Recensie

De echte wereld, waar je geliket wordt

Een ‘digital native’ raakt ineens verstoken is van internet in Schotland – en daarmee van wat zijn leven ‘echt’ maakte. Daarover schreef Daan Remmerts de Vries een niet erg subtiele, maar wel overtuigende jeugdroman.

‘Dit is niet echt’, denkt Jochem: deze wereld van school, waar je moet zorgen ‘dat je de juiste dingen zegt, op de juiste toon’, waar je onzinnige kennis uit je hoofd moet leren, terwijl je al die informatie gewoon kunt opzoeken. ‘Dit is zielig, treurig gestumper.’ Wél echt is wat online gebeurt: daar kun je je presenteren en zo presteren, daar wordt je positie bepaald, en daar ontleen je je zelfwaarde aan. Daar verzamel je likes.

Dat is een prikkelende tegenstelling, contra-intuïtief voor iedereen die de vorige eeuw bewust meemaakte: die vindt de tastbare wereld de echte. Maar Jochems opvatting klinkt verrassend overtuigend uit de mond van de digital native die hij is – de jongere van nu, die bijna geen ‘analoge’ wereld meer heeft gekend. Jochem komt vooral buiten om Pokémon Go te spelen. Wat dat betekent voor je leven vertelt Geest, de nieuwe, tamelijk alarmistische jongerenroman van Daan Remmerts de Vries (1962).

Digitale tantaluskwelling

Jochem gaat namelijk zo op in zijn online bezigheden dat hij op zittenblijven afkoerst, wat, samen met een financieel gelukje van zijn vader, het gezin een drastisch besluit doet nemen: ze verhuizen naar Schotland.

De afkickverschijnselen liegen er niet om. Subtiel kun je Remmerts de Vries in deze roman niet noemen, en hij hanteert voor dit boek bovendien een tamelijk onbekommerde toon, die meer in het verlengde ligt van de (goed getroffen) pubernovelle De diepte van een Zweeds meer (2006) dan bij de verfijning van zijn vorige kinderroman Groter dan de lucht, erger dan de zon (2015). Jochem wordt nota bene fysiek ziek van zijn wifiloze Schotse leven. De koortsdromen vullen zich met een tantaluskwelling met computerletters: ‘Maar alle letters zijn onscherp, het lukt hem telkens niet om iets te lezen.’

Daar wordt het bijna satire, zoals Remmerts de Vries de waarnemingen telkens weer laat kleuren door een game- en computerreferentiekader. Dat had minder gekund, maar het is, behalve geestig, nog niet ondermijnend voor het serieuze verhaal. Juist als de vertelling ogenschijnlijk een beetje uit de bocht vliegt, word je met je neus op de realiteit gedrukt: is het wel zo overdreven?

Niet zo’n doemdenker

Die vraag houdt Geest spannend – en ik ben geneigd om Remmerts de Vries helemaal niet zo’n doemdenker te vinden. Dat zijn verhaal bovendien grotendeels ontsnapt aan drammerigheid komt doordat hij Jochems internetloosheidsdrama verzwaart met andere factoren die ook debet zouden kunnen zijn aan zijn crisis: de onverwerkte dood van zijn zus, de sociale amputatie die de verhuizing betekent, de overschakeling naar het toch wat boersere leven in Schotland, waar het recht van de sterkste nog altijd geldt. Die maken het verhaal wat minder eenduidig, en beslist onderhoudend.

Maar wat blijft: Remmerts de Vries is in Geest wezenlijk beter wanneer hij toont in plaats van preekt. Bijvoorbeeld hoe Jochem het meisje Caileen leuk begint te vinden, op een heel nieuwe manier: ‘Ik heb niet eens een foto van haar!’ Maar ach. En ook mooi: de scène waarin de Schotse jongeren, inclusief Jochem, de hulpeloze kuikens van de papegaaiduikers helpen. Dan gaan Jochems ideeën over echt en onecht schuiven. Zó wordt de boodschap – die de lezende niet-digital native al verwacht had (dat analoog zo nep nog niet is) – pas echt overtuigend overgebracht.