Kabinet vraagt spoedprocedure bij afschaffen referendum

„Het kabinet wil snel duidelijkheid geven over dit punt in het regeerakkoord”, zegt een woorvoerder van Ollongren in een toelichting.

Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (D66) tijdens het debat in de Tweede Kamer over de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Foto ANP

Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) wil haast maken met het afschaffen van het raadgevend referendum. De minister heeft het wetsvoorstel dat dit regelt maandag bij de Raad van State ingediend en om een spoedprocedure gevraagd, bevestigt de Raad van State. „Het kabinet wil snel duidelijkheid geven over dit punt in het regeerakkoord”, aldus een woorvoerder van Ollongren. Premier Rutte zei dinsdagochtend in de Eerste Kamer dat het kabinet wil voorkomen dat er over nieuwe wetten van Rutte III nog referenda worden gehouden.

De Raad van State is de belangrijkste adviseur van het kabinet en voorziet wetsvoorstellen standaard van een advies, dat het kabinet overigens niet verplicht is over te nemen. Normaal gesproken komt de Raad van State binnen drie maanden met een advies, bij een spoedprocedure probeert de adviseur van de regering dit sneller te doen. Hoe snel het advies over het intrekken van het referendum er zal zijn kan een woordvoerder van de Raad van State nog niet zeggen.

Vrijdag maakte minister Ollongren bekend dat het kabinet wil voorkomen dat er over het afschaffen van het referendum nog een referendum kan worden gehouden. Ze noemde het „niet logisch” dat er nog een referendum zou kunnen komen over een wet die het kabinet juist wil afschaffen. Het kabinet is van plan in het wetsvoorstel een juridische bepaling op te nemen die de wet niet-referendabel maakt.

Lees ook de column van Jutta Chorus: D66 is klaar met de poepies van het volk

In het kader van deze opstelling van het kabinet is het advies van de Raad van State interessant. Een ‘intrekkingswet’ zoals die nu is ingediend is namelijk „in beginsel referendabel”, liet de Raad van State vorige maand weten. De raad beloofde toen „kritisch” te zullen kijken naar een eventuele motivering van het kabinet om de wet uit te sluiten van een referendum.

In het regeerakkoord kondigde het nieuwe kabinet al aan dat de huidige referendumwet zou worden ingetrokken. Volgens het kabinet heeft het raadgevend referendum „niet gebracht wat ervan werd verwacht, onder meer door een controverse over de wijze van aanvragen en verschillende interpretaties van de uitslag.” Op 21 maart 2018 vindt hoe dan ook nog een laatste raadgevend referendum plaats, over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.