Cultuur

Interview

Interview

Foto Merlin Daleman

‘De wereld weet nu: oké, die Oliseh kan coachen’

Sunday Oliseh

Met zijn succes bij Fortuna Sittard is Sunday Oliseh een voorbeeld voor alle Afrikaanse trainers die in Europa willen werken. „Ik heb drie keer meer moeten doen dan anderen om dit te bereiken.”

De klok lijkt wat langzamer te tikken, hier aan de rand van Sittard. Een buschauffeur houdt wacht bij een halte tot de exacte vertrektijd. Bezoek bij de Aldi druppelt in en uit. Het is een atypisch bedrijventerrein, een mix tussen stukjes landbouwgrond, gebouwen en het betonnen, ongepolijste stadion van Fortuna. De straten zijn verlaten. Het is grauw en vreugdeloos, deze donderdagmiddag.

Binnen in het stadionrestaurant zijn de lichten gedimd, de selectie van Fortuna luncht aan lange tafels. Het is stil. Tot Sunday Oliseh binnenwandelt. „Man of the hour”, wordt geroepen. Spelers krijgen een hand, omhelzingen. Geroezemoes neemt toe, gesprekken worden luider, lachsalvo’s klinken. De ploeg ontwaakt, Fortuna komt tot leven.

Sunday Ogochukwu Oliseh (43) steekt een hand uit, groot en met lange vingers. Met brede lach: „Blessed to meet you.” Een sterke parfumlucht. Een sjaal los om zijn nek. De persvoorlichter zet een glas water neer voor de Nigeriaanse trainer. „Thanks bro.”

Diepe crisis

Onder leiding van Oliseh – oud-bondscoach van Nigeria en voormalig speler van Ajax, Juventus en Borussia Dortmund – is Fortuna uit de kelder van de eerste divisie geklommen. Elf maanden geleden begon hij in Zuid-Limburg, de club stond achttiende. Gevreesd werd voor degradatie. Oliseh: „Ze zaten in een diepe crisis. Toen ik hier kwam was de eerste vraag van een journalist: what the hell doe je hier?”

Het antwoord: hij zag een kans zich te profileren en geloofde in het langetermijnplan van de Turkse clubeigenaar Isitan Gün. En: Sittard ligt een half uur van zijn huis net over de grens in België.

De wederopstanding mag zijn succes genoemd worden. Fortuna staat tweede en speelt over twee weken de achtste finale van de KNVB-beker tegen AZ. Er kan voorzichtig weer gedroomd worden in Sittard, na vijftien jaar van sportieve ellende en financiële problemen – na de degradatie in 2002 viel de club ver terug.

Als ik zeg: jongens, ik wil dat jullie er een half uur voor aanvang van de training zijn, zorg ik dat ik er zelf een uur van tevoren ben.

Oliseh laat zijn ploeg dwingend en attractief spelen, met veel druk naar voren. Hij wil op termijn graag naar de top van de eredivisie. „I would love to coach Ajax.”

Hij vertelt over de veranderingen die hij doorvoerde bij Fortuna. Hij zorgde voor duidelijkheid in trainingsschema’s, afspraken op het veld, meer discipline, hij zette in op jong talent, nam afscheid van ervaren spelers en maakte belofte Perr Schuurs (18) aanvoerder. Oliseh: „Als je goed genoeg bent, ben je oud genoeg.”

Hij tikt op tafel. „Ik probeer te leiden door het voorbeeld te geven. Als ik zeg: jongens, ik wil dat jullie er een half uur voor aanvang van de training zijn, zorg ik dat ik er zelf een uur van tevoren ben.”

U vertrok op uw vijftiende naar België en woont nu bijna dertig jaar in Europa. Bent u inmiddels meer Europeaan dan Nigeriaan?

„Nigerianen vinden van wel, ze noemen mij Europeaan, sommigen noemen mij zelfs een Duitser. ‘Je bent nooit te laat, je bent te gedisciplineerd om Nigeriaan te zijn.’”

Klopt dat?

„Ik ben Nigeriaan, dat gooi je niet weg. Ik ben hier op jonge leeftijd gekomen, dat heeft veranderd hoe ik mij gedraag en hoe ik naar dingen kijk. Dat is de kracht die mij zover heeft gebracht, de discipline en organisatie van hier. Als je in Europa woont, leer je georganiseerd te zijn en te plannen. Op dat gebied accepteer ik dat ik Europeser ben geworden. Maar als je kijkt naar de kernwaarden van hoe ik mensen behandel, ben ik Afrikaans. In Afrika zijn we een familie: vriendschappen en familie zijn het belangrijkste.”

Er zijn maar een handjevol coaches uit Afrika in het Europese profvoetbal. Hoe verklaart u dat?

„Als ik kijk naar hoe ik hier ben gekomen, is het niet makkelijk geweest. Ik heb drie keer meer moeten doen dan anderen om dit te bereiken. Het mooie is: door ons succes ziet iedereen nu dat we georganiseerd spelen. We hebben teamspirit, lol, spelplezier, we zijn een familie. Afrikaanse coaches hebben een voorbeeld aan mij en kunnen volgen. Velen zoeken contact en vragen: hoe heb je dit bereikt?”

Wat vertelt u ze?

„Dat ze eerst hun UEFA Pro Licence moeten halen [trainersdiploma, red]. Ik heb mij daar destijds voor aangemeld bij de Engelse FA, zij staan er nu voor open om meer Nigeriaanse internationals toe te laten, omdat ze met mij een goede ervaring hebben gehad.”

U geldt als een pionier: u was de eerste Nigeriaanse speler in Italië en voor zover bekend de enige coach in Europa uit het deel van Afrika ten zuiden van de Sahara. Is dat lastig, altijd de eerste zijn?

Met een grijns: „It’s fun.” En dan: „Het is moeilijk, maar het is mooi. De dag dat ik begraven word en ik naar de hemel of hel ga – ik weet niet waar God mij heen zal sturen – zal ik terugkijken en denken: wow, het was een achtbaan.”

Zou u meer kansen als coach hebben gekregen als u een Nederlandse oud-international was geweest?

Oliseh tikt zacht met een hand op tafel. „Dit is niet mijn land. Het is normaal dat prioriteit wordt gegeven aan de eigen inwoners. Als je hier bent opgegroeid, is het makkelijker om via een bevriende technisch directeur of voorzitter een baan te vinden. Dat is hoe het gaat. Het zijn alleen losers die huilen.”

U heeft vroeger racistische incidenten meegemaakt.

Oliseh onderbreekt. „Ik geloof dat je me aardig vindt, dus alsjeblieft, bespaar mij dit onderwerp.”

Heeft u er in Nederland mee te maken gehad?

„Ik kwam bij Ajax in 1997, damn ik had daar een goede tijd. Fans hielden van mij, ook als ik er nu nog kom. Ik kan niet zeggen dat ik hier geconfronteerd word met racisme. Ik ben de verkeerde om hierover te spreken. Hoewel ik moet toegeven dat ik als speler situaties heb gezien waar het gebeurde.”

‘Jij bent Afrikaan en jij moet wachten, want Italianen spelen eerst’, zei coach Carlo Ancelotti tegen u bij Juventus, vertelde u in 2002 in de Volkskrant.

Oliseh, met verbaasde blik: „Ancelotti heeft dat nooit gezegd, ik had een geweldige relatie met hem. Ik zal de naam van de coach niet geven, maar dit is gebeurd toen ik mijn carrière begon in België. Toen werd mij verteld: jij moet wachten, de Belgische kinderen moeten eerst spelen.”

In 2004 maakte uw teamgenoot bij VfL Bochum, Vahid Hashemian, een racistische opmerking tegen u waarop u hem een kopstoot gaf en zijn neus brak.

„Laat dat gaan. Het is nutteloos daarover te praten.”

Wat zei hij?

„Laten we er een positief interview van maken. We hebben nu een goede relatie, we berichten elkaar soms op Facebook.”

De laatste tien jaar solliciteerde u bij verschillende Europese clubs, maar u kreeg bijna nergens een kans.

„Dat kwam ook doordat ze niet eerder een Afrikaanse coach hadden, dus ze wisten niet wat ze moesten verwachten. Bij Fortuna zien mensen nu: hij is een professional, is serieus, betrouwbaar, behaalt resultaten en kan overweg met zijn spelers. De wereld weet nu: oké, hij kan coachen.”

U inspireert velen in uw geboorteland, hoe ervaart u dat zelf?

„Toen ik hier begon als coach kreeg ik honderden berichten van mensen, niet alleen uit Nigeria, ook uit Kenia. Ze zeiden: coach, je moet het goed doen, je representeert ons. Dat laat je voelen: ik coach niet alleen voor mezelf, ik doe het ook voor hen.”