OM eist drie maanden om hulp bij zelfdoding moeder

Albert Heringa hielp in 2008 zijn 99-jarige stiefmoeder bij haar zelfdoding. De zaak dient voor de tweede keer in hoger beroep.

Heringa en zijn echtgenote na de uitspraak van de Hoge Raad in maart dit jaar. Foto Olaf Kraak/ANP

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft maandag drie maanden voorwaardelijke celstraf geëist in het hoger beroep tegen Albert Heringa, de man die in 2008 hielp bij de zelfdoding van zijn 99-jarige stiefmoeder Moek. Dat maakte het OM maandag bekend. Heringa (76) diende Moek een dodelijke cocktail van malariapillen, slaappillen en een antibraakmiddel toe nadat haar huisarts euthanasie had geweigerd.

Heringa filmde de volledige zelfdoding van Moek, inclusief een gesprek waarin ze zei dat ze inderdaad niet meer wilde leven. Van de videobeelden werd een documentaire gemaakt. Die kwam in 2010 op televisie in de actualiteitenrubriek Netwerk. De uitzending was de aanleiding voor Heringa’s vervolging. Voor die uitzending bestonden er geen indicaties van een onnatuurlijk overlijden.

De zaak tegen Heringa dient voor de tweede keer in hoger beroep. In maart van dit jaar stuurde de Hoge Raad de zaak terug. Het gerechtshof in Den Bosch moest de zaak opnieuw gaan beoordelen.

Lange rechtsgang

In 2013 oordeelde de rechtbank in Zutphen dat Heringa schuldig was aan strafbare hulp bij zelfdoding. Hij kreeg echter geen straf opgelegd. Justitie tekende beroep aan, en eiste net als in eerste aanleg drie maanden voorwaardelijk.

Tot een straf leidde ook het eerste hoger beroep niet: het hof in Arnhem ontsloeg Heringa in 2015 van rechtsvervolging. Volgens het hof deed Heringa terecht een beroep op de zogeheten noodtoestand.

Moek wilde dood omdat ze nagenoeg blind was, zware rugklachten had en kampte met hartfalen. Toen de huisarts niet wilde meewerken aan euthanasie, werd de morele druk op Heringa volgens het hof zo hoog dat die zwaarder woog dan het strafrecht. Dat hij Moek vervolgens zelf hielp, was dus geoorloofd, aldus het hof.

Justitie was het niet eens met het hof en ging in cassatie. In maart dit jaar kreeg het OM gelijk van de Hoge Raad. “Bij hulp bij zelfdoding door iemand die geen arts is, kan een beroep op noodtoestand slechts bij hoge uitzondering worden geaccepteerd”, oordeelde de Raad.

Ook bij het tweede hoger beroep in de rechtbank in Den Bosch blijft het OM van mening dat er geen sprake was van overmacht. Heringa had volgens de aanklager een andere arts moeten zoeken. Dat hij zijn eigen gang is gegaan, rekent het OM hem aan. Aan de integere bedoelingen van Heringa twijfelt justitie overigens niet.