Piet is op de overgrote meerderheid van de basisscholen zwart

Zwarte Pieten-discussie

DUO Onderwijsonderzoek & Advies hield een enquête onder vierhonderd schooldirecteuren.

Sinterklaasintocht Roelofarendsveen. Foto Remco Koers

Dat de Zwarte Pieten-discussie een randstedelijke aangelegenheid is, blijkt wel uit de sinterklaasvieringen op basisscholen. Op de overgrote meerderheid van de scholen in Nederland, 85 procent, is Piet nog zwart. Op een kwart van de scholen komen (daarnaast nog) roetveegpieten.

Op basisscholen in de drie grootste steden en randgemeenten ligt dat anders: hier komt op slechts 17 procent van de basisscholen een Zwarte Piet. Roetveegpieten komen hier op 84 procent van de scholen.

Dat blijkt uit een enquête onder vierhonderd schooldirecteuren door DUO Onderwijsonderzoek & Advies. Het onderzoek is representatief naar regio, levensbeschouwelijke visie en schoolgrootte.

Ruim een kwart van de schooldirecteuren zegt dat de Sinterklaasviering op school beïnvloed is door de discussie over Zwarte Piet. In de drie grote steden geldt dit voor ruim tweederde van de directeuren. Dat heeft niet overal tot dezelfde uitkomst geleid. Sommige directeuren zeggen het slavernijverleden op school te bespreken of de dikke rode lippen en oorringen te schrappen. Anderen zeggen juist dat ze de nadruk nog meer op Zwarte Piet leggen of dat ze afhaken bij het Sinterklaasjournaal, waar de Pieten vorig jaar gekleurd waren.

In de grote steden besloten veel schoolbesturen twee jaar geleden al om over te stappen op andere Pieten. Dit is in lijn met de intochten.

Regenboogpieten, blijkt uit de enquête, zijn in heel Nederland weinig populair: ze komen op slechts 4 procent van de basisscholen.