De bladluizen hebben hulptroepen!

Biologie

Een door bladluizen aangevallen plant kan met signaalstoffen wespen te hulp roepen. Nu blijkt dat bladluizen in hun speeksel bacteriën meenemen die die plantenreactie tegenwerken.

Erwtenbladluizen trekken profijt van bacteriën in hun speeksel. Foto Jitte Groothuis

In de natuur bestaat een complexe wapenwedloop tussen drie partijen: een plant, de bladluizen (die de plant aanvreten) en de natuurlijke vijanden van die bladluizen. Onderzoekers uit Wageningen en Oxford ontdekten nu zelfs een vierde partij in deze strijd: bacteriën die in de bladluizen leven. Zij onderdrukken de chemische ‘hulpkreet’ van de plant waarop normaliter roofinsecten afkomen. De bacteriën helpen zo de bladluizen in hun strijd tegen deze natuurlijke vijanden (Nature Communications, 30 november online).

Parasitaire sluipwespen

Als bladluizen een plant aanboren, dan begint die plant een keur aan signaalstoffen te produceren. Die verspreiden zich door de lucht en lokken roofinsecten, zoals parasitaire sluipwespen, die de plant te hulp schieten. De sluipwespen leggen hun eitjes in de bladluizen, waarna hun larven de bladluizen van binnenuit opeten. Zo houden de sluipwespen het aantal bladluizen in toom en beschermen ze de plant tegen vraat. Maar ook de bladluis blijkt dus een bondgenoot te hebben: de bacteriën in zijn spijsverteringskanaal.

De onderzoekers voerden een reeks experimenten uit met tuinbonenplanten, sluipwespen en bladluizen mét en zonder bepaalde bacteriën in hun lijf. Die laatste groep verkregen ze door bladluizen te behandelen met een mix van antibiotica. Vervolgens keken de onderzoekers hoeveel sluipwespen er afkwamen op planten die waren aangevreten door beide typen bladluizen.

Bladluizenspeeksel

Sluipwespen bleken planten links te laten liggen als die eerder waren aangevreten door bladluizen met bacteriële hulptroepen – ongeacht welke bladluizen er op dat moment op de plant zaten. Daaruit leidden de onderzoekers af dat er iets ín de plant moest zijn wat de sluipwespen al dan niet aantrekt en dat dus onder invloed staat van de bladluisbacteriën. Die bacteriën, zo leggen de onderzoekers uit, leven in het speeksel van de bladluizen en komen via de monddelen in de plant terecht. Daar manipuleren ze op een nog onbekende manier de signaalstoffenproductie van de plant.

Kennis van de natuurlijke verdedigingsmechanismen van planten én hun belagers kan helpen bij het ontwikkelen van biologische bestrijding. Telers gebruiken nu al roofinsecten in hun kassen, en wellicht zijn er stoffen waarmee zij de chemische oorlogsvoering kunnen bijsturen.