Recensie

Trompettist tussen engel en junk

Was het opzet of een ongeluk dat trompettist Chet Baker in Amsterdam uit een hotelraam viel? We zullen het nooit weten. Het raadsel inspireert zanger Marijn Brouwers nog altijd.

Foto Claudia Otten

Zo klinkt My funny Valentine in het Nederlands, als Mijn kleine lieveling. De Amerikaanse jazztrompettist en zanger Chet Baker maakte het wereldberoemd, fluweelzacht zingend, nóg zachter spelend. Zanger Marijn Brouwers blaast in het begin van zijn hommage aan Chet Baker enkele noten, en verzucht: „Nee, trompetspelen kan ik niet.” Hij schakelt een ouderwetse pick-up in en het magische spel van Baker klinkt op.

Foto Claudia Otten

Tegen de achtergrond is een levensgrote foto gespannen van kamer 210 in het Amsterdamse Hotel Prins Hendrik waar Baker zijn laatste nachtelijke uur verbleef: hij viel uit het raam. Opzet of ongeluk? De mythe van Bakers dood op 13 mei 1988 is de rode draad in Brouwers’ sfeervolle, toegewijde voorstelling The Chet Baker Room met een indrukwekkende songlist. Muzikanten Hermine Deurloo (sopraansax, mondharmonica), Anne Soldaat (percussie, gitaar) en Reyer Zwart (toetsen, gitaar) begeleiden Brouwers in zijn zoektocht naar de gekwelde ziel van Baker, die zong en speelde als een engel maar tenslotte leefde als een junk.

Brouwers zingt klassieke nummers uit Bakers songbook in passende, lyrische vertaling. De begeleiding door mondharmonica is een vondst, die klinkt zowel melancholiek als sinister. Brouwers brengt een mooi contrast aan in zijn eerbetoon: het drama van Bakers dood op het keiharde plaveisel tegenover zijn onaardse, bijna ongrijpbare muziek.