Column

D66 is klaar met de poepies van het volk

Jaren geleden zei Ernst Bakker, destijds D66-leider in Amsterdam, waarom hij zo enthousiast was voor een referendum over de zogenoemde stadsprovincie. Hierbij mocht de Amsterdamse bevolking zich uitspreken voor of tegen het opgaan van de hoofdstad in een regionaal samenwerkingsverband. Een blinde kon zien aankomen wat er zou gebeuren als er genoeg mensen kwamen stemmen: het plan zou worden weggevaagd. Bakker, wethouder in een college dat die stadsprovincie steunde, wreef zich vast in zijn handen. „Het is toch goed als de burger het bestuur een poepie kan laten ruiken.”

Toen dacht ik al: zul je daar nog even blij mee zijn als je een heleboel poepies hebt moeten ruiken?

Nee dus.

Bakkers partijgenoot Kajsa Ollongren heeft vrijdag besloten het raadgevend referendum niet gewoon af te schaffen, zoals afgesproken in het regeerakkoord, maar het te vermorzelen. Het wetsvoorstel tot afschaffing van het referendum zal zij immuun maken voor een referendum. D66 is klaar met de poepies van de burgers.

De Democraten hebben gemerkt dat niet alle mensen denken als zij – diep in hun redelijke hart vinden ze dat onbegrijpelijk. Toen in 2005 een grondwet voor de EU bij referendum dreigde te worden getorpedeerd, voorspelde D66-prominent Laurens Jan Brinkhorst dat zonder Europese grondwet het licht zou uitgaan in Nederland. Bijna tweederde van de kiezers stemde tegen.

Ik zie de bekoorlijkheid van de symmetrie. D66 heeft het correctief referendum in de Paarse jaren het parlementaire stelsel binnengebracht. Nu mogen ze het zelf weer ten grave dragen.

Minister Ollongren moest zich in bochten wringen om haar voorstel te rechtvaardigen. Haar ultieme redenering: de afschaffing van een referendum in een referendum voorleggen aan de bevolking zou „niet logisch” zijn. Kajsa locuta, causa finita.

Ik herinner D66 aan het lot van Leefbaar Utrecht, redelijke volkspartij bij uitstek, die met twee programmapunten de verkiezingen van 2000 in ging: ze waren tegen de nieuwbouwplannen rond het Centraal Station en ze waren tegen een busbaan door het centrum. Over het stationsgebied organiseerden ze meteen een referendum, waarbij de Utrechters in meerderheid kozen voor een plan met veel groen en veel woningen.

Die busbaan kwam er toch, verdedigd door een Leefbaar-wethouder. En loop maar eens rond het station van Utrecht: asfalt en overal kantoorflats. Leefbaar Utrecht werd de verkiezingen daarna weggevaagd. Toen ik voorzitter Broos Schnetz later sprak, was hij nog altijd teleurgesteld. „Boos Nederland legt de schuld van alle teleurstellingen in hun leven bij de politiek”, zei hij. Ze hadden hem een poepie laten ruiken. Leefbaar Utrecht hief zichzelf in 2010 op.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.