Voordelen ziekenhuisfusies nu ook door ACM betwijfeld

Mededinging

Zorgprijzen stijgen na een fusie, stelt de ACM in een nieuw rapport. En de kwaliteit van zorg gaat er toch al niet op vooruit.

Het Erasmus MC in Rotterdam. Foto Robin van Lonkhuijsen

Wel de lasten, niet de lusten. Dat is zo’n beetje de conclusie van de Autoriteit Consument en Markt over ziekenhuisfusies. Zorg wordt gemiddeld gezien duurder na samenvoeging, stelt de mededingingsautoriteit vast in het rapport Prijs- en volume-effecten van ziekenhuisfusies, dat dinsdag uitkwam. Althans, daar zijn „aanwijzingen” voor. Eerder concludeerde de ACM al dat de kwaliteit van zorg niet vooruitgaat van samengaan. Opvallend is dat de dienst de afgelopen jaren juist een hele reeks fusies heeft goedgekeurd. De ACM stelt nu dat het kritischer gaat kijken naar fusies. Drie vragen.

1 Wat stelt de ACM precies vast?

De autoriteit bekeek twaalf ziekenhuisfusies van tussen 2007 en 2013. Aan de ruim 150 miljoen declaraties bij de verzekeraars – van voor en na de fusie – kon de ACM zien dat de prijzen in de meeste gevallen omhoog gingen én dat de stijging relatief groter was dan bij niet-gefuseerde ziekenhuizen. De stijging was het sterkst in de eerste jaren na de fusie.

De cijfers zijn minder hard dan het persbericht. De ACM analyseerde de prijzen per patiëntgroep (zoals ‘artrose’). Voor 52 van de 62 groepen was een prijsstijging te zien. Maar per ziekenhuis was het beeld heel anders: daar stegen bij de ene helft de prijzen. Bij de andere helft daalden ze.

Advocaat Weijer Verloren van Themaat van Houthoff is kritisch. Hij wijst erop dat uit de studie blijkt dat de gemiddelde prijzen in fusie-ziekenhuizen lager zijn dan in niet-gefuseerde, ondanks de stijgingen. Ook zijn veel effecten in de studie niet significant „De ACM moet geen dingen beweren die ze niet met data kunnen ondersteunen.” 

Maar hoogleraar gezondheidsbeleid en zorgeconomie Erik Schut van de Erasmus Universiteit in Rotterdam benadrukt dat toch voor vrijwel alle patiëntgroepen de prijzen na een fusie zijn gestegen. Bovendien merkt hij op dat de ACM ook vaststelt dat de prijzen hoger liggen als er minder ziekenhuizen in een regio zijn.

2 Is dit eigenlijk nieuws?

Al jaren wijzen zorgeconomen op de gevaren van fuseren. Erik Schut van de Erasmus Universiteit waarschuwde samen met zijn collega Marco Varkevisser de mededingingsautoriteit in 2008 al voor „monopolieprijzen” die ziekenhuizen kunnen vragen aan verzekeraars. „In de VS zijn fusies veel systematischer onderzocht, en daaruit bleek ook dat de prijzen stijgen.” De uitkomst van de ACM-studie verrast hem niet. Toch noemt hij het rapport wel bijzonder. „Er is in Nederland nog weinig hard onderzoek. De tarieven voor zorg zijn niet openbaar. Weinig partijen hebben die data.”

De ACM is lang doof geweest voor de waarschuwingen. Nu verandert de visie op fusies. In het persbericht schrijft ACM zelf: „Het maatschappelijk draagvlak voor fuserende en steeds groter wordende ziekenhuizen lijkt overigens af te nemen.” Maar het kalf is misschien al verdronken, zegt Schut. „Veel ziekenhuizen zijn al samengegaan en heel groot geworden.”

3 Waarom zou een ziekenhuis eigenlijk willen fuseren?

Eén reden is: potentiële besparingen. Hoe groter, hoe efficiënter je de ondersteuning en bezetting kunt regelen, is het idee. Nu blijkt keer op keer uit onderzoek dat die voordelen van fuseren twijfelachtig zijn. Twee: grote ziekenhuizen kunnen makkelijker aan kwaliteitseisen voldoen dan kleine. Wie bijvoorbeeld maagtransplantaties wil blijven aanbieden, moet een bepaald aantal operaties per jaar doen. Haal je dat niet, dan kan fuseren een uitkomst zijn. Dan mag je de operaties van je nieuwe partner meetellen. Drie is het vergroten van macht. Een groot ziekenhuis kan meer vuist maken tegen verzekeraars en hogere prijzen vragen. Maar dat kan de zorgkosten juist opdrijven.