Column

Onttakeld

Marcel

Na twee kinderen lieten we de natte horeca achter ons, maar zaterdagavond stonden de vriendin en ik opeens voor de deur van het oude stamcafé in de Amsterdamse Van Woustraat.

Grote herinneringen en heimwee trokken ons er na een etentje in de buurt naar binnen.

Het echtpaar Henk & Elly was in onze hoofden nog iconischer en Amsterdamser geworden dan ze al waren. Henk, groot en gevat, die zich in zijn woorden verslikte als het over ‘overheidsdienaren’ ging. Hadden ze zijn auto ‘in de takels gehangen’ omdat die ‘zogenaamd’ over een gele streep stond, dan bleef hij maar herhalen dat de boete 373 euro was.

„En dan moet je nog gaan werken! Dan zit je toch slecht in elkaar als je dat werk doet? Ik vreet nog liever uit de bak!”

Elly in d’r glittertrui, glas vieux en filtersigaret onder de bar, die met haar blik vervelende klanten doodde.

We hadden er nog een boek gepresenteerd, ze hadden voor de gelegenheid een microfoon gekocht en Elly bleef net zo lang rondgaan met leverworst, kaas en kipnuggets tot haar schaal eindelijk leeg was.

De laatste keer dat we er waren, bleek kroeghond Bobby – een witte poedel die in een mand achter de bar lag te grommen – overleden en had Henk de ene na de andere operatie in het BovenIJ-ziekenhuis.

Elly: „Z’n hart, z’n darmen, alles zit op de verkeerde plaats.”

Henk: „Maak je geen zorgen, ik kom terug, altijd, anders moet ik thuiszitten, dan word ik gek.”

Er stond inmiddels een asbak op een tafeltje buiten, twee kleumende stamgasten eromheen. Na twee boetes waren ze ook hier „als laatsten” dan toch ook gezwicht voor de wetgeving, ze begrepen het wel.

We duwden die deur open, even kijken of Henk er nog was. Nou daar zat hij, op een handdoek op de verwarming naast de bar. De begroeting was hartelijk, z’n nichtje bediende de tap.

„Ik ben gewoonweg onttakeld”, zei hij met bedrukte snuit. De meer dan uitbundige kerstversiering, waarmee ze een zekere reputatie hadden, hing nog niet. Elly wist precies waar die rotzooi moest hangen, die had hele schema’s in d’r hoofd van welk rendier en welke bal waar moest hangen, hij had geen idee.

Elly was ziek, al een paar weken thuis.

Vlekken op de longen, tien kilo kwijt, morgen weer naar dat kolereziekenhuis.

Henk: „Het is één grote lijdensweg.”

We gingen zitten.

Tafeltje naast de gokkast, waar iemand tegenaan stond te schelden.

André Hazes uit de boxen, ‘Wat is dan liefde?’

Smekend, hier op mijn knieën/ Vragend, laat mij niet alleen

De juiste woorden op het goede moment, we hoefden alleen nog maar zwijgend ons bier op te drinken.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.