Opinie

De Universele Verklaring dwingt tot zelfreflectie

Nederland zou er goed aan doen de kritische blik niet alleen naar buiten te richten, betoogt Joris Luyendijk. Het is tijd ons koloniale verleden en onze migratiegeschiedenis onder ogen te zien.

Kinderen van VN-medewerkers met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in 1950. Foto UN Photo

Deze week is het negenenzestig jaar geleden dat de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aannam. Dit was en is een ware mijlpaal in de menselijke morele evolutie die het verdient groots gevierd te worden. Maar bij zulke onvermijdelijke feestelijkheden is het zinvol om goed te kijken naar wat er nog meer gebeurde in die decembermaand in 1948. Daar ligt namelijk een belangrijke reden voor de misschien wel grootste splijtzwam van onze tijd: de haperende integratie en het groeiende gevoel van vervreemding bij zowel allochtone als autochtone Nederlanders.

Terwijl in New York op 10 december 1948 de Universele Verklaring werd aangenomen was Nederland namelijk druk bezig met iets heel anders: de onafhankelijkheidsstrijd in Indonesië de kop in te drukken. Acht dagen na de feestelijke ondertekening van de Universele Verklaring lanceerde Nederland zelfs een grootschalig offensief, eufemistisch de tweede ‘politionele actie’ genoemd. Pas na intense internationale druk ging Nederland in 1949 overstag en bevochten de Indonesiërs hun onafhankelijkheid waarop ze volgens de Universele Verklaring recht hadden. Naar schatting honderdvijftigduizend Indonesiërs hadden toen al de dood gevonden. Reken even mee: door Nederlands militair geweld stierf gemiddeld iedere vijftien minuten een Indonesiër. Dat is 24 uur per dag, zeven dagen per week, 52 weken per jaar, vier jaar lang ieder kwartier een dode door Nederlands geweld. Ons eigen Vietnam.

In de decennia die volgden op de Indonesische onafhankelijkheid hebben Nederlandse regeringen de regering in Indonesië regelmatig aangesproken op de grootschalige mensenrechtenschendingen die daar plaatsvonden. Maar de mensenrechtenschendingen door Nederlandse militairen en hun bondgenoten tussen 1945 en 1949… niets meer dan een zelfgekozen geheugenverlies.

Een land wordt eeuwenlang bezet door een koloniale macht. Deze vestigt een de facto apartheidsregime en plundert dat land leeg. Eindelijk is dit in 1949 voorbij. Dan zou je bij die koloniale macht toch hopen op inkeer en een Waarheidscommissie die precies uitzoekt wat je allemaal aan misdaden hebt gepleegd? Zeker wanneer er net een Verklaring van de Rechten van de Mens is aangenomen aan de hand waarvan je precies kunt vaststellen waaruit die misdaden bestonden?

Zeker omdat de misdaden niet beperkt bleven tot de Indonesische bevrijdingsoorlog, noch tot Indonesië. Eeuwenlang heeft Nederland zich schuldig gemaakt aan koloniale uitbuiting op allerlei plekken op aarde, en nog altijd plukt ons land daar de vruchten van, bijvoorbeeld in de vorm van de multinationals die destijds ontstonden; Shell en Unilever bijvoorbeeld.

Na de dekolonisatie – ‘bevrijding’ zullen Indonesiërs zeggen – had Nederland aan een zeer grondig zelfonderzoek moeten beginnen; wat zijn wij voor een beschaving dat we onze medemensen in Indonesië, Suriname, de Antillen en elders zo lang zo weerzinwekkend konden behandelen?

Een koloniaal systeem is per definitie racistisch omdat het inwoners van de kolonie puur op basis van hun huidskleur indeelt en onderschikt aan de witte kolonisator. Geloven we nu werkelijk dat door de koloniën te evacueren dit eeuwenlang geïnstitutionaliseerde witte superioriteitscomplex als bij toverslag is verdwenen?

Maar in plaats van aan de hand van de Universele Verklaring een grondig zelfonderzoek te beginnen hebben veel Nederlanders de Verklaring juist gebruikt om de kritische blik naar buiten te richten. Voor hun eigen blazoen werd de Verklaring een soort reset-knop. Oké, die koloniale tijd was niet altijd fris maar daar staat met de Verklaring nu een streep onder; ‘niet meer zeuren nu’. En zo duurde het tot 2007 tot Nederland de Indonesische datum van de eigen onafhankelijkheid erkende.

In eigen land kregen we ondertussen te maken met een fenomeen dat je rustig ‘massa-immigratie’ kunt noemen, want op dit moment heeft een op de vijf Nederlanders een vader of een moeder die buiten Nederland is geboren. Zulke Nederlanders noemden wij ‘allochtonen’, nu ‘mensen met een migrantenachtergrond’, tenzij het gaat over het koningshuis. Dan heten zulke mensen gewoon ‘koningin’ of ‘kroonprinses’.

Massa-immigratie kwam echt op gang vanaf de jaren tachtig en daarbij werd er lange tijd impliciet van uitgegaan dat migranten zich vanzelf waarden als de gelijkheid van man en vrouw zouden eigen maken. ‘Daar moeten gewoon een paar generaties overheen’, was het mantra, en in de tussentijd moest gezorgd worden dat wit racisme niet ‘de kop op zou steken’. Anders gezegd: voorstanders van migratie gingen, met de Tweede Wereldoorlog in het achterhoofd, ervan uit dat waakzaamheid alleen was geboden over discriminatie van immigranten. Voor discriminatie door immigranten – van vrouwen, homoseksuelen, andersdenkenden – bestond lange tijd net zo’n blindheid als voor de eigen koloniale misdaden.

Lees ook dit opiniestuk van Gloria Wekker: Witte onschuld bestaat niet, maar dat wilt u van mij niet horen

Eindeloos is de Nederlandse kritiek op mensenrechtenschenders in Afrika, Azië en Zuid-Amerika en Israël – vaker wel dan niet terecht. Maar in ons eigen oog zit intussen een zo grote splinter dat het eerder een blok voor de kop is. En dat blok wreekt zich nu. Neem de ‘Zwarte Piet-discussie’ waarin onvermoeibare strijders als Quinsy Gario en Gloria Wekker al jaren wijzen op nog altijd bestaande en grotendeels onbewuste racistische denkpatronen in de Nederlandse mainstream-cultuur. Gario c.s. ontmoeten vaak blinde woede en oprechte verbijstering bij witte Nederlanders die zich simpelweg niet kunnen voorstellen dat er in hun zelf- en wereldbeeld nog resten van het racistische koloniale verleden rondspoken. Vandaar die oh zo rake term van Wekker: witte onschuld.

Volgend jaar bereikt de Universele Verklaring de respectabele leeftijd van zeventig jaar. Wat een prachtig moment om de Nederlandse mensenrechtenschendingen en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de vele koloniale bezettingen vol in de schijnwerpers te zetten.