Prozaschrijver met een theatraal hart

Jaap Harten (1930-2017)

Schrijver en dichter Jaap Harten leefde in de wereld van de kunsten. Acteurs en travestieten bevolken zijn boeken.

Er zullen weinig schrijvers zijn die hun boektitels met zoveel beroemde namen opsieren. Dichter en prozaïst Jaap Harten is zo iemand: van Dante tot actrice en sekssymbool Mae West, van Greta Grabo, de gebroeders Grimm tot Truman Capote, van Else Mauhs tot Madame Tussaud. Hiermee maakt Harten, die op 2 december op 87-jarige leeftijd in Den Haag overleed, duidelijk dat hij leeft in de wereld van de kunsten.

Harten werd op 22 september 1930 in Blaricum geboren. Hij debuteerde in 1954 met de bundel Studio in daglicht . Tot het schrijven hiervan werd hij geïnspireerd door actrice en theaterlegende Else Mauhs bij wie hij toneellessen volgde. In 1984 eerde hij de toneelspeelster met een persoonlijke, biografische roman Else Mauhs, de ontvoering van een legende. Net als in zijn beroemdste boek De getatoeëerde Lorelei (1968) vermengt hij in Else Mauhs feit en fictie, documentaire en roman.

Zijn fascinatie voor Berlijn met zijn glamour en cabaret voordat het nazisme opkwam, krijgt in De getatoeëerde Lorelei onweerstaanbaar gestalte in kleurrijke personages die aan de rand van de maatschappij leven. Het zijn de zigeunerin en gewezen kermisattractie Lorelei, een hoerenzoon, de travestiet Grafin von Thurn und Taxis, officier Leutnant Heinrich von Losch en de van brandstichting beschuldigde Marinus van der Lubbe. De kracht van Hartens roman is dat hij zich met deze door Hitler- Duitsland vervolgde personages vereenzelvigt. In de jaren zestig en zeventig genoot dit boek, waarin de schijn en schitter van theater en cabaret zo’n belangrijke rol spelen, een grote status.

Hartens partner Oskar Lens, een Haagse kunstschilder, overleed eerder dit jaar. In zijn beroepsleven werkte Harten bij het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum waar hij met grote zorg belangstellenden aan literair historisch materiaal hielp. In De pruim van Mae West en de kop van Jut(1979) is de hoofdrol weggelegd voor een waarzegster die zich staande houdt in het kwijnende kermiswezen. Harten begon als dichter, maar voelde zich uiteindelijk meer prozaïst en zelfs man van het theater. In een interview met Lidy van Marissing in 1971 voor Vrij Nederland zei hij eens: „Ik heb in het schrijven van proza iets heel anders gevonden. De dichter is de magiër pur sang; de prozaschrijver is de magiër gekruist met de theaterman.”

    • Kester Freriks