Blijf van mijn wifi af!

Wifijungle Wifi dreigt aan zijn eigen succes ten onder te gaan: er zijn zoveel draadloze apparaten en netwerken in de lucht dat ze elkaar in de weg zitten. Wat kun je eraan doen?

Illustratie: Anne van Wieren

Je betaalt voor een snel breedbandabonnement maar je draadloze netwerk is tergend traag. Dat is dagelijkse praktijk in veel Nederlandse gezinnen. Of omdat ze last hebben van het wifinetwerk van de buren, of omdat hun woning zo goed geïsoleerd is dat niet alle kamers wifibereik hebben.

Internetproviders zijn verantwoordelijk voor de verbinding tot aan je meterkast en geen meter verder. Toch beginnen ze zich ook te bemoeien met de rest van je huis. Ziggo (40 procent van alle internetaansluitingen in Nederland) zegt in een reclame dat hun monteur pas weggaat als het wifinetwerk naar tevredenheid werkt.

Dat is nogal een belofte, want er zijn veel locaties in Nederland waar draadloos netwerken vaak onmogelijk is door gebrek aan capaciteit. Tegelijkertijd stellen we hogere eisen aan het wifinetwerk; we gebruiken meer apparaten (in Nederland gemiddeld tien per gezin) en we gebruiken ze intensiever, via diensten als Spotify, Netflix en draadloze tv.

Een Nederlandse vinding

Wifi dreigt ten onder te gaan aan zijn eigen succes, zegt Cees Links. Hij is een van de grondleggers van de wifistandaard. Links werkte bij NCR in Nieuwegein – een Amerikaanse fabrikant van computerkassa’s – en ontwikkelde patenten die in 1997 de wifistandaard zouden vormen.

„Wifi werd eerst amper gebruikt, nu wordt het veel te veel gebruikt”, zegt Links. Hij herinnert zich hoe hij moest leuren om wifi aan de man te krijgen bij computerfabrikanten. De eerste toepassingen waren niet gericht op het grote publiek: draadloze kassa’s voor winkels, ziekenhuizen die een computer op een karretje mee wilden nemen, scholen die computers wilden rouleren in klaslokalen.

Applebaas Steve Jobs kreeg lucht van de draadloze techniek en liet Links een presentatie geven. Jobs noemde het ‘AirPort’ en voegde het toe aan Apples consumentenlaptop, de iBook. Links zat in de zaal toen Jobs in 1999 in New York demonstreerde hoe je kon internetten zonder kabel. Na de iBook volgde de massale omarming van wifi; eerst in laptops, daarna in alle denkbare computers en randapparatuur.

Wifi werd eerst amper gebruikt, nu wordt het veel te veel gebruikt

Wapenwedloop

Wifi (officieel WiFi, van wireless fidelity) maakt van oudsher gebruik van de frequenties in de 2,4-gigahertzband. Het zijn ongelicenseerde frequenties, in tegenstelling tot gereguleerde frequentiegebieden waarin bijvoorbeeld mobiele netwerken opereren. Dat betekent dat apparaten in de wifi-jungle zelf moeten uitvechten wie de beperkte bandbreedte krijgt.

Er zijn wel wat regels. Het zendvermogen is beperkt en wifiapparaten moeten eerst ‘luisteren’ of een kanaal vrij is voordat ze beginnen te zenden. In de 2,4GHz-band zijn maar drie bruikbare kanalen. Om te voorkomen dat wifinetwerken elkaar in de weg zitten, gebruiken ze om beurten hetzelfde kanaal of wisselen van kanaal (vaak alleen na een reset of als je dat zelf in de software aangeeft).

Je kunt wisselen wat je wilt, maar met tientallen wifinetten binnen bereik – denk aan een appartementencomplex of een studentenflat – is het te druk in de lucht om alle gebruikers een goede ervaring te bieden. Het gevolg: trage verbinding.

De 2,4GHz-band heeft een groot bereik omdat de ‘langere’ radiogolven goed door muren heen dringen. Dat is handig als je vanuit één punt ook de beveiligingscamera buiten draadloos wilt verbinden of wilt netflixen in het tuinhuisje. Maar je buurman heeft daardoor ook last van je netwerk. Upgraden naar 5 GHz, wifi via hogere frequenties, helpt overlast te voorkomen en verhoogt je snelheid. De 5GHz-band biedt meer ruimte (19 kanalen). Het nadeel: deze radiogolven dringen niet goed door muren en vloeren heen.

In moderne woningen zul je dus naar andere oplossingen moeten zoeken, bijvoorbeeld je draadloze netwerk uitbreiden met een versterker (al dan niet via het stroomnet) of een netwerk met verschillende ‘wifi-satellieten’ aanleggen waarmee je twee of drie verdiepingen kunt bestrijken. Dat kost al snel een paar honderd euro. Bovendien kunnen niet alle draadloze apparaten met 5 GHz overweg – bijvoorbeeld printers, oudere laptops of Sonos-speakers.

Met een netwerkuitbreiding loop je verder het risico dat je de buren dwarszit, waardoor ook zij een krachtiger netwerk zullen bouwen dat ook weer meer overlast veroorzaakt: een wapenwedloop in wifiland.

Met tientallen wifinetten binnen bereik is het te druk in de lucht om alle gebruikers een goede ervaring te bieden

Wi-5

Extra apparatuur kopen is op termijn niet meer nodig, zegt TNO-onderzoeker Jan de Nijs. Hij leidt het Wi-5-project, dat software ontwikkelt om efficiënter gebruik te maken van wifikanalen. Het project wordt gesubsidieerd door de EU, die daarmee de wifischaarste wil tegengaan.

De bedoeling is providers meer controle te geven over de kanaalkeuze van hun access points (de draadloze modems/routers in de meterkast). „Alleen de software in de router hoeft vervangen te worden”, zegt De Nijs.

Zo’n 90 procent van de Nederlanders gebruikt de apparatuur van hun provider, schat hij. „Het huidige systeem is niet intelligent genoeg om zichzelf te corrigeren. Om vier uur ’s middags zijn er heel andere internetactiviteiten in je flat dan om acht uur ’s avonds. Daar moet de kanaalkeuze op aangepast worden.” In feite pleit Wi-5 voor meer controle in de vrije wifi-wereld. „In een flat zou de Vereniging van Eigenaren een server kunnen plaatsen die de radiocapaciteit voor access points verdeelt over de bewoners, via algoritmes die beter naar gebruik en beschikbare kanalen kijken.” Met zo’n centraal systeem heb je minder last van de wifi van de buren – en zij van jou, verwacht het Wi-5-project. Het is wel een heel andere benadering dan de vrijheid-blijheidstrategie waarmee wifi ooit begon.

Switchen tussen netwerken

Zowel KPN als Ziggo zitten in de klankbordgroep van Wi-5. John Blake, de netwerkexpert die namens Ziggo aan Wi-5 meedoet, is optimistisch over de vorderingen die een slimmere overstap van het ene draadloze netwerk naar het volgende mogelijk maken. Dat lost een herkenbaar probleem op: je plaatst een extra access point op zolder, maar je laptop blijft proberen te verbinden met de router beneden omdat die daar net vandaan komt.

Er zijn fabrikanten die hun eigen technologie ontwikkelden om dat doorgifteprobleem op te lossen. Maar een open standaard, door elke fabrikant te gebruiken, is er nog niet.

Wi-5 bouwde een demo die je soepel laat overstappen van het ene access point naar het andere. Blake is onder de indruk: „We hebben een gamer Counter-Strike laten spelen en een tijdje laten wisselen tussen twee verschillende netwerken. Hij merkte er niets van.” Het is nog niet bekend wanneer deze technologie wordt verspreid onder klanten.

Jan de Nijs van TNO ziet meer mogelijkheden. Als je op sommige plekken in je huis dichter bij het access point van je buren zit dan bij je eigen wifirouter, zou je moeten kunnen overschakelen naar hun wifisignaal. Deze technologie zit nu al deels in de publieke netwerken als Ziggo’s WifiSpots of KPN Fon, waarbij de klanten een gedeelte van hun bandbreedte reserveren voor gastgebruikers (via een gescheiden netwerk). Alleen het wisselen tussen wifinetten gaat nog niet zo soepel – dat wil Wi-5 graag aanpakken.

Wie weet worden gezworen wifivijanden zo uiteindelijk toch goede buren.