Hoe politiek handelt de Spaanse rechter?

Spanje

In de Catalaanse crisis, die deze week ook weer juridisch zal oplaaien, klinkt het verwijt dat de Spaanse rechtspraak gepolitiseerd is. Wat klopt daarvan?

Politiebus met Catalaanse separatistische leiders verlaat het hooggerechtshof.Foto Oscar del Pozo/AFP

De Catalaanse advocaat Josep Jover i Padró (62) komt direct met een anekdote als hem naar het functioneren van de Spaanse rechtsstaat wordt gevraagd. „Een Spaanse politicus ging eens een keer golfen in het Verenigd Koninkrijk. Op zo’n baan waar alles perfect is”, vertelt hij. „Als de politicus een terreinknecht tegenkomt, houdt hij hem staande en vraagt: ‘Hoelang heeft het u gekost dat gras zó te krijgen?’ ‘Dat heeft net als een democratie tijd nodig – een paar honderd jaar’, luidde het antwoord.”

Spanje viert volgend jaar het 40-jarige bestaan van zijn democratisch Grondwet, die volgens velen aan een vernieuwing toe is. Met name als het gaat om de ‘juridische pijler’. De Catalaanse separatist Carles Puigdemont weigert zelfs voor de rechtbank in Madrid te verschijnen omdat het systeem „gepolitiseerd” zou zijn. Acht bewindslieden van zijn regering zijn volgens Puigdemont op 2 november als ‘politieke gevangenen’ vastgezet. Het hof bepaalde deze maandag dat ‘vice-president’ Oriol Junqueras en minister Joaquim Forn (Binnenlandse Zaken) vast blijven en zes andere ‘ministers’ op borgtocht vrij komen.

Botswana doet het beter

Is in Spanje echt sprake van te grote invloed van de politiek op de rechterlijke macht? Een eensluidend antwoord op die vraag is moeilijk te geven. De rest van Europa stelde tijdens de Catalaanse crisis vertrouwen te hebben in de Spaanse rechtsstaat. Er zijn ook vraagtekens te plaatsen. Op een ranglijst van het World Economic Forum over onafhankelijke rechtspraak staat Spanje 58ste, vlak achter Botswana. En in een rapport van de anticorruptietak van de Raad van Europa werden vorig jaar kanttekeningen gezet. Zo werd Spanje er expliciet op gewezen dat „de politieke autoriteiten op geen enkele manier mogen interveniëren als het benoemingsproces van een rechter gaande is”.

De Spaanse premier Mariano Rajoy hield zich er tot dusver doof voor. Hij herhaalt steeds dat zijn regering „de rechtsstaat zal verdedigen” tegen het Catalaanse separatisme.

Rechters worden in Spanje aangewezen door het parlement maar ze moeten onafhankelijk hun beslissingen nemen. Ze mogen geen lid zijn van een vakbond of een politieke partij. De Algemene Raad van Rechterlijke Macht houdt toezicht. Stemmingen van die Raad lopen bij gevoelige kwesties doorgaans langs ideologische lijnen. De meeste leden zijn benoemd door de conservatieve regeringspartij Partido Popular, die van 2011 tot 2015 een absolute meerderheid had en nu een minderheidsregering leidt.

Corruptie

De jurist Antonio García-Trevijano hekelde vorige week tijdens een conferentie over ‘corruptie en systemen’ op de Complutense-universiteit van Madrid de constitutie uit 1978. „Wanneer zoals in Spanje de vrijheid ontbreekt, verandert de theoretische gelijkheid in een praktische ongelijkheid tussen degenen die regeren en geregeerd worden”, zo stelde de 90-jarige republikein, die in het verleden hoogleraar Industrieel Recht was in Granada. „Met deze grondwet zal corruptie onderdeel uitmaken van een regering”, luidde zijn voorspelling 39 jaar geleden.

Zoals de Catalaanse advocaat Jover i Prado het omschrijft: „De regering legt niet expliciet op wat rechters moeten beslissen. Maar magistraten snappen wel heel goed wat er van hen bij gevoelige dossiers wordt verlangd.”

Donderdag 2 november besloot rechter Carmen Lamela negen Catalaanse ‘ministers’ op verdenking van rebellie, opruiing en misbruik van gemeenschapsgeld vanwege vluchtgevaar preventief op te laten sluiten in gevangenissen in de provincie Madrid. Alleen Santi Vila, die al was afgetreden voordat de Catalaanse onafhankelijkheid was uitgeroepen, kwam een dag later op borgtocht vrij.

Regiopresident Puigdemont en een viertal andere ministers vluchtten naar België. Spanje heeft om hun arrestatie en uitlevering gevraagd. De Brusselse raadkamer zal hen deze maandag wederom horen. Een besluit kan nog acht tot tien dagen duren.

Het Spaanse rechtssysteem lijkt zijn eigen snelheid te bepalen. De voortvarende wijze waarop de Catalaanse separatisten in de cel verdwenen, is niet kenmerkend. De bestrijding van corruptie-zaken waarbij politici betrokken zijn, wil nog weleens stroperig zijn. Ana Garrido Ramos weet er als klokkenluidster van de zogenoemde Caso Gürtel alles van. Ze maakte in 2007 een zaak aanhangig die leidde tot de grootste corruptie-affaire van premier Rajoys partij. Onderzoeksrechter Baltasar Garzón, ooit kortstondig politiek actief voor de socialistische PSOE, pakte de zaak op en liet twee kopstukken vastzetten.

Niet veel later werd Garzón door collega-rechters geschorst en voor elf jaar uit het ambt gezet. De ‘superrechter’ werd aangepakt omdat hij zijn boekje te buiten zou zijn gegaan door vastgezette politici ook in het gevang nog af te tappen. Naar eigen zeggen werd hij uitgeschakeld omdat hij te gevaarlijk was geworden voor de partij van Rajoy.

Tien jaar nadat Garrido Ramos de fraude openbaarde, is de zaak nog altijd niet afgerond. De klokkenluidster is het vertrouwen in het rechtssysteem kwijt. „Er is in al die jaren weinig veranderd. De corruptie lijkt niet te stoppen. De politiek lijkt zomaar een rechter af te kunnen zetten om een ander te benoemen. En daarmee is de onafhankelijkheid in het geding.”

Toch wuift Garrido Ramos de argumenten van Puigdemont weg om niet voor de rechtbank in Madrid te verschijnen. „De Catalaanse separatisten doen eigenlijk hetzelfde als de nationale regering. Ook zij misbruiken het systeem om hun politieke belangen ten koste van de burgers door te drukken. Wat dat betreft zijn Catalanen echt niet anders dan Spanjaarden.”