‘Eén school voor alle peuters’

Peuteronderwijs

Onderwijswethouders van de grote steden proberen vroege segregatie tegen te gaan.

Foto iStock

Er moet één instelling komen waar peuters tussen 2,5 en 4 jaar oud een beperkt aantal uren per week naar school gaan. Dat zeggen de wethouders van de vier grote steden tegen NRC.

Nu zijn er twee verschillende ‘voorscholen’. Peuters die risico lopen op een leerachterstand gaan naar de peuteropvang met een voorschool, de andere peuters naar de kinderopvang. Dat werkt segregatie in de hand, zeggen de wethouders.

„Alle peuters verdienen het om zich op een spelende manier goed te ontwikkelen”, zegt Simone Kukenheim, onderwijswethouder van Amsterdam (D66). „En we willen dat peuters elkaar tegenkomen. Het is niet goed als je al vanaf je tweede gesegregeerd bent.”

Voor- en vroegschoolse educatie wordt gezien als belangrijk middel om de toenemende kansenongelijkheid in het onderwijs tegen te gaan. Het nieuwe kabinet, dat woensdag en donderdag over de onderwijsbegroting debatteert, investeert er 170 miljoen euro extra in. Kinderen die risico lopen op een leerachterstand krijgen in plaats van tien uur, zestien uur per week taal- en rekentraining.

De wethouders van de vier grote steden vinden dat álle peuters naar een voorschool zouden moeten; niet alleen de kinderen die risico lopen op een achterstand. Amsterdam, Rotterdam en Den Haag bieden daarom al voorschoolse programma’s voor een bredere doelgroep dan het kabinet beoogt.

Lees ook wat de vier wethouders als de grootste uitdagingen zien: Strijden tegen de onderwijssegregatie

Voor- en vroegschoolse educatie wordt grotendeels gefinancierd vanuit het budget voor onderwijsachterstandsgelden, dat het Rijk onder gemeenten en scholen verdeelt. Minister Arie Slob (CU) zal komende regeerperiode over een herverdeling beslissen, waardoor de grote steden miljoen euro’s minder dreigen te krijgen.

Het ministerie van OCW zegt dat de achterstandsgelden zijn bedoeld voor leerlingen die risico lopen op achterstanden. En niet, zoals grote steden willen, voor alle peuters. De steden denken alle peuters educatie te kunnen aanbieden als de financieringen van kinderopvang en voorschool worden samengevoegd. Nu is een deel ondergebracht bij Sociale Zaken – onder de noemer ‘arbeidsparticipatie’ – en het andere deel komt van Onderwijs.

‘Ontzettend ingewikkeld’

Volgens Jeroen Kreijkamp, wethouder Onderwijs (D66) van Utrecht, leeft de wens om alle peuters voorschools onderwijs te geven niet alleen in de grote steden. „Ik spreek ook als commissievoorzitter Onderwijs van de Vereniging van Nederlandse gemeenten.”

In Den Haag loopt sinds kort een proef waarbij peuters vanaf 2,5 jaar naar de basisschool kunnen. „Dat was ontzettend ingewikkeld om op te zetten”, zegt wethouder Saskia Bruines (Onderwijs, D66). „Voor kinderopvang en onderwijs gelden verschillende regels en cao’s. Dan zie je hoe ingewikkeld we de boel geregeld hebben in dit land. Uiteindelijk is het ons gelukt in het kader van het experiment ‘regelluwe scholen’ van het ministerie.”

De Sociaal-Economische Raad bracht vorig jaar een soortgelijk advies uit. Het vorige kabinet schreef toen in een reactie dat er binnen de huidige regelgeving al veel mogelijk is en dat „een verder geïntegreerd voorschools aanbod” een forse, dure stelselwijziging vereist, terwijl onderzoek naar de effecten niet eenduidig is. De Onderwijsraad pleit al langer voor één peutervoorziening vanaf 2,5 jaar, aangestuurd door één ministerie, onder regie van een basisschool. Daarin zouden spelen, vorming en het voorkomen van leerachterstanden samenkomen.