‘Nu is ’t de spannendste tijd voor de verzekeraar’

Jan Sijbrand Zorgverzekeraars houden meer kapitaal aan dan nodig is, maar hebben ook te maken met onvermoede financiële risico’s, zegt directeur Toezicht Jan Sijbrand van De Nederlandsche Bank. Het jaarlijkse overstapmoment gaat gepaard met onzekerheden en de winstgevendheid van de aanvullende polissen verdwijnt.

Met de vermeende rijkdom van zorgverzekeraars valt het wel mee, zegt toezichthouder DNB. Foto Ilvy Njiokiktjien

Zorgverzekeraars laten te veel geld op de plank liggen. Hun reserves zijn onnodig groot waardoor gemeenschapsgeld misbruikt wordt, zo luidt terugkerende kritiek op de verkopers van ziektekostenpolissen.

Als toezichthouder op de financiële gezondheid van zorgverzekeraars komt De Nederlandsche Bank (DNB) met een weerwoord. DNB deed onderzoek en presenteert dinsdag haar aanbevelingen voor de sector. Centrale boodschap: de vermeende rijkdom van zorgverzekeraars valt wel mee en, beste samenleving, vergeet niet waarom die buffers nodig zijn.

„Het is goed dat er kapitaal in deze sector zit, dat is echt nodig”, zegt directeur toezicht Jan Sijbrand van De Nederlandsche Bank. Ja, er zit wel wat meer in dan voor DNB noodzakelijk is, zegt hij, maar niet veel meer.

In zijn onderzoek trekt de toezichthouder de volgende vergelijking: het eigen vermogen van zorgverzekeraars komt overeen met een kwart van de jaarlijkse uitgaven. Dus als er geen geld meer binnen zou komen bij de zorgverzekeraars, dan kunnen zij drie maanden lang de rekeningen van ziekenhuizen blijven doorbetalen. Bij andere schadeverzekeraars, zoals brand- en inbraakpolissen, kunnen de verzekeraars meer dan een jaar de rekeningen blijven betalen.

Op het eerste gezicht mag het zorgverzekeren zeer voorspelbaar lijken in tegenstelling tot, zeg zakenbankieren, maar de branche kent ook uitzonderlijke risico’s die elders niet gelden.

Kijk alleen al naar hoe de resultaten zijn samengesteld. Zelfs bij grote zorgverzekeraars als VGZ (10,5 miljard premie-inkomsten) en CZ (8,9 miljard premies) leiden de afrekeningen van eerdere jaren tot enorme uitslagen. Beide verzekeraars hadden recentelijk meevallers uit het verleden die overeen kwamen met 10 procent van hun eigen vermogen.

Dat solvabiliteitspercentage van zorgverzekeraars „slingert enorm”, reageert Sijbrand. En als de toezichthouder ergens niet van houdt is het zulke onvoorspelbaarheid. „De facturen lopen soms drie jaar achter. Drie jaar is-wel-lang. Dat is toch niet nodig? Het geeft ruis in de berekening van de resultaten, en daarmee van de berekening van de risico’s en dus over de premies en het vereiste kapitaal.”

Dit is een van de redenen waarom declaraties bij ziekenhuizen wettelijk gezien niet meer zo lang mogen ‘open staan’. Die aanpassing heeft wel wat geholpen, zegt Sijbrand, maar is onvoldoende. „Ik zou niets in te brengen hebben als het om drie maanden of zes maanden zou gaan. De sector zegt: het is al zoveel beter. Maar als je ziet wat ze aan het begin van het jaar verwachten te verdienen, en dan de plussen en minnen daarna ziet: dan is het bam! Zo’n uitschieter van een paar jaar geleden kan financieel nogal wat impact hebben.”

Het heeft tot de wonderlijke situatie geleid dat zorgverzekeraars in het verleden verlies hoopten te maken, maar alsnog winst realiseerden. Achtergrond daarvan is dat zorgverzekeraars de kritiek op hun rijkdom serieus namen. De laatste paar jaar wilden zij bewust interen op hun reserves en polissen met verlies - dus onder de kostprijs - verkopen om de verhoudingen te herstellen, zegt Sijbrand.

„Maar door meevallers uit het verleden hadden ze toch weer winst gemaakt. Het is moeilijk sturen als je voortdurend overvallen wordt door plussen en minnen van drie jaar geleden.”

Nieuwe vergoedingen

Overigens waarschuwt Sijbrand ervoor dat het subsidiëren van ziektekostenpolissen een tijdelijke situatie is. „Zulke subsidies maskeren stijgende kosten. Maar het is niet iets dat je ieder jaar kunt herhalen. Op een gegeven moment houdt dat op, en dan krijg je opeens een hogere premie.”

De lange doorlooptijden van declaraties hebben voornamelijk tot meevallers geleid, maar zouden net zo goed tegenvallers kunnen worden. Het betekent per saldo dat de data waarop verzekeraars hun premie baseren minder betrouwbaar is, en dat geeft extra risico.

Dat klemt te meer volgens De Nederlandsche Bank als er nieuwe vergoedingen in de basispolis terechtkomen. De afgelopen jaren kwam de wijkverpleging en een deel van de geestelijke gezondheidszorg in het basispakket. DNB heeft hier inhoudelijk geen oordeel over, dat is aan de minister en de politiek. Maar het introduceert in de praktijk extra financiële risico’s. „Zorgverzekeraars hebben nog geen ervaring met die uitgaven en dat geeft meer onzekerheid. En meer onzekerheid betekent dat er extra kapitaal achter de hand moet worden gehouden.”

En daarom heeft DNB daar een oordeel over. „Hoeveel kapitaal moet er zijn, gegeven de populatie, gegeven de verwachte verliezen en de spreiding in die verliezen? Dat is onze specialiteit.”

De herfst is in dat opzicht een cruciale periode voor de sector. „Het spannendste moment van het jaar voor de verzekeraars is het vaststellen van de premie van het volgende jaar.”

Eenmaal per jaar kunnen polishouders overstappen naar een andere verzekeraar. Dat is ooit zo bedacht om de concurrentie aan te moedigen en zorgverzekeraars scherp te houden. Maar dat jaarlijkse overstapmoment kent ook gevaren: wie zijn polis te goedkoop aanbiedt loopt twee risico’s. Ten eerste dat een verkeerde inschatting van de zorguitgaven tot verliezen kan leiden. En ten tweede kunnen te veel nieuwe klanten ook een bedreiging zijn. Verzekeraars moeten per verzekerde kapitaal achter de hand houden, wie te snel groeit, riskeert een kapitaaltekort waardoor er geld bij moet.

„Hoe groter verzekeraars zijn, hoe stabieler dat wordt. Dat geeft aan dat er voor de kleine zorgverzekeraars niet aan te denken valt om met minder kapitaal te werken. De hele risicomanagementtheorie is gebaseerd op de wet van de grote getallen.”

DNB adviseert om anders met de jaarlijkse overstapronde om te gaan. Naast de verplicht jaarlijks af te sluiten ziektekostenpolis zou onderzocht moeten worden of polissen ook langer dan één jaar kunnen lopen.

Sijbrand: „Meerjarenpolissen zouden wat rust in de tent geven. Niet iedere keer dat shoppen in december.” Dat past volgens Sijbrand ook beter bij de langdurige relatie die verzekeraars nastreven en zo meer kunnen profiteren van preventie (wat schiet een verzekeraar op met preventie als de ‘gezondere’ klant naar de concurrent overstapt?).

Het advies staat haaks op de huidige wetgeving die gericht is op het bevorderen van concurrentie. Sijbrand: „Voor je telefoon kun je ook een abonnement voor één jaar of twee jaar afsluiten. En een abonnement van twee jaar is dan wat goedkoper. Dat kan hier ook. Voor de stabiliteit van de zorgverzekeraar is het beter. Je kunt best iets aanbevelen wat nu nog niet in de wet staat.”

Aanvullende polissen

De Nederlandsche Bank is niet gerust op de vrijwillig af te sluiten aanvullende polissen. De polissen zijn eerder een abonnementen geworden, zegt Sijbrand. De trend is dat de winstgevendheid van die polissen langzaamaan verdwijnt. „Misschien is Nederland oververzekerd. Verzekeraars schieten er niets mee op als je de winstgevendheid ziet.”

De Nederlandsche Bank verzet zich tegen een wetsvoorstel van leden uit de Tweede Kamer om winstuitkeringen bij zorgverzekeraars te verbieden. Volgens Sijbrand maak je daarmee „de redbaarheid van instellingen heel moeilijk”.

Want als een verzekeraar in problemen komt, kun je dat oplossen door een kapitaalinjectie. „Wij stimuleren in zulke gevallen ook wel een overname door een grotere en sterkere partij.”

Maar dat wordt allemaal onaantrekkelijk voor kapitaalverschaffers als het geld er niet meer uit kan, zegt Sijbrand. „Wij zijn het niet oneens met de mensen die zeggen dat geld voor de zorg in de zorg moet blijven. Maar bedrijfseconomisch moet er nu eenmaal soms ergens geld bij. En als je dan zegt, dankjewel, wil jij er geld bij stoppen en by the way je mag dat geld er nooit meer uithalen. Wat is dat voor verhaal? Daar kun je niemand mee over de streep trekken.

Het oppeppen van kwijnende instellingen, of het overnemen ervan, en het aantrekken van geld van buiten de zorgsector maak je eigenlijk onmogelijk als het niet kan worden gezien als een investering.”