Recensie

Een beukende snelkookpan van zappaëske gekte

Noord Nederlands Orkest

Dweezil Zappa bracht samen met het Noord Nederlands Orkest een eerbetoon aan de muziek van zijn vader Frank. Een mooie orkestervaring voor de fans, maar de echte kracht van de Zappa’s ligt elders.

Frank Zappa was een geweldige componist met een unieke signatuur. Zijn zoon Dweezil (1969), eveneens een begenadigd gitarist, was in Nederland voor twee concerten met het Noord Nederlands Orkest. Het programma combineerde orkeststukken van vader Zappa met orkestraties van Dweezils rockmateriaal én een wereldpremière van zijn hand.

Het NNO deed al eerder zo’n project met Steve Vai, ooit ‘stuntgitarist’ in de band van Zappa. Een orkestversie van Vai’s elektrische-gitaarsculptuur ‘There’s still something dead in here’ was een hoogtepunt van het programma, een panisch gierende en beukende snelkookpan van crescendo’s en zappaëske gekte. Zappa’s eigen orkeststukken Bob in Dacron en Sad Jane klonken in vergelijking wat tam. De omnivoor en Varèse-bewonderaar Zappa kon bijna alles, maar dankt zijn statuur niet primair aan zijn orkestmuziek. Hij componeerde briljanter en geestiger voor zijn groot-bezette bands, met blazers en veel percussie.

De springerig-virtuoze melodie van Marmux Buhdarux, omspeeld met typische marimbatrillers, bevestigde Dweezil Zappa als zijn vaders zoon. The Adventures of Dindoo (de merkwaardige titels komen bij zijn dochters vandaan) componeerde Dweezil speciaal voor dit NNO-project, samen met orkestrator Kurt Morgan. Het stuk toonde zowel de kracht als de beperkingen van zijn muzikale fantasie: de variatie-achtige aaneenschakeling van korte scènes begon tintelend subtiel, maar ontbeerde qua dynamiek en kleur wel wat diepte.

Het NNO speelde goed onder Hans Leenders, maar klonk door onnodige uitversterking plat. Voor het klapstuk deed het niet mee: Dweezil soleerde prachtig in zijn vaders melancholische gitaarklassieker Watermelon in Easter Hay, nadat hij het in zijn charmante dankwoord al niet droog had gehouden.