De Eerste Kamer maakt zich zorgen over zichzelf

Algemene Politieke Beschouwingen

Voor het eerst sinds 2010 heeft een kabinet een meerderheid in de senaat. Die is vooral bezig met het eigen functioneren.

Senaatsvoorzitter Ankie Broekers-Knol en premier Mark Rutte (beiden VVD). Foto Martijn Beekman/ANP

Van de VVD hoeven ze helemaal niet plaats te vinden, Algemene Politieke Beschouwingen in de Eerste Kamer. „Het is een fremdkörper, want wij horen hier in de senaat geen beleidsdebatten te houden”, zegt Annemarie Jorritsma, voorzitter van de grootste senaatsfractie.

Toch zat bijna het voltallige kabinet maandag en dinsdag in de Eerste Kamer ter verdediging van het regeerakkoord van Rutte III. De vragen en de discussie waren grotendeels een herhaling van het debat in de Tweede Kamer begin vorige maand, maar dan een toontje lager. De PvdA veroordeelde de btw-verhoging, GroenLinks de verlaging van de dividendbelasting, de SGP sprong op de bres voor de eenverdiener en de SP wilde meer inzet tegen kinderarmoede. Premier Mark Rutte pareerde het allemaal.

De heftigheid van het politieke debat in de senaat „is gelukkig wel ietsje minder dan de afgelopen jaren, toen de coalitie hier geen meerderheid had”, zegt Jorritsma. „Toen probeerde de oppositie elke aan de overkant verloren strijd hier over te doen.”

Voor het eerst sinds 2010 heeft een kabinet wel een meerderheid in de senaat. Al is het een kleine (38 van de 75 zetels) en wellicht kortstondige. In het voorjaar van 2019 wordt via de Provinciale Staten een nieuwe Eerste Kamer gekozen. Dat maakte deze beschouwingen in de senaat minder spannend dan de afgelopen jaren.

Misverstand

Des te drukker was de Eerste Kamer met het eigen bestaan en functioneren. De chambre de réflexion heeft zich de afgelopen jaren meer macht toegeëigend dan kabinetten lief was. Niet zozeer in debatten, die horen te gaan over rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van wetgeving. Noch in stemmingen: slechts vier wetten werden verworpen. Maar wel in de coulissen. Tijdens Rutte II werd menig parlementair gedoogakkoord gesloten voor oppositiesteun in de senaat. Dat lijkt voor Rutte III – voorlopig – niet nodig.

De enige collectieve ophef in de senaat ging over een passage in het regeerakkoord waar de positie van de Eerste Kamer ter discussie leek te worden gesteld. Een misverstand, bezwoer Rutte: het zinnetje over de staatscommissie die het parlementaire stelsel onderzoekt, had betrekking op de positie van beide kamers.

De Eerste Kamer maakt zich ook zorgen over haar eigen handelen. Er leek een meerderheid te ontstaan voor een parlementair onderzoek naar de besluitvorming rond de Nationale Politie. Tijdens de haastige totstandkoming daarvan, in 2012, dwong de senaat allerlei wijzigingen in de wet af. Toch is „het niet gelukt de grootste bestuurlijke reorganisatie van dit land in de moderne tijd in goede banen te leiden”, zei SP-senator Tiny Kox.

Een vorige maand gepubliceerd onderzoek verwees expliciet naar de zwakke plekken in de politiewet ná bemoeienis van de senaat. Is de Eerste Kamer te veel op de stoel van de Tweede gaan zitten? Begin volgend jaar beslist de senaat of dat moet worden onderzocht.

De VVD is er niet voor, zegt Jorritsma. Al is het voor haar partij rustiger als de senaat zich met zichzelf bezig houdt, dan als elk debat hier net zo politiek wordt als in de Tweede Kamer. Maar ook de huidige coalitiemeerderheid in de senaat is geen garantie voor kabinetssucces. Twee van de vier verworpen wetten van Rutte II strandden op senatoren van een coalitiepartij.