smerigheid dan van het economisch belang van de bedrijven. We horen hoe onderzoek naar grootvervuilers in Delfzijl werd geblokkeerd door een jonge ambitieuze burgemeester – een zekere Opstelten. Een jonge onderzoekster vertelt hoe ze werd afgebekt door minister Jan Pronk.

Tegen het eind van Beerput Nederland komt de stoom uit je oren – giftige stoom ongetwijfeld. Dat gevoel wordt bewust aangejaagd door Koomen. Veel plaatjes van dode zeehondjes en vieze vogels en een dansende Neelie Kroes. Dat laatste moet ik misschien uitleggen. Het beeld illustreerde de TCR-affaire, waarbij Kroes in de jaren tachtig gelekt zou hebben over een politieonderzoek tegen een bedrijf, waarna datzelfde bedrijf ook nog een reuzensubsidie van haar ministerie binnenhaalde. Ze zou „een affaire” hebben gehad met een van de (na haar ministerschap veroordeelde) directeuren, meldde de voiceover opgewonden. Oud-Kamerlid Remi Poppe had dertig jaar geleden iemand gesproken die hen hand in hand had zien lopen in Zandvoort. Tja. Wat is dat mechanisme waardoor journalisten gaan denken dat wanneer een vrouw vriendjespolitiek bedrijft, dat meteen een affaire wordt? Het zakelijke punt is overtuigender én ernstiger.

De grootste schandalen zijn de oudste in Beerput Nederland, maar dat geldt niet voor alles. Zo worden vaak schadelijke stoffen illegaal verwerkt bij de productie van stookolie. Eigenlijk moet je daar (duurdere) diesel voor gebruiken, maar Nederland lokt graag schepen naar Rotterdam met goedkope olie. Dus duurt het al jaren voor er een lijst is met verboden stoffen. Koomen kreeg boven water dat bij het opstellen van die lijst verschillende voor milieudelicten veroordeelde afvalbedrijven gezellig aan de poldertafel zitten. Alles onder controle. Maar van wie?